
zondag 10 maart 2013
maandag 4 maart 2013
Naast mijn schoenen
Tell me why I DO like mondays:
Ik kreeg vandaag op mijn werk op de Nummerinformatiedienst binnen het uur maar liefst twee complimenten:
- U bent écht mijn reddende engel!
- Je bent een schat!
Mijn schoenen heb ik inmiddels weer aangetrokken, want met name mijn vrouw vond de geur niet te harden. Vooral omdat ik natuurlijk háár reddende engel en schat ben. Dat ook nog.
maandag 25 februari 2013
Een allegatie voorafgaand aan de abdicatie
"Verlossing is geen wellness."
(citaat uit het boek Jezus van Nazareth - Proloog - De kinderjaren)
Inderdaad: verlossing is geen wellness, maar (een) weldaad.
God heeft ons welgedaan.
Daarom vraagt hij ook wel-daden aan ons.
zaterdag 23 februari 2013
Ziek
De jongens zijn ziek. Allebei. Een wonder eigenlijk, want
jaren gingen voorbij zonder dat er meer aan de hand was dan een ordinaire
snotneus of een niesbui of twee. En nu is het kerstvakantie en hebben de heren
bijna vanaf dag één achter elkaar koorts gekregen. Die koorts blijkt vanuit de bodem
van hun tenen te worden beleefd. Er wordt, vanaf bed en bank, uitsluitend nog zacht
murmelend en monotoon gepreveld, elk half uur de thermometer ingeschakeld en
het loopje naar de wc beschouwd als een onderneming van groteske afmetingen. Ondertussen
proberen wij, ouders, alle hoofden koel te houden. Water drinken is belangrijk weten
wijzelf, maar zie het hun maar eens wijs te maken. Nergens hebben ze zin in, en
dus al helemaal niet in een glaasje water. Zelfs televisie is voor Luuk alleen nog
interessant als we de dvd’s van de rustgevende, ouderwetse serie De Zevensprong
opzetten. Ellendeling die ik ben, herinner ik hem fijntjes aan alle momenten
van het afgelopen jaar dat hij juist zo verlangde naar een griepje. Nu het zo
ver is, ben ik niks te beroerd om hem eens passend de les te lezen over deze
overmoedige en zondige verlangens. Luukjelief had zo’n griepje natuurlijk niet
in de vakantie gepland en het hele gebeuren verder ook zwaar geromantiseerd.
Ziek zijn betekende voor hem vooraleerst niet naar school te hoeven en verder
op de bank liggend Donald Duckjes lezen, afgewisseld met hapklare brokken televisie
of computerspelletjes, desnoods even wat lego en verder lekkere hapjes en tot
slot een cadeautje toe. Dan is de werkelijkheid hard. Na anderhalve dag koorts
en amper eten wekken we Luuk ’s ochtends weer en verzucht hij: “Ik begrijp niet
dat ik nog niet dood ben.”
Deze column werd in 2008 gepubliceerd in Aan de Hand
maandag 18 februari 2013
Glorie en schande
De kerk bestaat uit mensen die als het moeilijk wordt het
vuile werk graag door een ander laten opknappen. Ze bestaat uit zwakkelingen die
het zelf niet kunnen bolwerken. Huichelaars en goochemerds. Mensen die de kat
in het donker knijpen en het achter de ellebogen hebben. Mannen met eerzucht en
vrouwen met praalzucht. Burgermansfatsoen overspoten met een dun laagje
religie. Met kerst zit de hele meute in de kerk te zingen van vrede op aarde,
maar als het er echt op aankomt, blijft de goegemeente net zo gemakkelijk op de
bank hangen. De mond vol over Jezus en genade en vergeving, maar in praktijk
zie je totaal geen verschil met welk ander mens dan ook. Op zijn best een groep
goedbedoelende, maar niets bereikende vrijwilligers met een iets te groot
geweten en een veel te klein gevoel voor realiteit. De kerk? Dat is een
volkomen achterhaald instituut met een geschiedenis waar ze, als je geluk hebt,
zelf liever niet aan herinnerd wil worden. En één van hen ben ik.
De kerk bestaat uit heiligen die gekocht zijn door het bloed
van het Lam van God. Ze bestaat uit uitverkorenen die de hemel hebben geërfd.
Mensen die zich afhankelijk hebben gemaakt van hun Verlosser. Kinderen van de
Allerhoogste die zich niet hebben bevlekt met de zonden van deze wereld. Beide
benen op de grond en het hart in de hemel. In de wereld, maar wezenlijk anders.
Vol geloof, vol hoop, vol liefde. De kerk wordt behuisd door mensen die laten
zien wat het is om de minste te willen zijn. Niet uit op effectbejag of
eergevoel. Hun kruis opnemend lopen ze hun Heiland achterna, waar hij ook gaat.
En waar hij is, daar zijn zij. Uit de hemel geboren, naar de hemel onderweg.
Alle ballast verloren, alles afgelegd wat aards is. Licht en vrij en vol van
leven. Olie voor hun lampen en brood en wijn als levenskost. Geschoeid met het
evangelie van de vrede en bewapend met het Woord van de waarheid. Brandende
harten en vurige liefde. Met een staat van dienst waar je jaloers op kan
worden. Alles om niet ontvangen van hun enige Heer, die een eindeloze liefde
voor hen koestert. En één van hen ben
ik.
donderdag 7 februari 2013
Elpenbeenen legeren
Wat een interne verhuizing al niet teweeg kan brengen. Tussen de religieuze boeken van lang en nog langer geleden vond ik opnieuw een boek dat gezien de handtekening op de eerste pagina nog van mijn opa zaliger geweest moet zijn.
Ik meld het hier niet met trots, maar mijn opa zaliger schijnt in zijn leven een nogal onmogelijke man geweest te zijn. Toen hij overleed was ik amper twee jaar oud en de kans is levensgroot dat hij en ik elkaar in dit ondermaanse nooit hebben ontmoet en daarom kan ik uit eerste hand niets over hem kwijt, maar de verhalen over hem deden de ronde in de familie. Veel weet ik daar niet (meer) van, maar wel dat mijn eigen moeder zaliger altijd vol bewondering over háár moeder sprak: een zeer vrome vrouw, zichzelf altijd wegcijferend, hard werkend, nooit klagend, etc. etc. Over haar vader daarentegen sprak zij zelden, en als ze dat deed kwam vooral zijn bovenmatige gestrengheid ter sprake. Er deugde nooit nergens niks van, en dat gold (natúúrlijk!) ook voor de kerk. Allemaal te licht en te gemakkelijk. Misschien was het omdat mijn oma en opa met elkaar moésten trouwen (mijn oma scheen dit altijd als een straf van God te hebben gezien), dat het een en ander zo is komen te liggen, maar dat is zomaar een aanname.
Terug naar dat boek.
Ik zal hieronder de titel weergeven zodat u gelijk weet welke geest we hier in de kuip hebben: (houdt u vast)
Bent u daar nog?
Gelukkig maar, want er is ook nog een tweede deel:
Eind goed, al goed dus?
Niet helemaal. Want het slechte nieuws is dat het boek 262 pagina's telt en het tweede deel pas een aanvang neemt op pagina 222.
De "goedgunstige Lezer" wordt daarin namelijk opgeroepen om eens na te denken over de dood. Gezellig! Niet dus, maar ook de auteur weet daarvan:
"Want daar zijn weinig Menschen die gaarne hooren van den Dood, en van het laatste Oordeel dat op den Dood volgt, bij name rijke en wereldsche mensen, die op elpenbeenen legeren slapen, en weeldig zijn in hare Maaltijden, die in alles volheid hebben, en geenes dings gebrek, met de Laodicensen. Apoc. 5 : 17."
Het klopte natuurlijk als een bus wat hier werd beweerd. Wie een rijk leven lijdt taalt niet naar en om de dood. En rijke mensen, hoorde ik daar ook niet bij? Slaap ook ik immers niet op een "elpenbeenen leger"? Ben ook ik niet "weeldig in (mijne) Maaltijden" en heb ik niet "in alles volheid en geenes dings gebrek"?
Ik zal dit boek nooit gaan lezen, vermoed ik. Maar de boodschap ervan kwam voor deze "geloovige ziel" die helemaal vanuit de zeventiende eeuw als couch potato te kijk wordt gezet als een eh... donderslag. En mijn opa? (zie foto - voor zijn boerderij in de Hoekse Waard) Die had me natuurlijk allang een draai om de oren gegeven voor al mijn lichtzinnig- en vrijzinnigheden! Misschien had hij daar ook alle reden toe. Niet dat ik nu heel bang voor de hel ben geworden, maar wel voor het gegeven dat die hemelse vreugde van het tweede deel bepaald nog niet te allen tijde in mijn leven zichtbaar is. Daar ligt nog wat werk in het verschiet voor deze goedgunstige lezer...

Ik meld het hier niet met trots, maar mijn opa zaliger schijnt in zijn leven een nogal onmogelijke man geweest te zijn. Toen hij overleed was ik amper twee jaar oud en de kans is levensgroot dat hij en ik elkaar in dit ondermaanse nooit hebben ontmoet en daarom kan ik uit eerste hand niets over hem kwijt, maar de verhalen over hem deden de ronde in de familie. Veel weet ik daar niet (meer) van, maar wel dat mijn eigen moeder zaliger altijd vol bewondering over háár moeder sprak: een zeer vrome vrouw, zichzelf altijd wegcijferend, hard werkend, nooit klagend, etc. etc. Over haar vader daarentegen sprak zij zelden, en als ze dat deed kwam vooral zijn bovenmatige gestrengheid ter sprake. Er deugde nooit nergens niks van, en dat gold (natúúrlijk!) ook voor de kerk. Allemaal te licht en te gemakkelijk. Misschien was het omdat mijn oma en opa met elkaar moésten trouwen (mijn oma scheen dit altijd als een straf van God te hebben gezien), dat het een en ander zo is komen te liggen, maar dat is zomaar een aanname.
Terug naar dat boek.
Ik zal hieronder de titel weergeven zodat u gelijk weet welke geest we hier in de kuip hebben: (houdt u vast)
DE
DONDERSLAG
DER
GODLOOZEN
WEGENS
HET SCHRIKKELIJK OORDEEL, ENDE
DE PIJNE DER HELLE.
HET EERSTE DEEL.
Bent u daar nog?
Gelukkig maar, want er is ook nog een tweede deel:
MET DE
HEMELSE VREUGDE
VOOR DE GELOOVIGE ZIELEN.
HET TWEEDE DEEL.
Eind goed, al goed dus?
Niet helemaal. Want het slechte nieuws is dat het boek 262 pagina's telt en het tweede deel pas een aanvang neemt op pagina 222.
Aanvankelijk was ik van plan om dit stichtelijk volksboek dat Cornelis van Niel in 1660 schreef de grond in te boren, omdat het natuurlijk vol van angst en vrees voor de hel staat en dit niet bepaald de juiste weg is om tot Christus te komen. Maar daar kwam ik toch enigszins van terug. Want toen ik eens heel eerlijk de "voorrede" ging lezen las ik daarin dingen die moeilijk zijn te weerleggen.
De "goedgunstige Lezer" wordt daarin namelijk opgeroepen om eens na te denken over de dood. Gezellig! Niet dus, maar ook de auteur weet daarvan:
"Want daar zijn weinig Menschen die gaarne hooren van den Dood, en van het laatste Oordeel dat op den Dood volgt, bij name rijke en wereldsche mensen, die op elpenbeenen legeren slapen, en weeldig zijn in hare Maaltijden, die in alles volheid hebben, en geenes dings gebrek, met de Laodicensen. Apoc. 5 : 17."
Het klopte natuurlijk als een bus wat hier werd beweerd. Wie een rijk leven lijdt taalt niet naar en om de dood. En rijke mensen, hoorde ik daar ook niet bij? Slaap ook ik immers niet op een "elpenbeenen leger"? Ben ook ik niet "weeldig in (mijne) Maaltijden" en heb ik niet "in alles volheid en geenes dings gebrek"?
Ik zal dit boek nooit gaan lezen, vermoed ik. Maar de boodschap ervan kwam voor deze "geloovige ziel" die helemaal vanuit de zeventiende eeuw als couch potato te kijk wordt gezet als een eh... donderslag. En mijn opa? (zie foto - voor zijn boerderij in de Hoekse Waard) Die had me natuurlijk allang een draai om de oren gegeven voor al mijn lichtzinnig- en vrijzinnigheden! Misschien had hij daar ook alle reden toe. Niet dat ik nu heel bang voor de hel ben geworden, maar wel voor het gegeven dat die hemelse vreugde van het tweede deel bepaald nog niet te allen tijde in mijn leven zichtbaar is. Daar ligt nog wat werk in het verschiet voor deze goedgunstige lezer...
dinsdag 29 januari 2013
26 april 2014
Vijfenveertig lange jaren heb ik moeten wachten, maar nu is de tijd rijp. Koninginnedag wordt Koningsdag en valt niet langer vier dagen na mijn verjaardag, maar (als ware het toeval) volgend jaar precies daaróp.
