vrijdag 2 juli 2010

COLUMN ELF: DE ZWEMBADETTER

Wat had ik als kind een hekel aan etters in het zwembad. Zulke bullebakken hadden altijd en hebben nog steeds alles wat ik niet zou willen (hebben): een grote waffel, een overdosis lef, tamelijk foute vrienden, net iets te grote spierballen en een volkomen gebrek aan smaak. Dé persoon dus om met een grote boog omheen te zwemmen. Maar desalniettemin onontkoombaar. Bij geval kwam de etter met een even grote boog waarmee ik om hem heen zwom juist mijn richting op. En heus niet om even samen een baantje te trekken. Zijn credo bestond uit: sarren, treiteren en pesten.
Afgelopen zomer stond ik opnieuw oog in oog met de zwembadetter. En voor het eerst in mijn leven delfde hij het onderspit. Hoofdzakelijk omdat deze treiterkop ongeveer 11 was en ik precies 49. Dat dan weer wel.

In het zwembad spoelden mijn jongens en ik het eerder die dag opgelopen strandzand af door nog even wat te poedelen en te zwemmen. Opeens merkte ik dat Elias problemen had met een ander joch. Ik besloot om eerst maar eens van een afstandje te observeren wat er gaande was. Het joch schopte overduidelijk stennis en duwde met grote kracht telkens water in Elias’ gezicht. Zoonlief probeerde het tij te keren door stevig te zeggen dat hij moest stoppen. Niet echt effectief. De bullebak ging onverstoorbaar door en ik maakte binnen twee tellen een onverantwoorde hoeveelheid adrenaline aan. Ik voelde Elias’ machteloosheid mee vanuit heden en verleden. Ingrijpen dus. Het pestjoch kreeg van mij een Oudtestamentisch koekje van eigen deeg en dat hielp verbluffend snel. Hij draaide zich om en gaf mij een verbaasde blik: ik was duidelijk niet verwacht.

“Hij zei ‘mongool’ tegen mij”, loog de jonge waterverhuizer snel toen ik om opheldering vroeg. Ik werd er nog bozer om. Ik ben namelijk van het type ‘mijn zoon liegt nooit’ want daarover hoef ik zelf ook nooit te liegen. Nadat ik hem stante pede de mantel had uitgeveegd, bleef het ettertje mij van een paar meter afstand wel dertig tellen lang onafgebroken vuil maar machteloos aankijken. Ik keek even vuil maar een stuk minder machteloos terug en zoals een kat dan uiteindelijk zijn kop afwendt, zo deed ook deze waterraddraaier dat met zwaar gekrenkte trots. Ha! Dat voelde goed. En mijn zoons waren ondertussen ook al weer vrolijk en onschuldig aan het zwemmen. Maar ik fantaseerde nog uren daarna dat het joch een vader had waarvan die het allemaal had geleerd…

Deze column is eerder gepubliceerd in het christelijke opvoedblad Aan de Hand - http://www.aandehand.nl/

Geen opmerkingen: