Inmiddels al weer een aantal jaren geleden blogde ik hier over het boekje "Nederigheid" van Andrew Murray. Vanmiddag moest ik weer sterk aan dat boekje denken. Dat kwam zo.

Zo gezegd, zo gedaan. Het was vanmiddag heerlijk weer en ik kon heus en echt en helemaal zonder jas naar buiten. En toch viel het me zwaar tegen. Ten eerste moest ik om de haverklap (overigens, mijn jongens lachen zich een kriek om zo'n uitdrukking, die blijkbaar heel ouderwets is geworden, net als 'om de klipklap' trouwens en 'een kriek' trouwens óók nog heel erg...) stoppen omdat er telkens na een meter of tien weer nieuwe ongerechtigheid op mij lag te wachten en ten tweede voelde ik me daar heel ongelukkig.
Zonder te overdrijven voelde ik me niet alleen heel erg bekeken door alle automobilisten die langsreden en ongetwijfeld van alles dachten van zo'n rare snuiter die blijkbaar voor z'n lol smerige troep aan het rapen was, maar ook moest ik denken aan Degene die mijn smerige troep heeft opgeruimd. Ik voelde me in feite vernederd daar langs de kant van de weg.
Maar tegelijkertijd drong het tot me door dat ik wel heel gemakkelijk kan praten over zoiets als schuld en boetedoening, maar dat het nog wel iets anders is om daadwerkelijk een beetje boete te doen voor de troep van een ander. Die les heb ik een heel klein beetje geleerd. Het was niet meer dan ongeveer tweeënhalve kilo, maar het voelde als een kuub...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten