Vijfenveertig lange jaren heb ik moeten wachten, maar nu is de tijd rijp. Koninginnedag wordt Koningsdag en valt niet langer vier dagen na mijn verjaardag, maar (als ware het toeval) volgend jaar precies daaróp.
Ik weet nog goed dat ik als jochie van een jaar of tien, elf, twaalf al dacht: Yes! Als die baby over een tijdje koning wordt en het feest op zijn verjaarsdatum wordt gezet, zit ik goed. Dan is de dag na mijn verjaardag een vrije dag. Voor iedereen! Dat zou gaan betekenen dat ik mijn verjaardagsfeest altijd op 26 april zou kunnen houden, omdat niemand die avond dan snel weer naar huis zou moeten. Zo hield ik de moed erin en hoopte - inmiddels broederlijk geruggensteund door Bob Dylan en Boudewijn de Groot - op andere, vooral betere tijden. Al die tijd wist ik mij van de prins geen kwaad en school in mij een pragmatisch aanhanger der monarchie.
En nu is het dan zover. Dat wil zeggen: het gaat vanaf 2014 zover worden. Maar dan ben ik inmiddels 57. Een leeftijd waarop een tere heer met een broos gemoed niet telkens opnieuw aan zijn verjaringsdag wil worden herinnerd. Het is kortom niet zozeer de tijd die rijp is, alswel uw dienaar die in 2014 enigszins overrijp is geworden. Die hele troonsopvolging komt domweg veel te laat! Ik had het kunnen weten natuurlijk. Had ik al die jaren maar beter in mijn bijbeltje gelezen...
"Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is."
dinsdag 29 januari 2013
donderdag 17 januari 2013
De hemel van '63
We spreken deze dagen over de hel van '63.Voor de jonkies onder u: dat was de strengste winter sinds jaren, waarin (natuurlijk) ook een Elfstedentocht werd verreden. Bij de start van die tocht vroor het niet minder dan 18 graden, om even een beeld te geven hoe bar het was. Met zulke temperaturen vroren zelfs de rivieren dicht en kon men met de auto zo het ijs oprijden, hoewel er toen aanmerkelijk meer ijs dan auto was in Nederland.
Die Elfstedentocht is volledig langs uw heer van stand heengegaan, zij het voornamelijk omdat hij daar nog iets te jong voor was. Pas aanmerkelijk later kwam hij in de kracht van zijn leven, maar omdat hij altijd heel eenvoudig is gebleven heeft hij zich nooit willen laten inschrijven voor die Tocht der Tochten. Een heer gaat zijn eigen eenzame weg.
Terug naar 1963. Destijds was uw heer dus nog een heertje en genoot hij volop van alle sneeuw en ijs. Wintergesels en ijsgruwelen gingen compleet aan hem voorbij. Het was sleetje rijden en balletjes gooien wat de Rommeldamse klok sloeg. Dat mijn dankbare kinderhand gauw gevuld was getuigen onderstaande foto's stilzwijgend. Daar zien de oplettende lezertjes hoe een heer in de dop zich met louter en alleen een bezem en een grote broer kon vermaken. (Ik zal hier niet de goedkope vergelijking trekken met de jeugd van tegenwoordig, die in hun centraal verwarmde huizen op hun tablet hooguit nog bereid zijn een videoclipje aanklikken met de nagespeelde werkelijkheid van toen, maar die gedachte ligt wel op mijn tong, als u begrijpt wat ik bedoel.)
Enfin. Even later kon de koude worden verdreven door een enkel kopje thee met een eenvoudig doch voedzaam kaakje (voor de jonge vrienden onder u: dat was een onopgeleukt c.q. ongepimpt koekje). Het waren de dagen van één koekje bij de koffie en het waren goede dagen. Zelfs mijn goede vader leefde nog en hij was het in eigen persoon die deze kiekjes met zijn Agfa Klak maakte. Terwijl velen in Friesland door een zelfgekozen hel gingen beleefde ik het hemeltje van '63. Het waren mooie tijden.
Die Elfstedentocht is volledig langs uw heer van stand heengegaan, zij het voornamelijk omdat hij daar nog iets te jong voor was. Pas aanmerkelijk later kwam hij in de kracht van zijn leven, maar omdat hij altijd heel eenvoudig is gebleven heeft hij zich nooit willen laten inschrijven voor die Tocht der Tochten. Een heer gaat zijn eigen eenzame weg.
Terug naar 1963. Destijds was uw heer dus nog een heertje en genoot hij volop van alle sneeuw en ijs. Wintergesels en ijsgruwelen gingen compleet aan hem voorbij. Het was sleetje rijden en balletjes gooien wat de Rommeldamse klok sloeg. Dat mijn dankbare kinderhand gauw gevuld was getuigen onderstaande foto's stilzwijgend. Daar zien de oplettende lezertjes hoe een heer in de dop zich met louter en alleen een bezem en een grote broer kon vermaken. (Ik zal hier niet de goedkope vergelijking trekken met de jeugd van tegenwoordig, die in hun centraal verwarmde huizen op hun tablet hooguit nog bereid zijn een videoclipje aanklikken met de nagespeelde werkelijkheid van toen, maar die gedachte ligt wel op mijn tong, als u begrijpt wat ik bedoel.)
Enfin. Even later kon de koude worden verdreven door een enkel kopje thee met een eenvoudig doch voedzaam kaakje (voor de jonge vrienden onder u: dat was een onopgeleukt c.q. ongepimpt koekje). Het waren de dagen van één koekje bij de koffie en het waren goede dagen. Zelfs mijn goede vader leefde nog en hij was het in eigen persoon die deze kiekjes met zijn Agfa Klak maakte. Terwijl velen in Friesland door een zelfgekozen hel gingen beleefde ik het hemeltje van '63. Het waren mooie tijden.
woensdag 9 januari 2013
Liefs van mij
Geachte lezer,
Toen uw heer van stand nog jong was en hij zijn eerste sollicitaties verrichtte gebeurde dat nog via het schrijven op briefpapier. Omdat bij hem zich het idee had postgevat dat zijn roeping in het lager onderwijs lag werd hij tevens geacht die brieven met pen te schrijven, zodat de bestuurders der diverse Protestants-Christelijke Onderwijsverenigingen zich ervan kon vergewissen dat het handschrift van deze kandidaat in orde was. Een sollicitatiebrief schrijven was in die tijd nog degelijk handwerk en bepaald niet met een druk op een paar knoppen was afgehandeld.
In die tijd, en we praten hier over een periode niet heel diep in het vorige millenium, was het gewoon elke sollicitatiebrief af te sluiten met een 'Hoogachtend'. Kom daar nu maar eens om. De vriendelijke groeten vliegen je al jarenlang om de oren. We zijn in Nederland op papier althans erg vriendelijk geworden, hoewel de praktijk daar bepaald geen gelijke tred mee heeft weten te houden. Hoogachten is een archaïsche uitdrukking geworden en dat zegt iets over onze samenleving. Respect opbrengen is het nieuwe hoogachten, en moet voor een goed deel eerst worden verdiend. Enige vriendelijkheid kunnen we op papier nog wel opbrengen, maar veel gekker moet het vooralsnog niet worden.
Toch hebben die vriendelijke groeten inmiddels ook weer hun beste tijd gehad en evolueren waar je bij staat naar een volgende - ongetwijfeld tijdelijke - halte. Sinds een jaartje of tien besluiten wij onze brieven en e-mails steeds vaker met een hartelijke groet. Nu heb ik daar geen enkel probleem mee waar het gaat om een goede vriend, een familielid of een fijne broeder of zuster. Maar ik heb meer dan eens een e-mailwisseling gehad met een voor mij volslagen onbekende die het met mij blijkbaar zo vertrouwelijk had of dacht te hebben dat er prompt werd gekozen voor een hartelijke eindgroet.
Het laatste bastion dat daarin nog moest worden genomen worden is het gebruik ervan in het zakelijke verkeer. Dat tijdperk blijkt inmiddels ook aangebroken. Naar aanleiding van het overgaan naar een andere zorgverzekeraar ontving ik enige dagen geleden een brief die werd besloten met een hartelijke groet van de directeur. Nu ging hier weliswaar om een heel erge christelijke verzekeraar, met een directie die natuurlijk een waanzinnig groot hart heeft voor de zorg, maar toch. De brief was zakelijk.
Ik schat daarom dat, wanneer we in dit tempo doorgaan, we over een jaartje of tien, twintig elkaar gaan 'eindgroeten' met Liefs van mij, wat dan vijftig jaar daarna belachelijk ouderwets zal worden gevonden omdat iedereen dan gewoon Doei! onder zijn webmail denkt (schrijven bestaat dan niet meer).
Als een laatste Mohikaan werp ik mij, tegen beter weten in, in de strijd, daarbij staande op de barricaden en vechtend tegen de bierkaai en groet ik u allen met een zeer provocerend
Hoogachtend,
Uw Heer van Stand(vastigheid)
zaterdag 29 december 2012
De zonden mijner jeugd
Nu overal in Nederland weer volop vuurwerk wordt verkocht en afgestoken moet ik weer denken aan een gebeurtenis in - naar ik meen - 1972.
Ik logeerde die kerstvakantie bij puber in crime vriendje B. en we waren samen al wel dik 28 jaar en daarmee oud genoeg voor vuurwerk, dachten we zo. Maar toch. Zonder medeweten van zijn ouders en al helemaal zonder die van mijn moeder zwierven we in het vroege avonduur door de straten van Vlaardingen Holy. Hoewel die naam anders doet vermoeden was er verdacht weinig heiligs aan onze handel en wandel. Een eufemisme, bewust verkozen wij het duister voor het licht. Weliswaar om in die duisternis een lichtje te willen ontsteken, maar niet noodzakelijkerwijs met als doel om daarmee zelf een licht te zijn. Die duisternis gebruikten wij louter en alleen voor het volvoeren van onze snode plannen.
Met onze jaszakken boordevol knalvuurwerk en een heuse aansteker stonden we, gierend van de adrenaline, op scherp om de hele zaak zo snel mogelijk in de hens te steken. Pang! Boem! Knal! We gingen als het kinderen betaamd volledig op in ons heerlijke spel. Zozeer zelfs dat we de passerende auto van de Lange Arm der Wet op geen stukken na hoorden naderen. De inzittenden daarvan hoorden ons natuurlijk al verre en roken - mede daardoor - ook inmiddels lont. Om in stijl te blijven: wij schrokken ons rot op het moment dat wij de twee agenten ons zagen naderen. Vluchten kon niet meer, dat wisten we (het was in die dagen zelfs een hitsingle) en we waren er gewoon gloeiend bij. Gloeien deden we al, maar nu des te meer. We moesten subiet onze namen en adressen opgeven. Dat deden we gedwee, B. als eerste. Toen de verbaliserende agent hoorde dat ik niet in Vlaardingen woonde, maar in Arnhem, aarzelde hij even. Werd hij hier door dit tweede snotneusje nu ook nog voor de gek gehouden? Maar nee, mijn goudeerlijk gereformeerde smoelwerk was afdoende overtuigend.
Na het administratieve gedeelte volgde een korte body check waarbij de agenten nog ruimschoots een aantal handen vol rotjes uit onze jaszakken visten. Berooid en verslagen bleven wij achter. De adrealine was verdwenen en verwisseld voor doffe berusting. Of eigenlijk verontrusting. Want stel je voor dat deze wouten onze ouders gingen inlichten. Dan zouden de rapen gaar zijn. En wij lustten niet eens rapen. We waren er niet gerust op en hoopten er maar het beste van. Wat moet je anders? Inmiddels voelden we ons weer gewoon 2 x 14 en liepen met de staart tussen de benen naar B.'s ouderlijk huis. Daar speelden wij de vermoorde onschuld en deden die avond verder alles wat billijk en betamelijk was.
Nooit hebben wij iets meer gehoord van ons proces verbaal. Het voelde als genade voor recht. Toen moet de kiem zijn gelegd voor onze latere individuele zoektocht naar de Genade die je alleen recht doet door die met een hoofdletter te schrijven. Amazing Grace how sweet the sound. Dat geluid was nog lichtjaren verwijderd van die twee ontgoochelde puistenkoppen op die gewraakte decemberavond in Holy. Jongens waren wij nog. Maar, aardige jongens. Al Zeg ik het Nu Zelf.
Ik logeerde die kerstvakantie bij puber in crime vriendje B. en we waren samen al wel dik 28 jaar en daarmee oud genoeg voor vuurwerk, dachten we zo. Maar toch. Zonder medeweten van zijn ouders en al helemaal zonder die van mijn moeder zwierven we in het vroege avonduur door de straten van Vlaardingen Holy. Hoewel die naam anders doet vermoeden was er verdacht weinig heiligs aan onze handel en wandel. Een eufemisme, bewust verkozen wij het duister voor het licht. Weliswaar om in die duisternis een lichtje te willen ontsteken, maar niet noodzakelijkerwijs met als doel om daarmee zelf een licht te zijn. Die duisternis gebruikten wij louter en alleen voor het volvoeren van onze snode plannen.
Met onze jaszakken boordevol knalvuurwerk en een heuse aansteker stonden we, gierend van de adrenaline, op scherp om de hele zaak zo snel mogelijk in de hens te steken. Pang! Boem! Knal! We gingen als het kinderen betaamd volledig op in ons heerlijke spel. Zozeer zelfs dat we de passerende auto van de Lange Arm der Wet op geen stukken na hoorden naderen. De inzittenden daarvan hoorden ons natuurlijk al verre en roken - mede daardoor - ook inmiddels lont. Om in stijl te blijven: wij schrokken ons rot op het moment dat wij de twee agenten ons zagen naderen. Vluchten kon niet meer, dat wisten we (het was in die dagen zelfs een hitsingle) en we waren er gewoon gloeiend bij. Gloeien deden we al, maar nu des te meer. We moesten subiet onze namen en adressen opgeven. Dat deden we gedwee, B. als eerste. Toen de verbaliserende agent hoorde dat ik niet in Vlaardingen woonde, maar in Arnhem, aarzelde hij even. Werd hij hier door dit tweede snotneusje nu ook nog voor de gek gehouden? Maar nee, mijn goudeerlijk gereformeerde smoelwerk was afdoende overtuigend.
Na het administratieve gedeelte volgde een korte body check waarbij de agenten nog ruimschoots een aantal handen vol rotjes uit onze jaszakken visten. Berooid en verslagen bleven wij achter. De adrealine was verdwenen en verwisseld voor doffe berusting. Of eigenlijk verontrusting. Want stel je voor dat deze wouten onze ouders gingen inlichten. Dan zouden de rapen gaar zijn. En wij lustten niet eens rapen. We waren er niet gerust op en hoopten er maar het beste van. Wat moet je anders? Inmiddels voelden we ons weer gewoon 2 x 14 en liepen met de staart tussen de benen naar B.'s ouderlijk huis. Daar speelden wij de vermoorde onschuld en deden die avond verder alles wat billijk en betamelijk was.
