dinsdag 26 januari 2010

Sek.s bij de buren













Toevallig rondstruinend op het weblog van de man waarvan ik onlangs nog het plaatje van de hangmat ripte, stuitte ik op zijn probleem met zijn bovenbuurman. Ik las het en herkende alles. Het probleem is te smeuïg om niet te delen met u, roddelzieke en sensatiebeluste Telegraaflezer! Ja, ik weet wel hoe ik dit slapende weblog aan de man moet brengen… Onze buurman, die overigens inmiddels sinds een half jaar is verhuisd om andere redenen dan de onderstaande, leefde langere tijd zonder vriendin. Dit veranderde nadat hij in contact kwam met een knappe jonge vrouw waarmee hij aanvankelijk een latrelatie onderhield. Een latrelatie is hetzelfde als een huwelijk, maar dan zonder huwelijksdag. Tafel en bed zijn daarbij minder gescheiden dan de wederzijdse bankrekeningen. Pas als die worden ingewisseld voor een gezamenlijke rekening is er pas sprake van bestendige liefde denk ik wel eens. Maar dit terzijde. Stel je voor dat ik een fundamentalistische en reactionaire visie op het huwelijk zou botvieren. Welnee. Ik ben zo modern als wat. Boterbriefjes mevrouw, wat stellen ze nog voor in deze wereld? Als je maar gelukkig bent, en alles… (ik heb Paulien Cornelisse’s boekje onlangs gelezen). Moet kunnen, dat is mijn devies. En: Ieder voor zich. Of was ik nu juist geheel anders? Mm, ik dwaal af.
Terug naar het schandaal, daar wacht u op.

Het gelukkige feit de buurman een nieuwe vlam op de kop had getikt zagen wij niet alleen als we bij tijd en wijle schielijk uit ons vensterraam spiedden (u ziet dit voor zich), maar konden we vooral ook horen in het nachtelijke uur. Zie ik daar al een oortje rood worden? Mooi.

Zo weinig als de buurman met ons zijn buren omging, zo veel liet hij en zijn nijvere bedgenote ons merken hoe fijn de nieuw gewonnen cohabitatie wel was. En hoe lang. Het was, zo te horen, in feite: hoe langer hoe fijner. Een goed verstaander heeft maar een halve zucht nodig, denk ik in dezen, dus hier hoef ik verder geen woorden aan vuil te maken, hè? Aanvankelijk zijn zulke geluiden ergens nog te eh… genieten, (‘gniffel, gniffel, moet je ze toch eens horen’) maar al gauw sloeg aan deze kant van de slaapkamermuur de verveling toe. Dit dus in flagrante tegenstelling tot gene zijde van diezelfde muur. Daar kwam het letterlijk en figuurlijk wekelijks meerdere (in ieder geval: meerder dan u denkt) keren tot een hoogtepunt dat, gezien de hoeveelheid voortgebrachte geluid bij ons overkwam als een oorgasme, (excusez le mot).

Lydia klaagde al dat ze er zelfs wakker van werd en dus werd het tijd voor eh… harde actie. Maar wat te doen? Gelukkig lezen wij, in tegenstelling tot u, niet De Telegraaf maar een keurige linksige krant van protestantse oorsprong. Daarin geeft een zekere Beatrijs Ritsema wekelijks wijze raad aan schier wanhopige vragenstellers. Ik schreef haar dus een brief en het antwoord sloot perfect aan met wat ik zelf ook al dacht dat wijsheid was. Beatrijs en ik vormden zo twee handen op één buik, maar hier moet u verder niets achter zoeken, gelet op het onderwerp van dit stukje.
Op een avond, nadat ik me er van had vergewist dat buurman een keer alleen thuis was, heb ik bij hem aangebeld en gevraagd of ik eventjes bij hem binnen mocht komen omdat ik iets wilde vertellen wat liever niet aan de deur aangehoord moest worden. En zo stond ik daar in de hal en vertelde hem van man tot man wat de klacht was. Netjes verpakt en met allereerst een felicitatie vanwege zijn nieuwe relatie en dat ik daar voor hem natuurlijk ook blij mee was. Maar dat hij toch moest weten hoe gehorig deze flats wel waren. Zo gehorig zelfs dat mijn vrouw en ik alle slaapkamergeluiden konden horen. En dat zij er zelfs wakker van werd. En dat ze dat zelf allemaal wellicht ook wel eens heel vervelend zouden kunnen vinden. En dat ik hem alleen daarom al even wilde waarschuwen. Kijk, zo voer je een slechtnieuwsgesprek!
Buurman bleek, wat dacht je wat: natuurlijk dankzij mijn o zo verfijnde en integere aanpak, uitermate voor rede vatbaar. Hij bood zelfs zijn excuses aan voor het feit dat Lydia ‘er’ wakker van werd. Dat ‘er’ was essentieel. Niets zou pijnlijker voor buurman zijn dan mijn uitgebreide beschrijving te moeten aanhoren van wat wij allemaal aan exotische geluiden konden waarnemen tijdens - en vooral geruime tijd vóór - hun coïtus voluminus maximalus. Zaak was om slechts in bedekte dan wel zeer algemene termen aan te geven waar het in wezen allemaal om draaide. Na deze woordlozing mijnerzijds en ons vriendelijk groeten ging ik weer op huis aan en sindsdien hebben we geen eh… zuchtje meer gehoord. Ik wil overigens niet hopen dat ik een interruptus heb uitgesproken over hun coïtale bezigheden binnenshuis, maar dat zal wel niet. Want enige tijd later kwam een bloemenman een enorm bloemstuk brengen voor het levenslustige stel. Ze bleken die dag getrouwd en waren derhalve niet thuis. Ik heb de bloemetjes niet buiten gezet maar keurig afgegeven met daarbij een bescheiden orale felicitatie. Verder dan dit afwijkende woordgebruik heb ik aan het voorval niets overgehouden. Met mijn vrouw gaat het inmiddels ook weer beter. Ze doet nu om geheel andere redenen geen oog dicht, maar daarover ging dit blogje niet.




5 opmerkingen:

Mirjam zei

Meesterlijk! ;)

pien zei

:D

mama Jesje zei

hahaha fantastisch uitgedrukt;-)

Anoniem zei

Heerlijk!

Helma zei

Zeer vermakelijk blogje weer!