Ik weet nog goed dat ik als jochie van een jaar of tien, elf, twaalf al dacht: Yes! Als die baby over een tijdje koning wordt en het feest op zijn verjaarsdatum wordt gezet, zit ik goed. Dan is de dag na mijn verjaardag een vrije dag. Voor iedereen! Dat zou gaan betekenen dat ik mijn verjaardagsfeest altijd op 26 april zou kunnen houden, omdat niemand die avond dan snel weer naar huis zou moeten. Zo hield ik de moed erin en hoopte - inmiddels broederlijk geruggensteund door Bob Dylan en Boudewijn de Groot - op andere, vooral betere tijden. Al die tijd wist ik mij van de prins geen kwaad en school in mij een pragmatisch aanhanger der monarchie.
En nu is het dan zover. Dat wil zeggen: het gaat vanaf 2014 zover worden. Maar dan ben ik inmiddels 57. Een leeftijd waarop een tere heer met een broos gemoed niet telkens opnieuw aan zijn verjaringsdag wil worden herinnerd. Het is kortom niet zozeer de tijd die rijp is, alswel uw dienaar die in 2014 enigszins overrijp is geworden. Die hele troonsopvolging komt domweg veel te laat! Ik had het kunnen weten natuurlijk. Had ik al die jaren maar beter in mijn bijbeltje gelezen...
"Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is."
Ik weet nog goed dat ik als jochie van een jaar of tien, elf, twaalf al dacht: Yes! Als die baby over een tijdje koning wordt en het feest op zijn verjaarsdatum wordt gezet, zit ik goed. Dan is de dag na mijn verjaardag een vrije dag. Voor iedereen! Dat zou gaan betekenen dat ik mijn verjaardagsfeest altijd op 26 april zou kunnen houden, omdat niemand die avond dan snel weer naar huis zou moeten. Zo hield ik de moed erin en hoopte - inmiddels broederlijk geruggensteund door Bob Dylan en Boudewijn de Groot - op andere, vooral betere tijden. Al die tijd wist ik mij van de prins geen kwaad en school in mij een pragmatisch aanhanger der monarchie.
En nu is het dan zover. Dat wil zeggen: het gaat vanaf 2014 zover worden. Maar dan ben ik inmiddels 57. Een leeftijd waarop een tere heer met een broos gemoed niet telkens opnieuw aan zijn verjaringsdag wil worden herinnerd. Het is kortom niet zozeer de tijd die rijp is, alswel uw dienaar die in 2014 enigszins overrijp is geworden. Die hele troonsopvolging komt domweg veel te laat! Ik had het kunnen weten natuurlijk. Had ik al die jaren maar beter in mijn bijbeltje gelezen...
"Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is."
donderdag 17 januari 2013
De hemel van '63
We spreken deze dagen over de hel van '63.Voor de jonkies onder u: dat was de strengste winter sinds jaren, waarin (natuurlijk) ook een Elfstedentocht werd verreden. Bij de start van die tocht vroor het niet minder dan 18 graden, om even een beeld te geven hoe bar het was. Met zulke temperaturen vroren zelfs de rivieren dicht en kon men met de auto zo het ijs oprijden, hoewel er toen aanmerkelijk meer ijs dan auto was in Nederland.
Die Elfstedentocht is volledig langs uw heer van stand heengegaan, zij het voornamelijk omdat hij daar nog iets te jong voor was. Pas aanmerkelijk later kwam hij in de kracht van zijn leven, maar omdat hij altijd heel eenvoudig is gebleven heeft hij zich nooit willen laten inschrijven voor die Tocht der Tochten. Een heer gaat zijn eigen eenzame weg.
Terug naar 1963. Destijds was uw heer dus nog een heertje en genoot hij volop van alle sneeuw en ijs. Wintergesels en ijsgruwelen gingen compleet aan hem voorbij. Het was sleetje rijden en balletjes gooien wat de Rommeldamse klok sloeg. Dat mijn dankbare kinderhand gauw gevuld was getuigen onderstaande foto's stilzwijgend. Daar zien de oplettende lezertjes hoe een heer in de dop zich met louter en alleen een bezem en een grote broer kon vermaken. (Ik zal hier niet de goedkope vergelijking trekken met de jeugd van tegenwoordig, die in hun centraal verwarmde huizen op hun tablet hooguit nog bereid zijn een videoclipje aanklikken met de nagespeelde werkelijkheid van toen, maar die gedachte ligt wel op mijn tong, als u begrijpt wat ik bedoel.)
Enfin. Even later kon de koude worden verdreven door een enkel kopje thee met een eenvoudig doch voedzaam kaakje (voor de jonge vrienden onder u: dat was een onopgeleukt c.q. ongepimpt koekje). Het waren de dagen van één koekje bij de koffie en het waren goede dagen. Zelfs mijn goede vader leefde nog en hij was het in eigen persoon die deze kiekjes met zijn Agfa Klak maakte. Terwijl velen in Friesland door een zelfgekozen hel gingen beleefde ik het hemeltje van '63. Het waren mooie tijden.
Die Elfstedentocht is volledig langs uw heer van stand heengegaan, zij het voornamelijk omdat hij daar nog iets te jong voor was. Pas aanmerkelijk later kwam hij in de kracht van zijn leven, maar omdat hij altijd heel eenvoudig is gebleven heeft hij zich nooit willen laten inschrijven voor die Tocht der Tochten. Een heer gaat zijn eigen eenzame weg.
Terug naar 1963. Destijds was uw heer dus nog een heertje en genoot hij volop van alle sneeuw en ijs. Wintergesels en ijsgruwelen gingen compleet aan hem voorbij. Het was sleetje rijden en balletjes gooien wat de Rommeldamse klok sloeg. Dat mijn dankbare kinderhand gauw gevuld was getuigen onderstaande foto's stilzwijgend. Daar zien de oplettende lezertjes hoe een heer in de dop zich met louter en alleen een bezem en een grote broer kon vermaken. (Ik zal hier niet de goedkope vergelijking trekken met de jeugd van tegenwoordig, die in hun centraal verwarmde huizen op hun tablet hooguit nog bereid zijn een videoclipje aanklikken met de nagespeelde werkelijkheid van toen, maar die gedachte ligt wel op mijn tong, als u begrijpt wat ik bedoel.)
Enfin. Even later kon de koude worden verdreven door een enkel kopje thee met een eenvoudig doch voedzaam kaakje (voor de jonge vrienden onder u: dat was een onopgeleukt c.q. ongepimpt koekje). Het waren de dagen van één koekje bij de koffie en het waren goede dagen. Zelfs mijn goede vader leefde nog en hij was het in eigen persoon die deze kiekjes met zijn Agfa Klak maakte. Terwijl velen in Friesland door een zelfgekozen hel gingen beleefde ik het hemeltje van '63. Het waren mooie tijden.
woensdag 9 januari 2013
Liefs van mij
Geachte lezer,
Toen uw heer van stand nog jong was en hij zijn eerste sollicitaties verrichtte gebeurde dat nog via het schrijven op briefpapier. Omdat bij hem zich het idee had postgevat dat zijn roeping in het lager onderwijs lag werd hij tevens geacht die brieven met pen te schrijven, zodat de bestuurders der diverse Protestants-Christelijke Onderwijsverenigingen zich ervan kon vergewissen dat het handschrift van deze kandidaat in orde was. Een sollicitatiebrief schrijven was in die tijd nog degelijk handwerk en bepaald niet met een druk op een paar knoppen was afgehandeld.
In die tijd, en we praten hier over een periode niet heel diep in het vorige millenium, was het gewoon elke sollicitatiebrief af te sluiten met een 'Hoogachtend'. Kom daar nu maar eens om. De vriendelijke groeten vliegen je al jarenlang om de oren. We zijn in Nederland op papier althans erg vriendelijk geworden, hoewel de praktijk daar bepaald geen gelijke tred mee heeft weten te houden. Hoogachten is een archaïsche uitdrukking geworden en dat zegt iets over onze samenleving. Respect opbrengen is het nieuwe hoogachten, en moet voor een goed deel eerst worden verdiend. Enige vriendelijkheid kunnen we op papier nog wel opbrengen, maar veel gekker moet het vooralsnog niet worden.
Toch hebben die vriendelijke groeten inmiddels ook weer hun beste tijd gehad en evolueren waar je bij staat naar een volgende - ongetwijfeld tijdelijke - halte. Sinds een jaartje of tien besluiten wij onze brieven en e-mails steeds vaker met een hartelijke groet. Nu heb ik daar geen enkel probleem mee waar het gaat om een goede vriend, een familielid of een fijne broeder of zuster. Maar ik heb meer dan eens een e-mailwisseling gehad met een voor mij volslagen onbekende die het met mij blijkbaar zo vertrouwelijk had of dacht te hebben dat er prompt werd gekozen voor een hartelijke eindgroet.
Het laatste bastion dat daarin nog moest worden genomen worden is het gebruik ervan in het zakelijke verkeer. Dat tijdperk blijkt inmiddels ook aangebroken. Naar aanleiding van het overgaan naar een andere zorgverzekeraar ontving ik enige dagen geleden een brief die werd besloten met een hartelijke groet van de directeur. Nu ging hier weliswaar om een heel erge christelijke verzekeraar, met een directie die natuurlijk een waanzinnig groot hart heeft voor de zorg, maar toch. De brief was zakelijk.
Ik schat daarom dat, wanneer we in dit tempo doorgaan, we over een jaartje of tien, twintig elkaar gaan 'eindgroeten' met Liefs van mij, wat dan vijftig jaar daarna belachelijk ouderwets zal worden gevonden omdat iedereen dan gewoon Doei! onder zijn webmail denkt (schrijven bestaat dan niet meer).
Als een laatste Mohikaan werp ik mij, tegen beter weten in, in de strijd, daarbij staande op de barricaden en vechtend tegen de bierkaai en groet ik u allen met een zeer provocerend
Hoogachtend,
Uw Heer van Stand(vastigheid)
zaterdag 29 december 2012
De zonden mijner jeugd
Nu overal in Nederland weer volop vuurwerk wordt verkocht en afgestoken moet ik weer denken aan een gebeurtenis in - naar ik meen - 1972.
Ik logeerde die kerstvakantie bij puber in crime vriendje B. en we waren samen al wel dik 28 jaar en daarmee oud genoeg voor vuurwerk, dachten we zo. Maar toch. Zonder medeweten van zijn ouders en al helemaal zonder die van mijn moeder zwierven we in het vroege avonduur door de straten van Vlaardingen Holy. Hoewel die naam anders doet vermoeden was er verdacht weinig heiligs aan onze handel en wandel. Een eufemisme, bewust verkozen wij het duister voor het licht. Weliswaar om in die duisternis een lichtje te willen ontsteken, maar niet noodzakelijkerwijs met als doel om daarmee zelf een licht te zijn. Die duisternis gebruikten wij louter en alleen voor het volvoeren van onze snode plannen.
Met onze jaszakken boordevol knalvuurwerk en een heuse aansteker stonden we, gierend van de adrenaline, op scherp om de hele zaak zo snel mogelijk in de hens te steken. Pang! Boem! Knal! We gingen als het kinderen betaamd volledig op in ons heerlijke spel. Zozeer zelfs dat we de passerende auto van de Lange Arm der Wet op geen stukken na hoorden naderen. De inzittenden daarvan hoorden ons natuurlijk al verre en roken - mede daardoor - ook inmiddels lont. Om in stijl te blijven: wij schrokken ons rot op het moment dat wij de twee agenten ons zagen naderen. Vluchten kon niet meer, dat wisten we (het was in die dagen zelfs een hitsingle) en we waren er gewoon gloeiend bij. Gloeien deden we al, maar nu des te meer. We moesten subiet onze namen en adressen opgeven. Dat deden we gedwee, B. als eerste. Toen de verbaliserende agent hoorde dat ik niet in Vlaardingen woonde, maar in Arnhem, aarzelde hij even. Werd hij hier door dit tweede snotneusje nu ook nog voor de gek gehouden? Maar nee, mijn goudeerlijk gereformeerde smoelwerk was afdoende overtuigend.
Na het administratieve gedeelte volgde een korte body check waarbij de agenten nog ruimschoots een aantal handen vol rotjes uit onze jaszakken visten. Berooid en verslagen bleven wij achter. De adrealine was verdwenen en verwisseld voor doffe berusting. Of eigenlijk verontrusting. Want stel je voor dat deze wouten onze ouders gingen inlichten. Dan zouden de rapen gaar zijn. En wij lustten niet eens rapen. We waren er niet gerust op en hoopten er maar het beste van. Wat moet je anders? Inmiddels voelden we ons weer gewoon 2 x 14 en liepen met de staart tussen de benen naar B.'s ouderlijk huis. Daar speelden wij de vermoorde onschuld en deden die avond verder alles wat billijk en betamelijk was.
Nooit hebben wij iets meer gehoord van ons proces verbaal. Het voelde als genade voor recht. Toen moet de kiem zijn gelegd voor onze latere individuele zoektocht naar de Genade die je alleen recht doet door die met een hoofdletter te schrijven. Amazing Grace how sweet the sound. Dat geluid was nog lichtjaren verwijderd van die twee ontgoochelde puistenkoppen op die gewraakte decemberavond in Holy. Jongens waren wij nog. Maar, aardige jongens. Al Zeg ik het Nu Zelf.
Ik logeerde die kerstvakantie bij puber in crime vriendje B. en we waren samen al wel dik 28 jaar en daarmee oud genoeg voor vuurwerk, dachten we zo. Maar toch. Zonder medeweten van zijn ouders en al helemaal zonder die van mijn moeder zwierven we in het vroege avonduur door de straten van Vlaardingen Holy. Hoewel die naam anders doet vermoeden was er verdacht weinig heiligs aan onze handel en wandel. Een eufemisme, bewust verkozen wij het duister voor het licht. Weliswaar om in die duisternis een lichtje te willen ontsteken, maar niet noodzakelijkerwijs met als doel om daarmee zelf een licht te zijn. Die duisternis gebruikten wij louter en alleen voor het volvoeren van onze snode plannen.
Met onze jaszakken boordevol knalvuurwerk en een heuse aansteker stonden we, gierend van de adrenaline, op scherp om de hele zaak zo snel mogelijk in de hens te steken. Pang! Boem! Knal! We gingen als het kinderen betaamd volledig op in ons heerlijke spel. Zozeer zelfs dat we de passerende auto van de Lange Arm der Wet op geen stukken na hoorden naderen. De inzittenden daarvan hoorden ons natuurlijk al verre en roken - mede daardoor - ook inmiddels lont. Om in stijl te blijven: wij schrokken ons rot op het moment dat wij de twee agenten ons zagen naderen. Vluchten kon niet meer, dat wisten we (het was in die dagen zelfs een hitsingle) en we waren er gewoon gloeiend bij. Gloeien deden we al, maar nu des te meer. We moesten subiet onze namen en adressen opgeven. Dat deden we gedwee, B. als eerste. Toen de verbaliserende agent hoorde dat ik niet in Vlaardingen woonde, maar in Arnhem, aarzelde hij even. Werd hij hier door dit tweede snotneusje nu ook nog voor de gek gehouden? Maar nee, mijn goudeerlijk gereformeerde smoelwerk was afdoende overtuigend.
Na het administratieve gedeelte volgde een korte body check waarbij de agenten nog ruimschoots een aantal handen vol rotjes uit onze jaszakken visten. Berooid en verslagen bleven wij achter. De adrealine was verdwenen en verwisseld voor doffe berusting. Of eigenlijk verontrusting. Want stel je voor dat deze wouten onze ouders gingen inlichten. Dan zouden de rapen gaar zijn. En wij lustten niet eens rapen. We waren er niet gerust op en hoopten er maar het beste van. Wat moet je anders? Inmiddels voelden we ons weer gewoon 2 x 14 en liepen met de staart tussen de benen naar B.'s ouderlijk huis. Daar speelden wij de vermoorde onschuld en deden die avond verder alles wat billijk en betamelijk was.
Nooit hebben wij iets meer gehoord van ons proces verbaal. Het voelde als genade voor recht. Toen moet de kiem zijn gelegd voor onze latere individuele zoektocht naar de Genade die je alleen recht doet door die met een hoofdletter te schrijven. Amazing Grace how sweet the sound. Dat geluid was nog lichtjaren verwijderd van die twee ontgoochelde puistenkoppen op die gewraakte decemberavond in Holy. Jongens waren wij nog. Maar, aardige jongens. Al Zeg ik het Nu Zelf.
maandag 24 december 2012
De Kerstman in Albert Heijn
Albert Heijn,19 december 2009 - 14.17 uur. Ik parkeer mijn karretje
bij kassa 4 en zet voorzichtig de zes levensmiddelen, die ik even daarvoor ijlings
uit de schappen plukte, op de lopende band. Op twee ervan prijken 35% kortingstickers,
want van columns schrijven word ik niet vet. Uit mijn rechterooghoek zie ik een
kerstkabouter (die door menigeen steevast abusievelijk als kerstman wordt
aangeduid) aan komen lopen. Gewoon negeren, zeg ik tegen mijzelf, en ik richt
me tot de caissière. De bolle buik komt echter mijn kant op en ik vermoed dat
hij even achter mij langs de winkel in wil. Nu ben ik van huis uit natuurlijk enorm
haatdragend tegenover zo’n geïncarneerd reclamebord van alles wat maar
enigszins fout is rond 25 december. En dat is veel. Denk aan materialisme,
egocentrisme, heidense zonnewendevieringen en niet te vergeten Coca Cola: ooit
de bedenker van dit vadsige consumptie-icoon.
Toch wint dit keer mijn goede inborst. Ja, echt. In plaats
van hem pootje te lichten, maak ik me klaar om deze nepklaas hoffelijk achter
mij langs te laten gaan, maar tot mijn verbazing gaat hij pontificaal naast me
staan en trekt doodleuk een creditcard door het pinapparaat. Ik begrijp over
het algemeen al vrij weinig, dus laat staan dit. Dat wordt er niet beter op als
de muts orakelt: ‘Je gelooft je ogen zeker niet, hè?’ Een understatement: ik
ben in opperste verwarring. Wordt me hier een poets gebakken? En zo ja, welke
houding moet ik aannemen: woede, irritatie, afkeer? Of - geheel in stijl - goedgemutstheid
in dit geval dan maar? Ik besluit een neutrale houding aan te nemen en wend me opnieuw
tot het wettige gezag in dezen: de caissière. ‘Ik begrijp niet wat er hier
gebeurt,’ spreek ik naar waarheid. ‘Er is zojuist voor u betaald, meneer. Dit is
een actie van de winkeliersvereniging,’ helpt de kassajuf deze oude sukkel weer
op weg. Nu weet ik al helemaal niet meer waar ik moet kijken. Hoogste tijd dus
om iets doms te zeggen. ‘Ik geloof eigenlijk niet in kabouters,’ blaat ik laaghartig
in een poging om niet al te meegaand over te komen. In mijn ziel vecht Scrooge een
ongelijke strijd tegen mijn principiële inborst. De vrek wint. Ik pers er nog
een ‘nou, bedankt’ uit en verdwijn gauw naar huis.
Daar aangekomen word ik weer wat vromer en besef het
volgende: Onverwacht, onverdiend en zonder tegenprestatie te eisen heeft de
Kerstman voor mij betaald. Deze ouwe Scrooge werd alles zomaar kwijtgescholden.
En zo ontving ik voor het eerst in mijn leven waarachtig een zalige AH-erlebnis...
donderdag 13 december 2012
woensdag 12 december 2012
Met de kennis van nu (15)
Met de kennis van nu zou de gemeente in Laodicéa alleen nog
maar geld hebben besteed aan gelouterd goud, witte kleding en ogenzalf. En misschien
ook aan de oorarts.
dinsdag 11 december 2012
Met de kennis van nu (14)
Met de kennis van nu hadden de Farizeeën en Schriftgeleerden
Jezus zijn woorden niet betaald gezet, maar in henzelf gestalte laten worden.
maandag 10 december 2012
Met de kennis van nu (13)
Met de kennis van nu zouden Ananias en Saffira niet samen
met het stuk afgedankte grond ook hun geweten in de uitverkoop hebben gedaan.
zondag 9 december 2012
Met de kennis van nu (12)
Met de kennis van nu zou Kaïn heel andere zaken hebben
geslachtofferd dan zijn eigen broer.
zaterdag 8 december 2012
Met de kennis van nu (11)
Met de kennis van nu zou de vrouw van Lot zichzelf op het
moment suprême niet van haar Lot hebben afgewend en daarmee juist haar lot
hebben gekeerd.
vrijdag 7 december 2012
Met de kennis van nu (10)
Met de kennis van nu zou het ten hemelschreiende bouwproject
Babel nooit zelfs ook maar van de grond zijn gekomen. Want ook hoogbouw komt voor
de val.
donderdag 6 december 2012
Met de kennis van nu (9)
Met de kennis van nu was het volk Israël, toen Mozes maar
niet terugkwam van de Horeb, nooit een goudinzamelactie begonnen om met z’n
allen te gaan stieren in de woestijn.
woensdag 5 december 2012
Met de kennis van nu (8)
Met de kennis van nu had David, onder het motto bloot slaat dood, zijn oog uitgerukt toen hij zijn buurvrouw per ongeluk expres zag baden.
dinsdag 4 december 2012
Met de kennis van nu (7)
Met de kennis van nu waren de buren van Noach uit volle
overtuiging met hem het schip in gegaan, nadat ze hun eigen schepen achter zich
hadden verbrand.
maandag 3 december 2012
Met de kennis van nu (6)
Met de kennis van nu had koningin Vashti vanuit haar ivoren
toren geen hoofdpijn gefingeerd, maar hooguit laten weten dat ze zich nog wel even
zou willen opdoffen om naar het feest te gaan.
zondag 2 december 2012
Met de kennis van nu (5)
Met de kennis van nu had de farao het bij één plaagje
gelaten en direct daarna het aantal religieuze feestdagen voor allochtonen
substantieel verhoogd.
zaterdag 1 december 2012
Met de kennis van nu (4)
Met de kennis van nu had Pilatus ten eerste beter naar zijn
vrouw geluisterd en ten tweede daardoor niet zijn handen, maar zijn hart in
onschuld kunnen wassen.
vrijdag 30 november 2012
Met de kennis van nu (3)
Met de kennis van nu zou de barmhartige Samaritaan zelfs
nooit hebben geweten van de brute overval, omdat het slachtoffer daarvan al lang
en breed door de priester en de Leviet gezamenlijk naar de herberg was
gebracht.
donderdag 29 november 2012
Met de kennis van nu (2)
Met de kennis van nu had de Farizeeër in de tempel, in plaats
van afstand van hem te nemen, juist voorbede gedaan voor de tollenaar. Maar niet
eerst voordat hij diens gebed woord voor woord had overgenomen.
woensdag 28 november 2012
Met de kennis van nu
Met de kennis van nu had de rijke man zijn buurman Lazarus niet
voor lucht aangezien, maar voor zijn pleegzoon.
zondag 25 november 2012
Emotionele Omroep
LEEF. Zo het het 'magazine voor EO-leden' dat onlangs bij de Visie mee door de brievenbus gleed.
Eén van de personen die in LEEF aan het woord komen is de BN'er Jan Vayne. U weet wel: de hippe pianist met het lange haar. Al direct in de eerste zinnen van het artikel over hem komen we aan de wee dat hij zich helemaal thuisvoelt in een kerkelijke ambiance. Hij kocht zelfs een 'romantische kloosterkapel' in Kampen. Maar hoewel hij dus daadwerkelijk in een kerk woont, komt hij er in feite nooit. Want de meeste kerkdiensten vindt Jan ouderwets, doods en dogmatisch. "De kerk heeft mij eigenlijk nooit aangesproken", betoogt hij om vervolgens te belijden dat hij liever op zijn eigen manier gelooft. Ook heeft hij een mening over Jezus. "Die heb ik nooit zo goed begrepen." Dat hij daarmee niet liegt blijkt direct uit het vervolg: "Ik kan niet zoveel met de gedachte dat je alleen via Hem bij de Vader kunt komen. (...) Wel zie ik Hem als een goed voorbeeld, een rolmodel en katalysator voor een betere wereld." Zo kan Jan Vayne ook goed zonder de kerk Jezus navolgen en een "Christusfiguur zijn" in deze wereld.
Tja.
Dat de Evangelische Omroep ruimte geeft aan een postmoderne gelovige die "nergens aan vast wil zitten" maar desalniettemin toch Christus denkt te volgen is tot daar aan toe. Maar dat er in hetzelfde LEEF een soort advertentie staat onder de noemer "Aanraders en ledenvoordeel" voor een kerstviering middels een improvisatieconcert van dezelfde Jan Vayne doet mijn beide klompen breken.
In opgezwollen proza wordt deze kerstviering de lezer aangeprezen. Maar hoe opgetuigd de taal ook is, zij liegt niet. Direct wordt duidelijk waar het in deze viering om gaat. In een "typisch ouderwetse kerstsfeer" wordt de bezoeker "in vervoering" gebracht. Door de Heilige Geest, denkt u wellicht? Toch niet: het is door het "onnavolgbare pianospel" van "meesterpianist" Jan Vayne zelf die u hierin zal gaan leiden. De "gezelligheid in zijn voormalige kloosterkapel" zal het 'm daarbij gaan doen. En om het plaatje helemaal compleet te maken krijgt de kerstvierder (kaarten aan kassa: € 27,50) ook nog een kop warme chocolademelk of glühwein aangeboden. Zo is "uw feest compleet".
Uw feest. Het feest dus van de herdenking van de geboorte van het rolmodel voor een betere wereld in Jan Vayne's eigen kerk. Dit feest is niet mijn feest en dat geldt ook voor Jans kerk. Niet omdat ik een sfeervolle ambiance niet zou kunnen waarderen of geen chocolademelk lust. Maar wel omdat mijn broeder Paulus daarover (met weinig romantische woorden) iets heeft geschreven in onder andere zijn brief aan de Galaten (Gal 1:8).
Ondertussen is de apostel Paulus inmiddels ingegaan in de rust van zijn HEER, maar viert meester Jan Vain - daarin aanbevolen door de EO - in zijn eigen kerk een kostelijk gloeiwijnfeestje ter ere van ... ja, van wie of wat eigenlijk?
Eén van de personen die in LEEF aan het woord komen is de BN'er Jan Vayne. U weet wel: de hippe pianist met het lange haar. Al direct in de eerste zinnen van het artikel over hem komen we aan de wee dat hij zich helemaal thuisvoelt in een kerkelijke ambiance. Hij kocht zelfs een 'romantische kloosterkapel' in Kampen. Maar hoewel hij dus daadwerkelijk in een kerk woont, komt hij er in feite nooit. Want de meeste kerkdiensten vindt Jan ouderwets, doods en dogmatisch. "De kerk heeft mij eigenlijk nooit aangesproken", betoogt hij om vervolgens te belijden dat hij liever op zijn eigen manier gelooft. Ook heeft hij een mening over Jezus. "Die heb ik nooit zo goed begrepen." Dat hij daarmee niet liegt blijkt direct uit het vervolg: "Ik kan niet zoveel met de gedachte dat je alleen via Hem bij de Vader kunt komen. (...) Wel zie ik Hem als een goed voorbeeld, een rolmodel en katalysator voor een betere wereld." Zo kan Jan Vayne ook goed zonder de kerk Jezus navolgen en een "Christusfiguur zijn" in deze wereld.
Tja.
Dat de Evangelische Omroep ruimte geeft aan een postmoderne gelovige die "nergens aan vast wil zitten" maar desalniettemin toch Christus denkt te volgen is tot daar aan toe. Maar dat er in hetzelfde LEEF een soort advertentie staat onder de noemer "Aanraders en ledenvoordeel" voor een kerstviering middels een improvisatieconcert van dezelfde Jan Vayne doet mijn beide klompen breken.
In opgezwollen proza wordt deze kerstviering de lezer aangeprezen. Maar hoe opgetuigd de taal ook is, zij liegt niet. Direct wordt duidelijk waar het in deze viering om gaat. In een "typisch ouderwetse kerstsfeer" wordt de bezoeker "in vervoering" gebracht. Door de Heilige Geest, denkt u wellicht? Toch niet: het is door het "onnavolgbare pianospel" van "meesterpianist" Jan Vayne zelf die u hierin zal gaan leiden. De "gezelligheid in zijn voormalige kloosterkapel" zal het 'm daarbij gaan doen. En om het plaatje helemaal compleet te maken krijgt de kerstvierder (kaarten aan kassa: € 27,50) ook nog een kop warme chocolademelk of glühwein aangeboden. Zo is "uw feest compleet".
Uw feest. Het feest dus van de herdenking van de geboorte van het rolmodel voor een betere wereld in Jan Vayne's eigen kerk. Dit feest is niet mijn feest en dat geldt ook voor Jans kerk. Niet omdat ik een sfeervolle ambiance niet zou kunnen waarderen of geen chocolademelk lust. Maar wel omdat mijn broeder Paulus daarover (met weinig romantische woorden) iets heeft geschreven in onder andere zijn brief aan de Galaten (Gal 1:8).
Ondertussen is de apostel Paulus inmiddels ingegaan in de rust van zijn HEER, maar viert meester Jan Vain - daarin aanbevolen door de EO - in zijn eigen kerk een kostelijk gloeiwijnfeestje ter ere van ... ja, van wie of wat eigenlijk?
maandag 19 november 2012
Column: Een vrolijk gezang
Toeval. Het
bestaat echt. Niet alleen in de combinatie van plaats en tijd, maar
bijvoorbeeld ook in de muziek. Wie het bekende beginregeltje ‘Ik ben kabouter
Plop’ zingt en dat naast Gezang 249 legt, zal ontdekken dat deze muzikaal identiek
zijn. Wie de Plopwoorden nog even doorzingt op deze wijs van ‘Wij leven van de
wind’ komt er nog een aardig eindje mee weg ook.
Tijdens een
kort verjaardagsbezoek bij een gezin met jonge pubers en een spitsvondige vader
wordt, tot groot vermaak van mijn zoons, deze toevalstreffer opgedist. Zodra ze
thuis komen en zich in hun slaapkamer op de Lego storten, hoor ik van boven algauw
de nieuw geleerde, alternatieve versie van het Ploplied voorbij komen. Omdat ik
voorzie dat onze jongens spontaan de slappe lach zullen krijgen als dit lied
ooit nog eens op zondagmorgen in de kerk gezongen gaat worden, brul ik naar
boven dat ze onmiddellijk moeten stoppen. Later leg ik het ook nog maar even
uit. Ze begrijpen het wel, maar jammer blijft het. Want dezelfde uitleg moest
ook al eens gegeven worden na het zien van een televisieaflevering van Mister
Bean. Daarin woonde deze Britse kwast een kerkdienst bij waarbij hij zichtbaar veel
moeite moest doen om niet in slaap te vallen tijdens de preek. Dat was nog wel herkenbaar.
Maar verder had Mister Bean geen gezangenbundel bij zich en spiekte hij daarom bij
zijn hooghartige buurman in de kerkbank totdat die dat opmerkte en met
venijnige blik de arme Bean het zicht ontnam. Dus murmelde die maar wat voor
zich uit, totdat hij bij het einde van elk vers kwam: het driewerf ‘halleluja’
kon hij uit het hoofd meezingen. Dat deed hij dan ook drie maal zo luid, als
moest de schade van alle verloren zinnen weer ingehaald worden. Zeer amusant,
zo vond ook onze oudste. Maar toen Gezang 400 op een zondagmorgen een keer in
de kerk bij ons in het dorp werd gezongen waren de rapen gaar.
Wij leven als christelijk gezin met twee besmette liederen uit het Liedboek der kerken. Humor heeft zijn prijs.
Wij leven als christelijk gezin met twee besmette liederen uit het Liedboek der kerken. Humor heeft zijn prijs.
(Deze column werd in 2009 gepubliceerd in Aan de Hand.)
woensdag 14 november 2012
Sadder and wiser
Afgelopen zaterdag ben ik, door enig toeval, in Rommeldam geweest, de stad van mijn jeugd. Aanvankelijk zou ik samen met vriend B. naar 's Hertogenbosch afreizen om daar gebroederlijk de statige en stokoude Heilige Jan te bezoeken, maar helaas gooide zowel een kapot treinstel van de NS alsook de defecte automobiel van B. roet in het eten. Jan moest dus nog even wachten, maar gelukkig heeft hij nooit haast. Je bent een heilige of je bent het niet.
Dan dus maar Rommeldam. Het voelde goed om daar weer eens te zijn, ook al was het koud en nat en winderig. 't Liefs bezoek ik mijn geboortegrond namelijk op een zonnige zomerse dag zodat ik alles goed kan zien zonder de handicaps van allerhande weerkundige ongemakken, maar men kan niet alles hebben in dit ondermaanse bestaan.
Het enige wat mij eigenlijk nogal tegenviel was eh... mijzelf. Dit moet ik even uitleggen. U moet namelijk weten dat ik enigszins behept ben met het Peter Pansyndroom. Ergens diep in mijn psyche heb ik altijd het waanidee omklemt dat nou juist ik degene ben die niet ouder word en voor altijd en forever young blijft. Zeg nu zelf, vergeleken bij vriend B. ben ik van ons twee toch maar mooi degene die de minste kilo's weegt en opnieuw vergeleken met hem het nog ruimschoots wint waar het gaat om de hoeveelheid - of hoeweinigheid - hoofdhaar (actuele stand 4 - 0). En ook als het gaat om jeugdig elan, rebelsheid en hoogstaand cultureel leven waande ik mij van ons tweeën koning in het land der blinden.
Die waan bleef in stand tot het moment dat wij ons in Rommeldam even moesten haasten om een aansluitende metroverbinding te halen. Met de souplesse van een jonge god spoedde vriend B. zich met een noodgang (in Rommeldam beter bekend als een rotgang) van de trap af om ruimschoots als eerste van ons twee in de metro te stappen. En dat zonder ademnood. In feite was ik nog maar nauwelijks begonnen af te dalen toen B. allang beneden was en in feite al met één been in de metro stond.
Alsof deze vernedering nog niet voldoende was en mijn ego nog meer moest worden getergd wist B. zich ook nog op te werpen als de Grote Begeleider en Gids in het rauwe en chaotische urbane leven van dit deel van de Randstad. Nadat ik had moeten toegeven dat ik mijn OVchipkaart was vergeten mee te nemen loodse hij mij - als ware ik het provinciaaltje dat ik inmiddels in feite ook ben - vakkundig en zonder poeha door de catacomben van de Rommeldamse ondergrondse, wees mij minzaam waar ik mijn inmiddels duur verwonnen kaartje tegenaan moest houden en wachtte een aantal malen met beschermengelengeduld totdat ook ik mij daarheen spoedde waar hij even tevoren al was gearriveerd.
En dat allemaal terwijl uitgerekend ik de oudste (en dan toch dus ook wijste?) van ons tweeën ben. Wij schelen welgeteld precies twaalf dagen en dat merk je uiteindelijk toch. Twaalf is namelijk niets minder dan een Bijbelse volheid, dus vandaar natuurlijk. Maar desalniettemin. Na mijn bezoek aan mijn native city voelde ik mijzelf niet zozeer ouder en wijzer, maar voornamelijk sadder en wiser. Ach, er staat ook niet voor niets in de Heilige Schrift "kennis vermeerdert smart" geschreven.
En over kennis gesproken: zouden ze bij de LOI ook een cursus Randstedelijk leven voor senioren hebben? Dan wil ik daar graag eens naar toe. Kan ik daar als jongste lekker weer eens de Peter Pan uithangen!
Dan dus maar Rommeldam. Het voelde goed om daar weer eens te zijn, ook al was het koud en nat en winderig. 't Liefs bezoek ik mijn geboortegrond namelijk op een zonnige zomerse dag zodat ik alles goed kan zien zonder de handicaps van allerhande weerkundige ongemakken, maar men kan niet alles hebben in dit ondermaanse bestaan.
Het enige wat mij eigenlijk nogal tegenviel was eh... mijzelf. Dit moet ik even uitleggen. U moet namelijk weten dat ik enigszins behept ben met het Peter Pansyndroom. Ergens diep in mijn psyche heb ik altijd het waanidee omklemt dat nou juist ik degene ben die niet ouder word en voor altijd en forever young blijft. Zeg nu zelf, vergeleken bij vriend B. ben ik van ons twee toch maar mooi degene die de minste kilo's weegt en opnieuw vergeleken met hem het nog ruimschoots wint waar het gaat om de hoeveelheid - of hoeweinigheid - hoofdhaar (actuele stand 4 - 0). En ook als het gaat om jeugdig elan, rebelsheid en hoogstaand cultureel leven waande ik mij van ons tweeën koning in het land der blinden.
Die waan bleef in stand tot het moment dat wij ons in Rommeldam even moesten haasten om een aansluitende metroverbinding te halen. Met de souplesse van een jonge god spoedde vriend B. zich met een noodgang (in Rommeldam beter bekend als een rotgang) van de trap af om ruimschoots als eerste van ons twee in de metro te stappen. En dat zonder ademnood. In feite was ik nog maar nauwelijks begonnen af te dalen toen B. allang beneden was en in feite al met één been in de metro stond.
Alsof deze vernedering nog niet voldoende was en mijn ego nog meer moest worden getergd wist B. zich ook nog op te werpen als de Grote Begeleider en Gids in het rauwe en chaotische urbane leven van dit deel van de Randstad. Nadat ik had moeten toegeven dat ik mijn OVchipkaart was vergeten mee te nemen loodse hij mij - als ware ik het provinciaaltje dat ik inmiddels in feite ook ben - vakkundig en zonder poeha door de catacomben van de Rommeldamse ondergrondse, wees mij minzaam waar ik mijn inmiddels duur verwonnen kaartje tegenaan moest houden en wachtte een aantal malen met beschermengelengeduld totdat ook ik mij daarheen spoedde waar hij even tevoren al was gearriveerd.
En dat allemaal terwijl uitgerekend ik de oudste (en dan toch dus ook wijste?) van ons tweeën ben. Wij schelen welgeteld precies twaalf dagen en dat merk je uiteindelijk toch. Twaalf is namelijk niets minder dan een Bijbelse volheid, dus vandaar natuurlijk. Maar desalniettemin. Na mijn bezoek aan mijn native city voelde ik mijzelf niet zozeer ouder en wijzer, maar voornamelijk sadder en wiser. Ach, er staat ook niet voor niets in de Heilige Schrift "kennis vermeerdert smart" geschreven.
