Silvester van der Pol Ede
Pas vandaag dacht ik daarbij het volgende:
Silvester van der Pol Ede
Pas vandaag dacht ik daarbij het volgende:
Henoch wandelde met God.
En wij?
Wij lopen bij de psychiater...*
* of medisch specialist
'Het gevaar van kunstmatige intelligentie is niet
dat machines steeds meer als mensen denken,
maar
dat mensen steeds meer als machines gaan denken.'
uitspraak van
Joseph Weizenbaum
(één van de grondleggers van 'Artificial Intelligence',
die op latere leeftijd een van de criticasters ervan werd)
Een Boeddhabeeldje in de achtertuin.
Dat
is typisch een gevalletje van:
BAAT
HET NIET DAN SCHAADT HET NIET
WEL!
De Heer van Stand doet ook graag een duit in het zakje van de boerenprotesten.
Indachtig de korte spreuk 'Zonder boeren geen eten',
maar veel meer nog de strofe uit het Onze Vader
'Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben',
kom ik tot de volgende waarheid als een koe (maar die ik nog nergens heb mogen lezen):
ZONDER ETEN GEEN BOEREN!
Covid-19 heeft in anderhalf jaar tijd gezorgd voor ruim 17.000 doden in Nederland.
In 2019 werden er bijna twee keer zoveel abortussen uitgevoerd: ruim 32.000.
Sinds maart 2020 kunnen de media bijna nergens anders meer over schrijven dan die levensgevaarlijke Covid-19 en staat het hele land op z'n kop.
Maar al jaren en jaren en jaren wordt er geen enkele keer meer iets gemeld over die tienduizenden doden, nee: moorden op nota bene ongeboren kinderen.
Het ene leven is blijkbaar veel belangrijker dan het andere.
Als er iets God geklaagd is, dan is dit het wel...
Marcus 10: 46
Toen Hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte
weer uit Jericho vertrok,
zat daar een visueel beperkte dakloze
langs de weg,
een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
Genesis 16: 1
Abrams vrouw Sarai baarde hem geen kinderen.
Nu had zij een
Egyptische tot slaaf gemaakte, Hagar.
1 Samuël 28: 7b
Toen zijn dienaren hem vertelden dat er in Endor nog een wiccan
woonde,
vermomde hij zich door andere kleren aan te trekken
en ging hij met
twee dienaren op pad.
Jozua 2: 1a
Toen ze in Jericho waren gekomen,
vonden ze onderdak bij een
sekswerker,
Rachab genaamd,
bij wie ze wilden overnachten.
Genesis 19: 4
Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen,
liepen alle gays (of wellicht: leden van de lhbtiq+ gemeenschap)
van
Sodom bij Lots huis te hoop,
jong en oud, niemand uitgezonderd.
Toen Jezus met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs. Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ […] Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’ Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’
Jezus zei tegen
hem: ‘Je bent veel meer dan je blindheid. Blijf niet langer in je
slachtofferrol hangen, maar ga positief in het leven staan. Een proactieve
houding is het halve werk. Probeer aan je blindheid voorbij te zien. Kijk naar
wat je nog wel kunt, in plaats van telkens weer de nadruk te leggen op wat niet
kan. Je bent een uniek mens, met even unieke mogelijkheden!’ De blinde bedelaar
had nu veel om over na te denken, zodat hij ook hierdoor niet kon opspringen om
Jezus te gaan volgen. Wel was hij natuurlijk vreselijk dankbaar voor de bemoedigende
en activerende woorden van rabbi Jezus, die zijn ogen toch maar mooi symbolisch
had geopend…
Een misverstand is snel gemaakt.
In mijn vorige blog repte ik over een voorvalletje van niks dat ik precies om die reden enigszins had uitvergroot. Vooral om mijn punt te maken.
Een anonieme reageerder vatte dat op als een bijna frontale aanval op het winkelpersoneel in het algemeen. Zo zou je het óók kunnen opvatten, maar ik heb niet het idee dat het winkelmeisje in kwestie die avond huilend is thuisgekomen, die nacht niet kon slapen of de volgende ochtend hevig aan het twijfelen was geslagen of ze nog wel zou willen werken als winkelmeisje (of tegenwoordig waarschijnlijk: shop host).
Overigens had deze reageerder zelf verdacht weinig moeite om zijn/haar waardeoordeel over mijn persoontje uit te gieten, precies waar het mij in feite om ging, maar toch.
Wat ik in het vorige blogberichtje NIET vermeldde is dat ik kort daarop met een goede vriend een wandeling of twee maakte in een van de vele prachtbossen die de Lage Landen rijk zijn, met daartussendoor een culinaire stop op een terras (woord van het jaar).
We hadden het er samen over, over dat 'helemaal goed' dat je tegenwoordig OVERAL hoort. 'Let straks maar eens op', zei ik nog tegen hem.
En verdraaid, als het niet waar was, in het ultrakorte contact dat we hadden met het alleraardigste meisje dat onze bestelling welwillend kwam opnemen (duur: ongeveer twintig seconden), konden we twee keer het modieuze adagium noteren. Mijn vriend viel bijna van zijn stoel van verbazing.
Nadat we nog een derde 'helemaal goed' mochten noteren bij het serveren (tegenwoordig: UITserveren, zie: OPtelefoneren, UITprinten en INschatten) van het bestelde, konden we ons lachen niet meer houden toen we de serveerster vroegen om de rekening.
We legden het uit en het stomverbaasde deerntje gaf ons direct volkomen gelijk. Ze had werkelijk geen flauw idee dat ze dit zo vaak zei, en besloot ter plekke om er eens op te gaan letten. Vooral nadat ik had duidelijk gemaakt dat ze in feite een waardeoordeel (of een vreemd soort compliment) over iets gaf wat in feite heel gewoon was, namelijk het bestellen en afrekenen van wat consumpties.
Ach ja, zo kan het natuurlijk ook. Met tekst en uitleg. Maar helaas is daar in elke situatie niet de tijd voor, zoals in een rij voor de kassa. Misschien moet ik in zulke situaties maar eens leren mijn tong af te bijten. Dat is beter dan verdachtmakingen op mij te laden.
Eind goed, al goed.
Arm meisje van de Etos.
Ze trof het niet.
Ze trof namelijk mij: een enigszins op leeftijd rakende meneer,
met een overgevoelige geest voor de Nederlandse taal.
Ze stond die middag achter de kassa en was nog bezig met de
klant vóór mij. In de korte dialoog die klant en caissière voerden, hoorde ik
al twee keer het ‘helemaal goed’ langskomen. Dat beloofde niet veel goeds. Toen
ik aan de beurt was vlogen de ‘helemaal goeds’ mij zodanig om de oren (telde ik
er nu twee of drie in ons dialoogje van twintig seconden?) dat ik er kribbig
van werd. Waarom? Omdat dit modieuze superlatief nergens voor diende en een soort
waardeoordeel was van doodeenvoudige handelingen mijnerzijds zoals wat ik wilde
afrekenen op de toonbank leggen (‘helemaal goed’) en het houden van mijn pinpas
voor de scanner (‘helemaal goed’) en het antwoorden dat ik verder niets meer
nodig had of dat ik “alles” heb kunnen vinden (‘helemaal goed’).
Dat ik iets koop - maakt niet uit wat - is tegenwoordig ‘helemaal
goed’ en dat ik wat ik wil kopen ook nog betaal is dus ook ‘helemaal goed’. Ik
besloot het spelletje maar mee te spelen – vaak is dat het beste – en zei
afsluitend dat ik nu ging proberen om mijn mandje weer ‘helemaal goed’ bij de
ingang op de stapel daar achter te laten. Het meisje van de Etos was inmiddels
zo verbouwereerd over deze vreemde man dat ze prompt vergat om ‘Fijne dag nog!’
te zeggen. Noem het winst.
Nog even over dat “alles”. Het winkelwichtje vroeg mij dus
ook nog: ‘Hebt u alles kunnen vinden?’ Waarop ik zou hebben moeten antwoorden: ‘Gelukkig
niet! Stel je voor dat ik alles hier in deze winkel heb moeten kunnen vinden!
Is dat een voorwaarde om hier klant te zijn, dan? Of bedoel je soms te vragen
of ik alles heb kunnen vinden wat ik nodig had? En vond je die zin te
lang en kortte je die daarom maar in, zodat je nog woorden over had om mij
volkomen overbodige ‘helemaal goeds’ te kunnen toewerpen?’
Maar in plaats daarvan hield ik het kort: ‘Ik had niet alles
nodig’.
Ja, ik weet het. Soms ben ik een nukkige oude man.
Dat oude
gaat niet over, dat nukkige wel. Als ik tenminste (helemaal) goed wordt
bejegend in de winkel. Zo niet, dan word ik daar helemaal niet goed
van…
Het jaar 2020 was het jaar van veel nieuwe zaken, met corona voorop.
Het was ook een jaar waarin een nieuwe smaak werd ontwikkeld, die daarna volop tot bloei kon komen in allerlei horecagelegenheden.
Welke nieuwe smaak?
Togo.
Overal waar je maar iets kon nuttigen in Nederland kwam je deze nieuwe smaak tegen. Togo werd werkelijk overal aan toegevoegd: koffie togo, pannenkoeken togo, pizza togo, hutspot togo, ja zelfs kerstmaaltijden togo, een schier eindeloze rij aan dranken en etenswaren zijn in het afgelopen jaar overgoten met het innovatieve togosausje.
Maar ja, waar smaakte het dan naar?
Het antwoord:
nergens naar...
Dus is er maar één conclusie mogelijk:
opzouten met dat togo!
En misschien is dat een oer-Hollands (ja, bijna Rotterdams) alternatief van dit zoveelste staaltje van overbodig Engels:
Opzoutmaaltijden!
Eén ding is zeker: het jaar 2020 is inmiddels opgezouten.
Nu maar hopen dat de lieve lezer iets heeft
MEEGENOMEN
van dit blogberichtje....
Wie na een lang huwelijk
nog steeds vindt
dat zijn trouwdag de mooiste dag van zijn leven is,
valt te beklagen.
Zo'n mens heeft hoogstwaarschijnlijk
een behoorlijk slecht huwelijk.
(Niemand zegt immers dat zijn geboortedag de mooiste dag van zijn leven was?)
Zojuist weer eens ergens Goed Nieuws gelezen:
"De hemel bestaat niet bij de gratie van de hel.
Het is andersom:
de hel bestaat bij de gratie van de hemel."