Nooit hebben wij iets meer gehoord van ons proces verbaal. Het voelde als genade voor recht. Toen moet de kiem zijn gelegd voor onze latere individuele zoektocht naar de Genade die je alleen recht doet door die met een hoofdletter te schrijven. Amazing Grace how sweet the sound. Dat geluid was nog lichtjaren verwijderd van die twee ontgoochelde puistenkoppen op die gewraakte decemberavond in Holy. Jongens waren wij nog. Maar, aardige jongens. Al Zeg ik het Nu Zelf.
maandag 24 december 2012
De Kerstman in Albert Heijn
Albert Heijn,19 december 2009 - 14.17 uur. Ik parkeer mijn karretje
bij kassa 4 en zet voorzichtig de zes levensmiddelen, die ik even daarvoor ijlings
uit de schappen plukte, op de lopende band. Op twee ervan prijken 35% kortingstickers,
want van columns schrijven word ik niet vet. Uit mijn rechterooghoek zie ik een
kerstkabouter (die door menigeen steevast abusievelijk als kerstman wordt
aangeduid) aan komen lopen. Gewoon negeren, zeg ik tegen mijzelf, en ik richt
me tot de caissière. De bolle buik komt echter mijn kant op en ik vermoed dat
hij even achter mij langs de winkel in wil. Nu ben ik van huis uit natuurlijk enorm
haatdragend tegenover zo’n geïncarneerd reclamebord van alles wat maar
enigszins fout is rond 25 december. En dat is veel. Denk aan materialisme,
egocentrisme, heidense zonnewendevieringen en niet te vergeten Coca Cola: ooit
de bedenker van dit vadsige consumptie-icoon.
Toch wint dit keer mijn goede inborst. Ja, echt. In plaats
van hem pootje te lichten, maak ik me klaar om deze nepklaas hoffelijk achter
mij langs te laten gaan, maar tot mijn verbazing gaat hij pontificaal naast me
staan en trekt doodleuk een creditcard door het pinapparaat. Ik begrijp over
het algemeen al vrij weinig, dus laat staan dit. Dat wordt er niet beter op als
de muts orakelt: ‘Je gelooft je ogen zeker niet, hè?’ Een understatement: ik
ben in opperste verwarring. Wordt me hier een poets gebakken? En zo ja, welke
houding moet ik aannemen: woede, irritatie, afkeer? Of - geheel in stijl - goedgemutstheid
in dit geval dan maar? Ik besluit een neutrale houding aan te nemen en wend me opnieuw
tot het wettige gezag in dezen: de caissière. ‘Ik begrijp niet wat er hier
gebeurt,’ spreek ik naar waarheid. ‘Er is zojuist voor u betaald, meneer. Dit is
een actie van de winkeliersvereniging,’ helpt de kassajuf deze oude sukkel weer
op weg. Nu weet ik al helemaal niet meer waar ik moet kijken. Hoogste tijd dus
om iets doms te zeggen. ‘Ik geloof eigenlijk niet in kabouters,’ blaat ik laaghartig
in een poging om niet al te meegaand over te komen. In mijn ziel vecht Scrooge een
ongelijke strijd tegen mijn principiële inborst. De vrek wint. Ik pers er nog
een ‘nou, bedankt’ uit en verdwijn gauw naar huis.
Daar aangekomen word ik weer wat vromer en besef het
volgende: Onverwacht, onverdiend en zonder tegenprestatie te eisen heeft de
Kerstman voor mij betaald. Deze ouwe Scrooge werd alles zomaar kwijtgescholden.
En zo ontving ik voor het eerst in mijn leven waarachtig een zalige AH-erlebnis...
donderdag 13 december 2012
woensdag 12 december 2012
Met de kennis van nu (15)
Met de kennis van nu zou de gemeente in Laodicéa alleen nog
maar geld hebben besteed aan gelouterd goud, witte kleding en ogenzalf. En misschien
ook aan de oorarts.
Abonneren op:
Posts (Atom)