En over kennis gesproken: zouden ze bij de LOI ook een cursus Randstedelijk leven voor senioren hebben? Dan wil ik daar graag eens naar toe. Kan ik daar als jongste lekker weer eens de Peter Pan uithangen!
maandag 5 november 2012
Sint Silvester slaapt
Er schijnt een Dagkalender Van Alle Heiligen te bestaan. Ik
las over dit boek op internet. Over alle heiligen die in Nederland ooit zijn of
nog steeds worden aangeroepen staan hier leuke, interessante, ja zelfs nuttige
wetenswaardigheden in. Zo wordt er antwoord gegeven op vragen als: Waarom is
Isidorus de beschermheilige van de landbouw, waarom vindt Anthonius verloren
voorwerpen terug, waarom wordt de heilige Apollonia aangeroepen bij tandpijn en
de Heilige Rita voor “hopeloze gevallen”.
Maar het kan nog merkwaardiger: hoe kwam het dat Theresia
van Avila overleed in de nacht van 4 op 15 oktober 1582 en waarom was het dat
er in datzelfde jaar na Kerstmis elf dagen weggelaten werden? Ja, u leest het
goed.
Er staat ook iets aardigs in over mijn illustere naamgenoot:
de vrome Silvester de Eerste, de - volgens internetencyclopedie Wikipedia
‘uiterst belangrijke’ - 33ste paus van de rooms-katholieke kerk. Is
deze Silvester bij Wikipedia nog de patroonheilige van het nieuwe jaar, de
goede oogst en – o gruwel – van de huisdieren, in de Dagkalender Van Alle
Heiligen staat hij weer anders te boek. Ik citeer de gevonden website daarover:
De laatste avond van het jaar noemt men nog altijd
Silvesteravond, naar Silvester I, die van 314 tot 335 paus was. Een vrome man.
Het blijft ook de auteurs volkomen onduidelijk waarom hij de patroon van de
langslapers is.
Welnu: laat ik de auteurs uit de eh…droom helpen, de
geschiedenis alsnog haar loop laten nemen en een van mijn oude hobby’s hierbij
voor de rest van dit ondermaanse bestaan rechtvaardigen zoniet vergeestelijken.
Natuurlijk bleef het de auteurs van dit ongetwijfeld fraaie
boekwerk tot nu toe onduidelijk waarom de heilige Silvester de patroon van de
langslapers is. Het wachten was, hoe kan het ook anders, op het voorjaar van
1957 toen de zoveelste naamgenoot van deze paus het levenslicht zag in de mooie
stad van Rotterdam. In zijn vroege tienerjaren ontdekte ondergetekende reeds de
geneugten van het langslapen en tot lang nadien verstond hij de kunst van het
uitslapen. Wie niet beter wist, zou denken dat hij daarvoor een speciale gave
had gekregen. Vandaar en zodoende dus dat patroonschap.
Kent u overigens het hierbij horende verhaal van de
zevenslapers? Vast niet en daarom hierbij dan.
De zevenslapers waren zeven broeders uit Efeze, die volgens
de overlevering gedurende de vervolging van de christenen onder keizer Decius
in een hol in slaap vielen en 150 jaar later onder keizer Theodosius weer
ontwaakten. Ik wed: bij die zeven broeders zat vast een Silvester. En wat
zullen die ontwaakte broeders toen hebben geroepen?
‘Sliep uit! Sliep uit! Sliep uit!’
zondag 28 oktober 2012
Over de liefde
Mensen, het gaat goed met Nederland!
In de zaterdageditie van ons dagblad las ik een advertentie over een nieuw tijdschrift. Een heel tijdschrift met maar één onderwerp: de liefde. Om geheel en al duidelijk te zijn hebben de makers van dit tijdschrift het blad daarom ook maar zo genoemd. Met als heldere ondertitel: een magazine over het belangrijkste in het leven.
Het belangrijkste in het leven. Dat kan alleen betekenen dat het over de Liefde in persoon Zelf gaat natuurlijk. Nee dus. Het 'magazine' is geen christelijk tijdschrift. Hoewel ik die illusie nog wel even koesterde toen ik op de cover nog de artikeltitel ontwaardde "EEUWIGE LIEFDE BESTAAT". Ja, maar nee.
Niet alleen is De Liefde geen christelijk tijdschrift, maar het gaat over het tegenovergestelde van de liefde. Hoe ik dit zo goed weet? Door diezelfde advertentie. Ik hoefde letterlijk niet verder te kijken dan mijn neus lang is. Want onder de coverfoto stonden precies vier artikelonderwerpen waarmee de twijfelende consument over de streep diende te worden getrokken:
1. Een voor mij onbekende bekende Nederlander over haar scheiding.
2. Iets over penisnijd.
3. Iets over de affaires van twee bekende schrijvers.
4. Een test die kan uitwijzen of je partner vreemd gaat.
Een tijdschrift over de liefde dat bol staat van de artikelen over het ontbreken van liefde.
Mensen, het gaat slecht met Nederland!
In de zaterdageditie van ons dagblad las ik een advertentie over een nieuw tijdschrift. Een heel tijdschrift met maar één onderwerp: de liefde. Om geheel en al duidelijk te zijn hebben de makers van dit tijdschrift het blad daarom ook maar zo genoemd. Met als heldere ondertitel: een magazine over het belangrijkste in het leven.
Het belangrijkste in het leven. Dat kan alleen betekenen dat het over de Liefde in persoon Zelf gaat natuurlijk. Nee dus. Het 'magazine' is geen christelijk tijdschrift. Hoewel ik die illusie nog wel even koesterde toen ik op de cover nog de artikeltitel ontwaardde "EEUWIGE LIEFDE BESTAAT". Ja, maar nee.
Niet alleen is De Liefde geen christelijk tijdschrift, maar het gaat over het tegenovergestelde van de liefde. Hoe ik dit zo goed weet? Door diezelfde advertentie. Ik hoefde letterlijk niet verder te kijken dan mijn neus lang is. Want onder de coverfoto stonden precies vier artikelonderwerpen waarmee de twijfelende consument over de streep diende te worden getrokken:
1. Een voor mij onbekende bekende Nederlander over haar scheiding.
2. Iets over penisnijd.
3. Iets over de affaires van twee bekende schrijvers.
4. Een test die kan uitwijzen of je partner vreemd gaat.
Een tijdschrift over de liefde dat bol staat van de artikelen over het ontbreken van liefde.
Mensen, het gaat slecht met Nederland!
donderdag 25 oktober 2012
Uit mijn doppen kijken
Ha!
Eindelijk kon ik weer eens laten zien dat ik als tweelinkerhandige man zo af en
toe best mijn mannetje sta. Luuks dynamo deed het niet meer en dus moest er een
nieuw dopje op. Ik weet namelijk wel twee dingen van een fiets en dit was er
toevallig één van. Ik viste zo’n dopje
uit de tas met fietsbenodigdheden en commandeerde Luuk hiermee naar zijn
dynamo. ‘Houd je kop goed bij je dop!’, riep ik niets te beroerd voor een
flauwe woordgrap hem nog achterna. Even later was hij al weer terug. Hij kreeg
het oude dopje er niet af. De slappeling. Ook zei hij nog iets over een ander
systeem of zo, maar dat wuifde ik vastberaden weg. Tijd voor een patriarchaal
ingrijpen. Voorwaar: een oud dopje van een dynamo afhalen, hoe moeilijk kon dat
zijn? Bovendien had ik zoiets al vaker gedaan, toen bij mijn eigen fiets het
licht doofde.
Het dopje, dat totaal geen reliëf meer had, wist ruimschoots weerstand te bieden tegen een man in de kracht van zijn leven, die daardoor bedacht dat versterking slechts zou kunnen worden gevonden in de keukenla. Gewapend met een keukenmesje en behept met aanzienlijk meer adrenaline dan gezond is wendde ik mij opnieuw tot de fiets. Met ongekende krachten wist ik het oude dopje ernstig letsel toe te brengen, maar het kreng bleef desondanks verkleefd aan de dynamo. Luuk stond erbij en keek ernaar en zou zichzelf niet zijn om mij ongevraagd goedbedoeld advies toe te voegen. Het nut van zijn eerdere adviezen indachtig sloot ik bijna gewoontegetrouw mijn oren voor zijn gezwets en liet de ongetemde man in mij los. Inmiddels ontdaan van elke natuurlijke remming viel ik met brute en ongecontroleerde kracht de dynamodop aan, totdat Luuks oudere broer het toneel betrad. Die keek de zaak heel even aan en zei toen ongegeneerd: "Het dopje is er al vanaf pap, je molt nu de dynamo zelf." Opnieuw doofde mijn licht.
Het dopje, dat totaal geen reliëf meer had, wist ruimschoots weerstand te bieden tegen een man in de kracht van zijn leven, die daardoor bedacht dat versterking slechts zou kunnen worden gevonden in de keukenla. Gewapend met een keukenmesje en behept met aanzienlijk meer adrenaline dan gezond is wendde ik mij opnieuw tot de fiets. Met ongekende krachten wist ik het oude dopje ernstig letsel toe te brengen, maar het kreng bleef desondanks verkleefd aan de dynamo. Luuk stond erbij en keek ernaar en zou zichzelf niet zijn om mij ongevraagd goedbedoeld advies toe te voegen. Het nut van zijn eerdere adviezen indachtig sloot ik bijna gewoontegetrouw mijn oren voor zijn gezwets en liet de ongetemde man in mij los. Inmiddels ontdaan van elke natuurlijke remming viel ik met brute en ongecontroleerde kracht de dynamodop aan, totdat Luuks oudere broer het toneel betrad. Die keek de zaak heel even aan en zei toen ongegeneerd: "Het dopje is er al vanaf pap, je molt nu de dynamo zelf." Opnieuw doofde mijn licht.
vrijdag 19 oktober 2012
Achtbaan
Als
je in een volle trein door de Randstad rijdt en je komt over een viaduct met
daaronder een achtbaanssnelweg en je ziet de talloze auto's onder je voorbij
zoeven. Als je nadenkt over al die
mensen in hun blikjes, op weg naar ergens. Als je daarbij beseft dat er geen
mens is die al die mensen zal kunnen kennen. Als je nadenkt over hoeveel mensen
er eigenlijk om je heen zijn, en dat al die mensen hun leven leiden met hun
kleine en soms miezerige pleziertjes en met alle zonde, alle hoogmoed, alle oppervlakkigheid,
alle dwaasheid, maar ook met alle gebrek, alle pijn, alle gebrokenheid, alle
ellende, alle kwalen, alle … Als je weet dat er miljoenen van die mensen leven,
alleen al hier in dit ene, kleine, koude kikkerlandje. Als je de last van al
die mensen ergens in je ziel begint te voelen. Alleen al omdat je zelf ook een
zondig mens bent. Als je weet dat er iemand is die daar alles van weet. Omdat
er iemand is die al die mensen zelf geschapen heeft, in de bedoeling dat zij
zeer gelukkig zouden leven in volkomen vrijheid en in volle liefde voor hun
Schepper, de schepping en alle medeschepselen. Als je gelooft dat iemand voor
al die mensen door het vuur is gegaan. Omdat het met die volkomen vrijheid en
die volle liefde voor geen meter lukte.
Dan
weet je een beetje wat verlossing is.
Als
het lijkt alsof je door iedereen uitgelachen wordt. Als het leven zo'n pijn
doet dat geen pleister meer helpt. Als je eerlijk uitkomt voor je geloof in
Jezus en alleen maar onbegrip, spot en hoon ontmoet. Als je het duister van
deze wereld hebt gezien en daar heel akelig van wordt. Als je het wel kunt
uitschreeuwen van de pijn die in alle hevigheid op je inbeukt. Als je weg wilt
kruipen in een donker hoekje omdat niemand je geeft wat je zo nodig hebt. Als
je op momenten denkt dat je de enige bent die zo’n problematisch en complex
probleem hebt als jij. Als er vele jaren van je leven zijn verkwist of weggegooid
omdat je relaties volkomen zijn stukgelopen en vergeving verder weg dan ooit
lijkt. Als je merkt dat je hoe dan ook op een doodlopend spoor ben
terechtgekomen en er geen weg meer terug is.
Dan
wordt het tijd om God weer te ontmoeten. Hij is maar één stap van je vandaan.
maandag 17 september 2012
Column: Lange tanden
Onze jongens
zijn rampen. Op het gebied van eten dan. Om precies te zijn: het warme eten. Du moment dat wij ze iets nieuws voorzetten
gaan ze zich gedragen als ware analisten. Centimeter voor centimeter wordt dan
de onvrijwillig nieuwverworven ‘aanwinst’ op het bord uit elkaar getrokken en vanuit
een strengkritische geest becommentarieerd. Met veel argwaan gestelde vragen
als ‘wat is dit?’ en ‘kun je dit óók eten?’ gaan daarbij over tafel. Die tweede
vraag zouden ze trouwens best zelf willen beantwoorden. Onze antwoorden zijn echter
ontstellend eenduidig en luiden steevast respectievelijk: ‘lekker’ en ‘ja’. Dus
moet uiteindelijk een daad gesteld worden. Als hun warme prak bijna koud is
geworden, nemen ze - met veel misbaar en gezichten als oorwurmen - ongeveer drie
vierkante millimeter ervan op de vork en houden ze die vervolgens ergens in de
buurt van hun gezicht. Als het al zo ver komt. Want meestal is één wantrouwige
blik op het bord al genoeg om de voorspelbare en de letterlijk en figuurlijk
uitgesproken mening ‘Niet Lekker’ te doen postvatten. Of nóg bonter: als op de
vraag ‘wat eten we vanavond’ de naam van een of ander nieuwe, hun onbekende en
dus ‘exotische’ groente wordt genoemd (een Westlandse paprika kan daar ruimschoots
voor door gaan) zal hun aartsconservatieve smaak op voorhand zorg dragen voor
een rigoureuze afkeuring.
(deze column is eerder geplaatst in Aan de Hand - christelijke opvoedmagazine. www.aandehand.nl)
‘We willen
kip, patat en appelmoes, met grote klodders mayonaise,’ is een van de liedjes
die de jongens wel eens zingen. Wie zingt, liegt niet. Zij het dat mayonaise
laatst ook al bleek te vallen onder het ellenlange hoofdstuk van verdachte
voedingsmiddelen. We hadden al een jaar en een dag frietsaus op tafel staan op
patatdagen en zodoende waren ze aan dat smaakje, en dus alléén en exclusief aan
dát smaakje ja?, gewend geraakt. Soms is de wanhoop ons nabij. Eén ding houdt
me echter op de been. Ik was vroeger al net zo erg. Later, heel veel later, is
dat weer helemaal goed gekomen. Ik ben bijna omnivoor. Het wachten is nu dus op
heel veel later. Dat gaat nog even duren.
dinsdag 11 september 2012
Burgermansfatsoen
In mijn jonge jaren was het toppunt van kleinburgerlijkheid zo ongeveer het wassen van je auto op zaterdag.
Maar dat was veertig jaar geleden en sindsdien is er een hoop veranderd. Ik zie zo ongeveer niemand meer zijn of haar auto wassen. Op geen enkele dag van de week. We gaan allemaal naar de wasstraat die in Nederland trouwens steevast 'car wash' moet heten, anders begrijpen we het blijkbaar niet en gaan we pardoes onszelf daar staan wassen in plaats van ons blik.
Ook uw heer van Stand werd onlangs gemaand om zijn auto naar de wasstraat te rijden. Die zou namelijk veel beter voor 'het milieu' zijn. Ik geloofde er geen biet van. Maar het is lastig strijden tegen een meerderheid, vooral als die onder je eigen dak woont. Toch kon ik laatst revanche nemen. Een artikel in misschien wel de beste krant van Nederland gaf mij namelijk met terugwerkende kracht gelijk en snoerde mijn voordeurdelers de mond. Wat blijkt? Wie zijn auto laat wassen in de wasstraat is daar al gauw minstens honderden liters water kwijt. Met een luxe beurt kan dat oplopen tot ruim 600 liter. En daarvan wordt telkens slechts een derde deel 'milieuvriendelijk' afgebroken. Tel uit je winst, wereld.
De heer van Stand zorgt ervoor dat vieze zaken geen gewoonte gaan worden en wast daarom zijn auto uit principe twee keer per jaar (of iets minder nog). Daarvoor gebruikt hij 1 à 2 emmers water met een totaalverbruik van naar schatting 25 liter hooguit. Daarvan wordt weliswaar 0% milieuvriendelijk afgebroken, maar in vergelijking met de gemiddelde automobilist die zijn auto elke maand naar de wasstraat brengt is dat een zegen en een weldaad voor de schepping. Elke maand je auto láten wassen voor - laat ik niet overdrijven - 200 liter water per keer is dus 200 x 12 = 2400 liter water waarvan 1/3 deel vriendelijk wordt verwerkt. 2400 - 800 = 1800 liter water dat 'onvriendelijk' wordt afgebroken. Vergelijk dat eens met mijn twee emmertjes water en u weet wie de keiharde waarheid aan zijn kant heeft. Ik blijf daar verder natuurlijk heel eenvoudig onder en ga bij dit alles heel stilletjes mijn eigen weg, die - zoals u nu zult begrijpen - nooit zal leiden naar de Wasstraat.
Overigens heb ik afgelopen zaterdag - ongelooflijk kleinburgerlijk en wanstaltig reactionair - mijn eigen Oude Schicht gewassen. Pontificaal voor ons huis en goed in het zicht van alle buren. Het voelde als een provocatie tegen het nieuwe burgermansfatsoen. Het voelde goed.
Maar dat was veertig jaar geleden en sindsdien is er een hoop veranderd. Ik zie zo ongeveer niemand meer zijn of haar auto wassen. Op geen enkele dag van de week. We gaan allemaal naar de wasstraat die in Nederland trouwens steevast 'car wash' moet heten, anders begrijpen we het blijkbaar niet en gaan we pardoes onszelf daar staan wassen in plaats van ons blik.
Ook uw heer van Stand werd onlangs gemaand om zijn auto naar de wasstraat te rijden. Die zou namelijk veel beter voor 'het milieu' zijn. Ik geloofde er geen biet van. Maar het is lastig strijden tegen een meerderheid, vooral als die onder je eigen dak woont. Toch kon ik laatst revanche nemen. Een artikel in misschien wel de beste krant van Nederland gaf mij namelijk met terugwerkende kracht gelijk en snoerde mijn voordeurdelers de mond. Wat blijkt? Wie zijn auto laat wassen in de wasstraat is daar al gauw minstens honderden liters water kwijt. Met een luxe beurt kan dat oplopen tot ruim 600 liter. En daarvan wordt telkens slechts een derde deel 'milieuvriendelijk' afgebroken. Tel uit je winst, wereld.
De heer van Stand zorgt ervoor dat vieze zaken geen gewoonte gaan worden en wast daarom zijn auto uit principe twee keer per jaar (of iets minder nog). Daarvoor gebruikt hij 1 à 2 emmers water met een totaalverbruik van naar schatting 25 liter hooguit. Daarvan wordt weliswaar 0% milieuvriendelijk afgebroken, maar in vergelijking met de gemiddelde automobilist die zijn auto elke maand naar de wasstraat brengt is dat een zegen en een weldaad voor de schepping. Elke maand je auto láten wassen voor - laat ik niet overdrijven - 200 liter water per keer is dus 200 x 12 = 2400 liter water waarvan 1/3 deel vriendelijk wordt verwerkt. 2400 - 800 = 1800 liter water dat 'onvriendelijk' wordt afgebroken. Vergelijk dat eens met mijn twee emmertjes water en u weet wie de keiharde waarheid aan zijn kant heeft. Ik blijf daar verder natuurlijk heel eenvoudig onder en ga bij dit alles heel stilletjes mijn eigen weg, die - zoals u nu zult begrijpen - nooit zal leiden naar de Wasstraat.
Overigens heb ik afgelopen zaterdag - ongelooflijk kleinburgerlijk en wanstaltig reactionair - mijn eigen Oude Schicht gewassen. Pontificaal voor ons huis en goed in het zicht van alle buren. Het voelde als een provocatie tegen het nieuwe burgermansfatsoen. Het voelde goed.
vrijdag 7 september 2012
De textielverwenners
Ik heb een nieuwe trend gesignaleerd!
Sinds een tijdje worden er in Nederland bedrijven gesignaleerd die vroeger onder de stoffige naam 'stomerij' door het leven gingen. Dat de Verlichting reeds eerder had toegeslagen in het opleuken van bedrijfsnamen, daar had ik al eerder over geblogd. Denk maar even aan de letter Z en u weet het vast wel weer: Kidzz en Flitzz en Hitzz en noem maar op. Maar de stomerij was tot voor kort de dans nog ontsnapt. Hoe je al die kleding daar ook wendde of keerde en hoe hot het verder ook kan worden in een stomerij sexy werd die daarvan niet. Tot op het moment dat ergens in ons land een zoveelste geest het licht zag en de naam 'De Textielverwenners' bedacht. Met als onderschrift een slogan waarvan uw textiel alsnog (excusez le mot) bloedgeil zou moeten worden En nu is natuurlijk het hek van de dam. Een reeks van nieuwe mogelijkheden wacht enkel nog op invulling. Zal ik vast een voorzetje geven?
De dekenstrelers (beddenverkopers)
De meelmasseerders (bakkers)
De haarherscheppers (kappers)
De woordcreationisten (copywriters)
De vleesbehandelaars (slagers)
De Spierkneders (fysiotherapeuten)
De Groentestampers (versbedrijf voor kant-en-klare groenten)
De kaartknippers (conducteurs)
De Bottenzagers (chirurgenpraktijk)
De Voetenkietelaars (podologen)
De Steelsnijders (bloemisten)
De Papierprikkers (medewerkers bij de gemeentereinigingsdienst)
De Fietsdokters (rijwielhandel)
De Auto-artsen (garage)
De Fijnstrijkers (orkestje)
De Wasknijpers (wasserette)
Iemand verder nog een idee?
Groeten van
De Woordgoochelaar / De Woordkunstenaar / De Dienaar des Woords / De Letterknecht *
* doorstrepen wat niet wordt gewenst
donderdag 30 augustus 2012
Sapiens!
Als je als man met net iets te veel testosteron in je lijf de nummerinformatiedienst belt en je krijgt dan een andere man aan de lijn:
Als je als man de nummerinformatiedienst belt en je krijgt van de man die daar werkt niet direct het nummer dat je zoekt (bijvoorbeeld omdat het gewoon niet bestaat):
HOMO !!!
Als je als man de nummerinformatiedienst belt en je krijgt een man aan de lijn die een iets hoger timbre heeft dan jij (gewend bent):
HOMO !!!
Als je de nummerinformatiedienst belt en je hebt (veel) te veel alcohol gedronken en je krijgt dan N.B. ook nog een andere man aan de lijn (in plaats van een lekker wijf):
HOMO !!!
Als je de nummerinformatiedienst belt en je IQ zit ietsjes onder het landelijke gemiddelde en je krijgt dan N.B. ook nog een andere man aan de lijn (in plaats van een dom blondje met wie je dan zo prettig van stof had kunnen wisselen):
HOMO !!!
HOMO !!!
Als je als man de nummerinformatiedienst belt en je krijgt van de man die daar werkt niet direct het nummer dat je zoekt (bijvoorbeeld omdat het gewoon niet bestaat):
HOMO !!!
Als je als man de nummerinformatiedienst belt en je krijgt een man aan de lijn die een iets hoger timbre heeft dan jij (gewend bent):
HOMO !!!
Als je de nummerinformatiedienst belt en je hebt (veel) te veel alcohol gedronken en je krijgt dan N.B. ook nog een andere man aan de lijn (in plaats van een lekker wijf):
HOMO !!!
Als je de nummerinformatiedienst belt en je IQ zit ietsjes onder het landelijke gemiddelde en je krijgt dan N.B. ook nog een andere man aan de lijn (in plaats van een dom blondje met wie je dan zo prettig van stof had kunnen wisselen):
HOMO !!!
zaterdag 18 augustus 2012
dinsdag 14 augustus 2012
Ja, dat zeg ik
- Goedemorgen met de heer van Stand, van wie zoekt u het nummer?
- Van de Purrul.
- U zoekt het nummer van de Purrul? Hoe spel ik dat precies?
- Nou, gewoon, de Purrul, de optiesijn.
- ..... oooh, u bedoelt de Pearle, de opticien.
- Ja, dat zeg ik.
--------------------------------------------------------------------------------
- Goedemorgen met de heer van Stand, van wie zoekt u het nummer?
- Van Iksjesserol.
- U zoekt het nummer van Iksjesserol? Heeft u daar ook een adres bij?
- Nee, gewoon van Iksesserol, van de internet en zo.
- ..... oooh, u bedoelt het internetbedrijf XS4ALL?
- Ja, dat zeg ik.
-----------------------------------------------------------------------------------
- Goedemorgen met de heer van Stand, van wie zoekt u het nummer?
- Van de PTT.
- U zoekt het nummer van de PTT, u bedoelt waarschijnlijk Post.NL?
- Ja, dat zeg ik.
-----------------------------------------------------------------------------------
- Goedemorgen met de heer van Stand, van wie zoekt u het nummer?
- Van de Autototaalglas.
- U zoekt het nummer van de Autotaalglas?
- Ja, dat zeg ik.
----------------------------------------------------------------------------------
- Goedemorgen met de heer van Stand, van wie zoekt u het nummer?
- Van Christine le Duc.
- U zoekt het nummer van mevrouw le Duc? Ik krijg geen vermelding met deze achternaam.
- Geen vermelding???
- Dat zeg ik, ja.
woensdag 1 augustus 2012
Woordenvloed
- Goedemorgen met de Heer van Stand, van wie zoekt u het nummer?
- JA MENEER, MOETUEENSLUISTEREN. USPREEKTMETMEVROUWVANZANTEN ENIKHADGEBELDMETAPOTHEEKDEVAART, HIERINAMSTERDAM. OPDEREITSMAKADE, MAARZENEMENHELEMAALNIETOP, OMDATZENUTWAARSCHIJNLIJKTEDRUKHEBBEN. ENNUZEGTDETELEFOONDATHETEENVERKEERDNUMMERIS, ENIKSNAPERHELEMAALNIETSVANWANTIKBENAL60JAARKLANTBIJZE, ENDANZOUDENZEOPEENSEENANDERNUMMERHEBBEN. DATKANTOCHNIET?IKDRAAIALTIJDHETZELFDENUMMER
020-1235467ENDANKRIJGIKTEHORENDATHETNIETKLOPT. NOU,DATBESTAATNIET. IKWORDERHELEMAALZENUWACHTIGVAN, WANTNUHEBBENZEMEDEVERKEERDEMEDICIJNENTOEGESTUURD
ENIKMOETGEEN5MG,MAAR10MGHEBBEN. MAARNOUHEBBENZEHETVERKEERDGEDAAN ENIKKANZENIETTEPAKKENKRIJGEN. ENIKBENAL88JAARENIKWEETNIETWATIK MEVROUW ZOUMOETENDOENZONDER MEVROUW!!?? WANTIKKANHELEMAALNIKS ME-VROUW?!?!?!?! - mevrouw, van wie zoekt u het num....JANEE, DATNUMMERHEBIKWELHOORDATISWELGOED, DATDRAAIIKALTIJD DAARLIGTHETNIETAAN.HETISGEWOON 020-12345607 NETZOALSALTIJD, MAARIKBEGRIJPHETWELHOOR, ZEWILLENMEGEWOONLIEVERNIETSPREKENNATUURLIJK, IKBENALEENOUDMENSEN MEVROUW?!? ZEZIJNNATUURLIJKERGDRUKINDEWINKELMET MEVROUW!?!?!? - mevrouw, wat wilt u dat ik nu doe? NOU, DATUERVOORZORGTDATIKZETESPREKENKRIJG, WANTZENEMENELKEKEERNIETOP, ENIKMOETTOCHDIE GOEDEMEDICIJNENKRIJGEN, OMENEERIKBENHELEMAALVANSLAG,HOEMOETDATNOU, IKSNAPERNIKSVAN MEVROUW!?!? MEVROUW?!?!? ik ga u nu het nummer geven van apotheek de vaart en de comput.... NEEMENEERDATNUMMERHEBIKAL MAARIKKRIJGZENIETTEPAKKENENDAAROMBELIKU, OFUMISSCHIENZEZOUKUNNENBEREIKENEN MEVROUW?!? MEVROUW?!?! ik heb het nummer voor u gevonden van deze apotheek en de computer gaat u nu verder helpen met het nummer. JAMAARMENEERIK.....
(en toen werd ik even streng en drukte haarzelf weg en het goede nummer (het echte goede nummer dus) in haar oren. ik hoop maar dat ze er oren naar had...)
- JA MENEER, MOETUEENSLUISTEREN. USPREEKTMETMEVROUWVANZANTEN ENIKHADGEBELDMETAPOTHEEKDEVAART, HIERINAMSTERDAM. OPDEREITSMAKADE, MAARZENEMENHELEMAALNIETOP, OMDATZENUTWAARSCHIJNLIJKTEDRUKHEBBEN. ENNUZEGTDETELEFOONDATHETEENVERKEERDNUMMERIS, ENIKSNAPERHELEMAALNIETSVANWANTIKBENAL60JAARKLANTBIJZE, ENDANZOUDENZEOPEENSEENANDERNUMMERHEBBEN. DATKANTOCHNIET?IKDRAAIALTIJDHETZELFDENUMMER
020-1235467ENDANKRIJGIKTEHORENDATHETNIETKLOPT. NOU,DATBESTAATNIET. IKWORDERHELEMAALZENUWACHTIGVAN, WANTNUHEBBENZEMEDEVERKEERDEMEDICIJNENTOEGESTUURD
ENIKMOETGEEN5MG,MAAR10MGHEBBEN. MAARNOUHEBBENZEHETVERKEERDGEDAAN ENIKKANZENIETTEPAKKENKRIJGEN. ENIKBENAL88JAARENIKWEETNIETWATIK MEVROUW ZOUMOETENDOENZONDER MEVROUW!!?? WANTIKKANHELEMAALNIKS ME-VROUW?!?!?!?! - mevrouw, van wie zoekt u het num....JANEE, DATNUMMERHEBIKWELHOORDATISWELGOED, DATDRAAIIKALTIJD DAARLIGTHETNIETAAN.HETISGEWOON 020-12345607 NETZOALSALTIJD, MAARIKBEGRIJPHETWELHOOR, ZEWILLENMEGEWOONLIEVERNIETSPREKENNATUURLIJK, IKBENALEENOUDMENSEN MEVROUW?!? ZEZIJNNATUURLIJKERGDRUKINDEWINKELMET MEVROUW!?!?!? - mevrouw, wat wilt u dat ik nu doe? NOU, DATUERVOORZORGTDATIKZETESPREKENKRIJG, WANTZENEMENELKEKEERNIETOP, ENIKMOETTOCHDIE GOEDEMEDICIJNENKRIJGEN, OMENEERIKBENHELEMAALVANSLAG,HOEMOETDATNOU, IKSNAPERNIKSVAN MEVROUW!?!? MEVROUW?!?!? ik ga u nu het nummer geven van apotheek de vaart en de comput.... NEEMENEERDATNUMMERHEBIKAL MAARIKKRIJGZENIETTEPAKKENENDAAROMBELIKU, OFUMISSCHIENZEZOUKUNNENBEREIKENEN MEVROUW?!? MEVROUW?!?! ik heb het nummer voor u gevonden van deze apotheek en de computer gaat u nu verder helpen met het nummer. JAMAARMENEERIK.....
(en toen werd ik even streng en drukte haarzelf weg en het goede nummer (het echte goede nummer dus) in haar oren. ik hoop maar dat ze er oren naar had...)
vrijdag 29 juni 2012
Visie Zomerboek lezerscolumn
Ik had, daartoe aangewakkerd door een jurylid van Het Hoogste Woord - de prijs voor het beste christelijke kinderboek, mijzelf laten overhalen om een column in te sturen voor het Visie Zomerboek. Die viel gisteren op de mat. Een Heer van Stand laat zich niet snel van de kook brengen, maar ik was toch wel een beetje nieuwsgierig of die van mij was geplaatst. Nee dus. Drie andere en - eerlijk is eerlijk - betere inzendingen zijn gehonoreerd en vereeuwigd in dit tijdschrift dat een zomertjelang zal meegaan. Een gevalletje van jammer. Maar daar lonkt het wereldwijde web al, dus in plaats van die luttele honderdduizenden EO-leden gaan nu millioenen en nog eens millioenen lezers genieten van mijn 'lezerscolumn'. Ook al gaat die over een vakantie van al weer zo'n tien jaar geleden...
LUCHT(BE)SPIEGELING
Het is zomer in Zeeland. Ik ben met mijn
gezin neergestreken op een camping nabij Middelburg. Pas nu zie ik dat het een soort
seniorenvakantieoord is. Het wit van de vele caravans wordt stemmig doorbroken
door het grijs van het inpandige haar. Maar mij hoor je niet klagen. Ik ben zo dol
op senioren dat ik het vaste plan heb er later zelf ook een te worden. Onze
tent heeft echter een andere teint: alle kleuren van de jaren zeventig (voor de
junioren onder u: oranje en bruin). We vermoeden dat hij dit jaar de veertig
nadert en daarmee ook ruimschoots de seniorenstatus heeft verworven. Het oranje
oudje is echter zo lek als een zeef en de voorste rits kan bij geen stukken na
dicht. Ook typisch seventies dus: lekker
open en bloot. Gelukkig hebben we slechts één donderbui gehad met aansluitend één
hoospartijtje. Helaas was er daarbij zoveel hoos dat het partijtje zelf in het
water viel. Nadat de uiterst vriendelijke campingbaas ons van vlonders heeft
voorzien blijft het als op afspraak verder droog. Maar evenzogoed bedankt,
toch. Het is zomer in Zeeland en ik lig pontificaal voor m’n tent plat op m’n
luchtbed naar boven te staren. Uit de meegenomen draagbare uiterst seventies ogende cassettespeler komt uiterst
seventies orende muziek van De Adelaren voorbij zweven en
ik zweef mee. De ene na de andere fantastisch mooie wolk drijft over mij heen.
Met geen pen te beschrijven zo mooi allemaal, vooral ook vanwege die prachtig
heldere hemelsblauwe lucht erachter. Ik krijg er bijna omgekeerde hoogtevrees
van en dreig voor mijn idee naar boven te vallen. Hoe erg zou dat eigenlijk
zijn? Nee, nu niet gaan vergeestelijken, gewoon kijken en genieten. Het is
zomer in Zeeland ja, maar ik ben in de wolken.
woensdag 27 juni 2012
Dood
Niet alleen mijn collega's maken wel eens een blunder. Zelf kan ik daar ook heel veel van.
Gisteren kreeg ik een klant bij Nummerinformatiedienst aan de lijn die mij terloops meldde dat zijn vrouw was overleden en dat hij nu een nummer van een familielid zocht, dat ik helaas niet kon geven. Hij had een correcte naam en een correct adres, maar dit familielid had gekozen voor een geheim nummer en dan houdt alles op. Zozeer zelfs dat ik er uit floepte:
"Deze weg loopt nu voor u even dood, meneer."
Blijkbaar lagen deze woorden me op de lippen bestorven...
Gisteren kreeg ik een klant bij Nummerinformatiedienst aan de lijn die mij terloops meldde dat zijn vrouw was overleden en dat hij nu een nummer van een familielid zocht, dat ik helaas niet kon geven. Hij had een correcte naam en een correct adres, maar dit familielid had gekozen voor een geheim nummer en dan houdt alles op. Zozeer zelfs dat ik er uit floepte:
"Deze weg loopt nu voor u even dood, meneer."
Blijkbaar lagen deze woorden me op de lippen bestorven...
maandag 25 juni 2012
Ik herinner mij een reminder
Vandaag las ik dit berichtje op mijn werk:
Reminder
10% van de Nederlanders zijn niet vaardig in het spellen en lezen. Het zijn geen analfabeten, maar ze hebben moeite met spellen. Probeer hier aan te denken en als de klant niet wil spellen, raak dan niet te snel geïrriteerd en blijf vriendelijk. Een tevreden klant blijft!
Na het lezen van dit bericht concludeerde ik het volgende:
10% van de medewerkers van de Nummerinformatiedienst is niet vaardig in het spellen en lezen. Deze minderheid bestaat niet uit analfabeten, maar heeft op lastige momenten enige moeite met spellen. Probeer hieraan te denken en raak, mocht de collega niet alle taalregels correct toepassen, niet te snel geïrriteerd, en blijf vriendelijk. Een tevreden collega blijft!
Reminder
10% van de Nederlanders zijn niet vaardig in het spellen en lezen. Het zijn geen analfabeten, maar ze hebben moeite met spellen. Probeer hier aan te denken en als de klant niet wil spellen, raak dan niet te snel geïrriteerd en blijf vriendelijk. Een tevreden klant blijft!
Na het lezen van dit bericht concludeerde ik het volgende:
10% van de medewerkers van de Nummerinformatiedienst is niet vaardig in het spellen en lezen. Deze minderheid bestaat niet uit analfabeten, maar heeft op lastige momenten enige moeite met spellen. Probeer hieraan te denken en raak, mocht de collega niet alle taalregels correct toepassen, niet te snel geïrriteerd, en blijf vriendelijk. Een tevreden collega blijft!
dinsdag 19 juni 2012
Moeilijke woorden
Ik ga u een moeilijk woord leren:
bin-nen
U denkt nu: ik ken dat woord ergens van, maar waarvan ook al weer?
Laat me u snel uit de brand helpen. Eigenlijk wordt hier gewoon indoor bedoeld.
Nog een moeilijk woord:
kern-taak
Wat is dat nu weer? hoor ik u verzuchten. Niks moeilijks hoor, als je even nadenkt. Het betekent gewoon core business. Ach ja, natuurlijk. U wist het ergens al wel.
Nu een lastige:
rich-ten (op)
Ja, ik weet het, dit is niet heel eenvoudig, maar spant u zich even in. Als u het raadt is het des te leuker. Al een idee? Zo niet, dan komt hier het verlossende (ant)woord: focussen.
Nog eentje en dan stop ik. Ik heb de moeilijkste voor het laatst bewaard, maar u zit er nu wel lekker in. Houd u vast, daar komt ie!
uit-ver-koop
Ik had het wel verwacht, die is natuurlijk te moeilijk. Daarom zal ik niet flauw doen en gelijk het antwoord maar geven. Hier wordt niets anders bedoeld dan het alom bekende sale. Tja, hoe lastig kunnen we het elkaar soms maken, hè? Spreek je moerstaal, zeg ik daarom altijd maar. Nou, ik ben benieuwd naar uw feedback!
bin-nen
U denkt nu: ik ken dat woord ergens van, maar waarvan ook al weer?
Laat me u snel uit de brand helpen. Eigenlijk wordt hier gewoon indoor bedoeld.
Nog een moeilijk woord:
kern-taak
Wat is dat nu weer? hoor ik u verzuchten. Niks moeilijks hoor, als je even nadenkt. Het betekent gewoon core business. Ach ja, natuurlijk. U wist het ergens al wel.
Nu een lastige:
rich-ten (op)
Ja, ik weet het, dit is niet heel eenvoudig, maar spant u zich even in. Als u het raadt is het des te leuker. Al een idee? Zo niet, dan komt hier het verlossende (ant)woord: focussen.
Nog eentje en dan stop ik. Ik heb de moeilijkste voor het laatst bewaard, maar u zit er nu wel lekker in. Houd u vast, daar komt ie!
uit-ver-koop
Ik had het wel verwacht, die is natuurlijk te moeilijk. Daarom zal ik niet flauw doen en gelijk het antwoord maar geven. Hier wordt niets anders bedoeld dan het alom bekende sale. Tja, hoe lastig kunnen we het elkaar soms maken, hè? Spreek je moerstaal, zeg ik daarom altijd maar. Nou, ik ben benieuwd naar uw feedback!
donderdag 14 juni 2012
Avondrust
Als agent bij Nummerinformatiedienst krijg ik dagelijks verzoeken om een telefoonnummer van een bejaardenhuis. Dat is inmiddels onbegonnen werk, want er bestaan geen bejaardenhuizen meer in Nederland. Net zomin als er negers rondlopen, mongooltjes worden verzorgd of mensen de tering krijgen. Daarentegen barst het wel weer van de kleurlingen, verstandelijke gehandicapten met het syndroom van Down en tbcgevallen, hoewel dat laatste gelukkig erg meevalt de laatste eeuw.
Bejaardenhuizen moeten ook mee in de vaart der tijdgeest en heten nu vooral zorgcentra of wooncentra of woonzorgcentra. Om nog maar te zwijgen van serviceflat of verzorgingsflat.
Zo'n woonoord een rusthuis noemen is al helemaal vloeken in de kerk. Toch, als je bejaardenhuis zegt weet iedereen precies wat je bedoelt. Dit in tegenstelling tot zorgcentrum, want dan weet je in feite alleen dat er wordt 'gezorgd'. Maar waarvoor wordt gezorgd blijft vooralsnog onduidelijk. Naast deze omfloerste omschrijving van de sector als geheel schrijft de eerder genoemde tijdgeest ook dwingend voor dat er een onpassende naam wordt bedacht. Namen als Huize Avondrood, Het Anker, Nieuw-Avondlicht, De Bron, St. Jozef, Dorpszicht of Bethanië voldoen blijkbaar niet meer. Te eenduidig, te duidelijk, te degelijk.
We willen op chic, op stand, we willen hogerop. Althans, dat willen de managers - aan de ouden van dagen zelf wordt natuurlijk niks gevraagd. Daarom verschijnen er overal zotte namen die werkelijk niemand meer rechtuit uit zijn hoofd kan spellen. Wissehaege, Curamare, Caegstate, Aelsmeer, Crimpenersteyn, Careyn Weddesteyn, Vinckenrode, Haersmahiem, Elisabethsdael, De Hooghe Clock, Mynsheerlyckheid, Castrovalva..., ik krygh dit soort naemen met die idiote klancken bynae niet meer uyt myn ceel gestothen.
Gelukkig weten ze in één stad (de stad die alle andere steden overbodig maakt) nog wel hoe ze een bejaardentehuis moeten noemen. Vandaag mocht ik op de Nummerinformatiedienst zoeken naar Avondrust in Rotterdam, de stad zonder kapsones, waar de dingen gewoon nog bij hun naam mogen worden genoemd. Misschien moet ik daar vast een plaatsje gaan reserveren. Voor heel veel later, want ik ben natuurlijk nog steeds in de kracht van mijn leven. Zeg nu zelf, dat spreekt voor zich!
Bejaardenhuizen moeten ook mee in de vaart der tijdgeest en heten nu vooral zorgcentra of wooncentra of woonzorgcentra. Om nog maar te zwijgen van serviceflat of verzorgingsflat.
Zo'n woonoord een rusthuis noemen is al helemaal vloeken in de kerk. Toch, als je bejaardenhuis zegt weet iedereen precies wat je bedoelt. Dit in tegenstelling tot zorgcentrum, want dan weet je in feite alleen dat er wordt 'gezorgd'. Maar waarvoor wordt gezorgd blijft vooralsnog onduidelijk. Naast deze omfloerste omschrijving van de sector als geheel schrijft de eerder genoemde tijdgeest ook dwingend voor dat er een onpassende naam wordt bedacht. Namen als Huize Avondrood, Het Anker, Nieuw-Avondlicht, De Bron, St. Jozef, Dorpszicht of Bethanië voldoen blijkbaar niet meer. Te eenduidig, te duidelijk, te degelijk.
We willen op chic, op stand, we willen hogerop. Althans, dat willen de managers - aan de ouden van dagen zelf wordt natuurlijk niks gevraagd. Daarom verschijnen er overal zotte namen die werkelijk niemand meer rechtuit uit zijn hoofd kan spellen. Wissehaege, Curamare, Caegstate, Aelsmeer, Crimpenersteyn, Careyn Weddesteyn, Vinckenrode, Haersmahiem, Elisabethsdael, De Hooghe Clock, Mynsheerlyckheid, Castrovalva..., ik krygh dit soort naemen met die idiote klancken bynae niet meer uyt myn ceel gestothen.
Gelukkig weten ze in één stad (de stad die alle andere steden overbodig maakt) nog wel hoe ze een bejaardentehuis moeten noemen. Vandaag mocht ik op de Nummerinformatiedienst zoeken naar Avondrust in Rotterdam, de stad zonder kapsones, waar de dingen gewoon nog bij hun naam mogen worden genoemd. Misschien moet ik daar vast een plaatsje gaan reserveren. Voor heel veel later, want ik ben natuurlijk nog steeds in de kracht van mijn leven. Zeg nu zelf, dat spreekt voor zich!
maandag 11 juni 2012
Geluidoverlast IV
U wilt vast nog wel even weten wat de brief die we onze buurtgenoten hebben gestuurd voor reacties heeft teweeggebracht. Laat ik die vraag snel beantwoorden met slechts een enkel woord: weinig. Van de 38 adressen die we hadden aangeschreven reageerden er slechts twee. Dat waren trouwens mensen van onze eigen flat die het roerend met ons eens waren. En dat voelde natuurlijk goed.
Afgelopen nacht kwam er nóg een reactie. Die van de bewoner(s?) van de flat tegenover ons. Om 2.30 uur kwam een stel luidruchtige lieden de straat in om even later juist deze flatwoning te vullen en daarbij ook ruimschoots gebruik te maken van het balkon dat zich tegenover onze slaapkamer bevindt. Wij waren klaarwakker en bleven dat ook nog een tijdje. Na tien minuten was ik het opeens zat. Ik belde de politie, al deed ik dat niet graag. Luistert u even mee:
- Goedenacht, politie Midden-Provincie.
- Goede...eh nacht, met de Heer van Stand, ik wil aangifte doen van geluidsoverlast.
- Wat voor geluidsoverlast meneer?
- Van de overburen die op het balkon staan en daar hard praten en lachen.
- Hoe lang is dat gaande meneer?
- Nou ongeveer een kwartiertje.
- Dan is de kans dus aanwezig dat de overlast straks al weer is afgelopen.
- Ja, dat zou wel kunnen ja.
- Is dit de eerste keer dat u hiervan last heeft?
- Nee, het is niet de eerste keer.
- Nou, ik ga kijken of er een auto van ons in de buurt is meneer, en als dat zo is dan gaat die daarheen. Uw adres is Bommelsteinseweg 7?
- Ja, dat klopt.
- Bedankt.
- Ja, u ook bedankt, dag mevrouw.
Ik hees mij weer naar boven. Het was inmiddels tegen drieën geworden en wij besloten om niet langer te wachten op de politieauto die waarschijnlijk nooit zou komen. Heel zachtjes deed ik het raam dicht. Ongeveer op dat moment stopte het lawaai. Ik schat dat ik een uurtje later de slaap der rechtvaardigen heb weten te hervatten. Mijn vrouw deed daar gewoontegetrouw iets langer over. En wees gewaarschuwd: wie van u nu durft te beginnen over Ohropax zal de slaperige toorn van een heer over zich weten...
Afgelopen nacht kwam er nóg een reactie. Die van de bewoner(s?) van de flat tegenover ons. Om 2.30 uur kwam een stel luidruchtige lieden de straat in om even later juist deze flatwoning te vullen en daarbij ook ruimschoots gebruik te maken van het balkon dat zich tegenover onze slaapkamer bevindt. Wij waren klaarwakker en bleven dat ook nog een tijdje. Na tien minuten was ik het opeens zat. Ik belde de politie, al deed ik dat niet graag. Luistert u even mee:
- Goedenacht, politie Midden-Provincie.
- Goede...eh nacht, met de Heer van Stand, ik wil aangifte doen van geluidsoverlast.
- Wat voor geluidsoverlast meneer?
- Van de overburen die op het balkon staan en daar hard praten en lachen.
- Hoe lang is dat gaande meneer?
- Nou ongeveer een kwartiertje.
- Dan is de kans dus aanwezig dat de overlast straks al weer is afgelopen.
- Ja, dat zou wel kunnen ja.
- Is dit de eerste keer dat u hiervan last heeft?
- Nee, het is niet de eerste keer.
- Nou, ik ga kijken of er een auto van ons in de buurt is meneer, en als dat zo is dan gaat die daarheen. Uw adres is Bommelsteinseweg 7?
- Ja, dat klopt.
- Bedankt.
- Ja, u ook bedankt, dag mevrouw.
Ik hees mij weer naar boven. Het was inmiddels tegen drieën geworden en wij besloten om niet langer te wachten op de politieauto die waarschijnlijk nooit zou komen. Heel zachtjes deed ik het raam dicht. Ongeveer op dat moment stopte het lawaai. Ik schat dat ik een uurtje later de slaap der rechtvaardigen heb weten te hervatten. Mijn vrouw deed daar gewoontegetrouw iets langer over. En wees gewaarschuwd: wie van u nu durft te beginnen over Ohropax zal de slaperige toorn van een heer over zich weten...
zaterdag 2 juni 2012
Geluidsoverlast III
"Wel eerst even het watje dat om het bolletje zit er
helemaal afpulken", mailde een zuster nog behulpzaam nadat ze mijn bericht Geluidsoverlast had gelezen. Ze doelde hierbij op de Ohropax waarvan ik vond dat die niet goed zouden helpen tegen voornoemde overlast. Jaja, uhum, dacht ik, toen ik haar berichtje las en ging vervolgens weer over tot de waan van de dag, want orde kon het eigenlijk niet worden genoemd. Pas lang nadat ik mijn berichtje 'Geluidsoverlast II' had getypt en de wereld in had geslingerd begon er iets te dagen in mijn uiterst verre Oosten. Iets.
Die gedachtegang verliep ongeveer als volgt:
Dus misschien bedoelde zuster J. op een bepaalde manier hier te zeggen dat ik zo dom zou kunnen zijn geweest om mij te hebben vergist in die heerlijke zachte donzige materie van deze oordopjes? Dat zou toch zeker niet... neeeee, dát natuurlijk niet!
Of toch?
Mmmm. Eens lezen wat er hierover in de piepkleine handleiding stond.
Ik citeer de keiharde waarheid:
"Toepassing: Wattenlaag geheel verwijderen."
Voor het eerst in mijn leven vond ik het oprecht jammer dat een handleiding niet in louter Chinees stond afgedrukt....
Die gedachtegang verliep ongeveer als volgt:
Dus misschien bedoelde zuster J. op een bepaalde manier hier te zeggen dat ik zo dom zou kunnen zijn geweest om mij te hebben vergist in die heerlijke zachte donzige materie van deze oordopjes? Dat zou toch zeker niet... neeeee, dát natuurlijk niet!
Of toch?
Mmmm. Eens lezen wat er hierover in de piepkleine handleiding stond.
Ik citeer de keiharde waarheid:
"Toepassing: Wattenlaag geheel verwijderen."
Voor het eerst in mijn leven vond ik het oprecht jammer dat een handleiding niet in louter Chinees stond afgedrukt....
Abonneren op:
Posts (Atom)






























