maandag 23 januari 2012

Blind geleiden

- Goedemorgen, met de Heer van Stand. Van wie zoekt u het nummer?

- (vriendelijke damesstem) Wat een leuke naam heeft u!

- Dánk u.

- (lacht) Ik zal het even kort uitleggen. Ik krijg binnenkort een nieuwe blindengeleidehond en nu zoek ik nog een naam voor het dier. Het is de vijfde namelijk al en nu denk ik bij elke naam die ik hoor: zou dat wat zijn?

- Woef! Woef! Woef! Waf! Waf!

(dat zou ik eigenlijk hebben willen zeggen blaffen, maar omwille van het beleid van mijn werkgever praatte ik eventjes huichelachtig met haar mee ("tja, dat kan ik me voorstellen") en vroeg ik daarna weer obligaat:

- Kan ik trouwens een nummer voor u zoeken, mevrouw?

En zo kabbelde het gesprek tot een productief einde, en gaf ik haar naast een mogelijke naam voor haar nieuwe hond ook gewoon een telefoonnummer c.q. doorverbinding. Maar ik bleef toch nog even haken bij de gedachte dat er binnenkort ergens in dit land een blindengeleidehond mijn naam zou kunnen gaan dragen en ik, hoogstwaarschijnlijk zonder dat ooit te zullen zien, deze dame er blind heb heengeleid. En zo werd ik heel eventjes een blinde blindengeleidenhondnaamgever.

Maar één ding bleef ik me sindsdien afvragen. Heeft deze dame mij nu honds behandeld of niet? Typisch een vraag om mijn tanden eens stevig in zetten.


Geen opmerkingen: