donderdag 5 juli 2018

Gutmenschen




Gutmenschen bestaan niet.

Dat staat in de Bijbel.

(o.a. in Rom. 3:10-18)




woensdag 27 juni 2018

Een hemel van verschil




Laatst in de kerk gehoord:

Denk niet: 'Ik moet de hemel halen.'

Maar geloof dit: 'De hemel haalt (straks) mij.'

(Omdat Hij mijn hart nu al heeft bereikt.)



donderdag 31 mei 2018

Hoge verwachting




Indachtig de verwachte aanstaande komst van 

de Zoon van God 

op de wolken 

zou ik eerder last moeten krijgen 

van laagtevrees 

dan van mijn levenslange hoogtevrees.



woensdag 2 mei 2018

Midden onder u staat Hij die gij niet kent




 Weet je, dat de Vader je kent 
Weet je, dat je van waarde bent 
Weet je, dat je een parel bent 
Een parel in Gods hand 

Lang geleden was uw Heer van Stand nog een jonge onderwijzer. Op nadrukkelijk verzoek van een paar meisjes uit de hoogste klas begon ik in die periode na schooltijd met redelijk succes een kinderkoor.

Ik had toen eerder een hekel aan koormuziek dan dat ik er naar zou gaan luisteren, maar zat tien jaar eerder als braaf jochie zelf wel op het kinderkoor van de kerk. En met plezier. 

Dat schiep misschien een verplichting, maar ik twijfelde nog. Gelukkig was in die tijd (1980) net de eerste LP van Elly & Rikkert met kinderliedjes uitgekomen. Daarom stemde ik met het voorstel in, met de bepaling dat ik geen 'koormuziek' ging doen, maar alleen de liedjes van Elly & Rikkert (met gitaar!) aangevuld met de (onvolprezen) Liedjes Rond De Bijbel van Jan Visser, die ook ruimschoots door mijn beugel konden. De meiden uit de bovenbouw vonden het meer dan best en ook ik heb goede herinneringen aan dat privé-kinderkoortje uit die onderwijzerstijd. 

Eén van de liedjes van Elly & Rikkert die in die tijd het licht zag, is later erg bekend geworden. Ik heb het ook veelvuldig gedraaid en gezongen. Pas de laatste tijd begin ik mij af te vragen hoe het komt dat juist dit liedje zo populair werd in de christelijke wereld. Ik denk dat ik het antwoord wel weet en het is niet leuk.

Het heeft te maken met ons welbevinden. Wij mensen horen niet graag dat we het niet goed doen. Een liedje met de titel 'Weet je, dat je een zondaar bent' zal nooit worden geschreven laat staan een hit worden. En het is minstens net zo waar. We horen en zingen graag over dat we geliefd zijn, bemind worden, dat we er mogen zijn, 't liefst gewoon zoals we al zijn. Lekker makkelijk. Dan hoef je ook niet zo veel te veranderen, en mag/moet iedereen (ook God) je maar nemen zoals je bent. Met al je onhebbelijkheden erbij. 

Maar dat is niet het evangelie. 

Daarom kán het bovenstaande liedje van Elly & Rikkert ook een halve waarheid worden. Zelfs de eerste regel al. In het evangelie staat dat er een tijd zal komen dat de Bruidegom tegen sommige bruiloftsgasten moet zeggen: 'Ga weg, Ik heb jullie nooit gekend.'
De enige conclusie van deze woorden van Jezus zelf moet zijn, dat niet iedereen door de Vader wordt gekend, doodeenvoudig omdat niet iedereen zich wil laten kennen door de Vader.

Op de paarlen poorten uit Openbaringen na staat het woord 'parel' slechts één keer in het Nieuwe Testament. En dan gaat het niet over de mens, die zo van waarde zou zijn, maar over het evangelie. 

In Mat. 13:46 wordt gerept over een man die een uitzonderlijke parel vond en besloot om alles te verkopen en alles op die ene parel te zetten. 

Die man was niet bezig met te zingen van zijn eigen grote waarde, maar was vol jubel over de parel die hij - buiten zichzelf om - gevonden had. Hij gaf zijn hele fortuin, al zijn bezit, op om alles op die parel (het Evangelie) te zetten. 

In plaats van ons te wentelen in een weldadig Godsbeeld waarin wij met name gekend en geliefd en bemind zijn (wat voor waarachtige bruiloftsgasten overigens helemaal klopt) worden wij in het evangelie opgeroepen om te worden als die man met die schat in de akker. 

Dan worden wij mensen van Gods welbehagen
 (in plaats van mensen van hun eigen welbehagen met een god die daarvoor zorgen mag).

Kortom: ben ikzelf mijn eigen parel van grote waarde? 
Of ken ik die waarde aan de geheel Andere toe?


















zaterdag 24 maart 2018

Spreek Engels


Bij het leegruimen van het huis van mijn broer zaliger (in 1995) vonden we een aantal van zijn oude schoolboekjes uit de mulo-tijd. Ze zijn tot nu toe door mij bewaard gebleven. Een van deze kleine boekjes had als titel Spreek Engels.



Welnu, dat is in de afgelopen vijftig jaar aardig gaan lukken. Er zijn Nederlanders die bijna om de andere zin er een Engels woord of Engelse uitdrukking tussendoor gooien.

Ook zijn er landgenoten die de Gooise R al zodanig in hun taalgebruik hebben geïntegreerd dat het lijkt alsof er in plaats van een Nederlands een Engels woord wordt uitgesproken. Ik ken tenminste één persoon die het woord gebeurt (of gebeurd) uitspreekt als

'geBIRD'.

Zo'n persoon mag je met goede reden toch wel een vreemde vogel noemen.







woensdag 14 maart 2018

Een bruisend stemadvies



Van de week reed ik in Almelo langs de Armeens Apostolische Kerk. Mijn oog viel onmiddellijk op het bord voor het gebouw waarop een affiche was bevestigd van.... de ChristenUnie!

Nog nooit in mijn leven heb ik gezien dat een kerk reclame maakte voor een bepaalde politieke partij. Dus was ik (toch ergens een beetje aangenaam) verrast. Wat je er ook van kunt zeggen, deze broeders zijn niet laf, maar durven openlijk kleur te bekennen.

Iets heel anders in dit verband.
Het valt mij de laatste jaren op dat het woord 'bruisend' bijna overal in de locale politiek zijn intrede heeft gedaan. Synoniemen voor 'bruisend' zijn 'levendig', 'bedrijvig' en 'wervelend'. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de politieke partijen die het woord 'bruisend' veelvuldig gebruiken deze synoniemen graag willen gebruiken. 

Ze bedoelen echter iets anders. Bedoeld wordt dat deze politieke partijen vooral willen dat de zondagsrust onderuit wordt geschoffeld. Ik weet dat ik nu klink als een regelrechte SGP'er, maar dat is dan maar zo. 'Bruisend' is op zich namelijk een nietszeggende term. Maar let maar eens op welke partijen dit containerbegrip vaak gebruiken. Het zijn steevast partijen die aan de liberale kant van het spectrum zitten. Er moet meer kunnen, meer in de betekenis van meer vertier, meer vermaak en daarmee dus minder rust en regelmaat, en vooral minder (nee: totaal geen) aandacht voor stilte en contemplatie. De enige dag die in een enkele gemeente daarvoor nog niet is opgeofferd is de zondag. We willen dóór met ons gezellige, drukke, volle leven. Altijd en overal. En daar past een dito stadscentrum bij. Het hart van de stad als de weerslag van het hart van de burger. Het is niet eens overdreven, denk ik. 

Maar ik laat dit bruistablet graag aan mij voorbijgaan. 
Geef mij maar rust. 
Om te beginnen op de zondag!





zondag 11 februari 2018

De belichaming van het geloof




Wat zonde,

dat veel christenen denken 

elke zondag begeesterd te worden, 

terwijl ze telkens hooguit bezield zijn geworden...