LEEF. Zo het het 'magazine voor EO-leden' dat onlangs bij de Visie mee door de brievenbus gleed.
Eén van de personen die in LEEF aan het woord komen is de BN'er Jan Vayne. U weet wel: de hippe pianist met het lange haar. Al direct in de eerste zinnen van het artikel over hem komen we aan de wee dat hij zich helemaal thuisvoelt in een kerkelijke ambiance. Hij kocht zelfs een 'romantische kloosterkapel' in Kampen. Maar hoewel hij dus daadwerkelijk in een kerk woont, komt hij er in feite nooit. Want de meeste kerkdiensten vindt Jan ouderwets, doods en dogmatisch. "De kerk heeft mij eigenlijk nooit aangesproken", betoogt hij om vervolgens te belijden dat hij liever op zijn eigen manier gelooft. Ook heeft hij een mening over Jezus. "Die heb ik nooit zo goed begrepen." Dat hij daarmee niet liegt blijkt direct uit het vervolg: "Ik kan niet zoveel met de gedachte dat je alleen via Hem bij de Vader kunt komen. (...) Wel zie ik Hem als een goed voorbeeld, een rolmodel en katalysator voor een betere wereld." Zo kan Jan Vayne ook goed zonder de kerk Jezus navolgen en een "Christusfiguur zijn" in deze wereld.
Tja.
Dat de Evangelische Omroep ruimte geeft aan een postmoderne gelovige die "nergens aan vast wil zitten" maar desalniettemin toch Christus denkt te volgen is tot daar aan toe. Maar dat er in hetzelfde LEEF een soort advertentie staat onder de noemer "Aanraders en ledenvoordeel" voor een kerstviering middels een improvisatieconcert van dezelfde Jan Vayne doet mijn beide klompen breken.
In opgezwollen proza wordt deze kerstviering de lezer aangeprezen. Maar hoe opgetuigd de taal ook is, zij liegt niet. Direct wordt duidelijk waar het in deze viering om gaat. In een "typisch ouderwetse kerstsfeer" wordt de bezoeker "in vervoering" gebracht. Door de Heilige Geest, denkt u wellicht? Toch niet: het is door het "onnavolgbare pianospel" van "meesterpianist" Jan Vayne zelf die u hierin zal gaan leiden. De "gezelligheid in zijn voormalige kloosterkapel" zal het 'm daarbij gaan doen. En om het plaatje helemaal compleet te maken krijgt de kerstvierder (kaarten aan kassa: € 27,50) ook nog een kop warme chocolademelk of glühwein aangeboden. Zo is "uw feest compleet".
Uw feest. Het feest dus van de herdenking van de geboorte van het rolmodel voor een betere wereld in Jan Vayne's eigen kerk. Dit feest is niet mijn feest en dat geldt ook voor Jans kerk. Niet omdat ik een sfeervolle ambiance niet zou kunnen waarderen of geen chocolademelk lust. Maar wel omdat mijn broeder Paulus daarover (met weinig romantische woorden) iets heeft geschreven in onder andere zijn brief aan de Galaten (Gal 1:8).
Ondertussen is de apostel Paulus inmiddels ingegaan in de rust van zijn HEER, maar viert meester Jan Vain - daarin aanbevolen door de EO - in zijn eigen kerk een kostelijk gloeiwijnfeestje ter ere van ... ja, van wie of wat eigenlijk?
zondag 25 november 2012
maandag 19 november 2012
Column: Een vrolijk gezang
Toeval. Het
bestaat echt. Niet alleen in de combinatie van plaats en tijd, maar
bijvoorbeeld ook in de muziek. Wie het bekende beginregeltje ‘Ik ben kabouter
Plop’ zingt en dat naast Gezang 249 legt, zal ontdekken dat deze muzikaal identiek
zijn. Wie de Plopwoorden nog even doorzingt op deze wijs van ‘Wij leven van de
wind’ komt er nog een aardig eindje mee weg ook.
Tijdens een
kort verjaardagsbezoek bij een gezin met jonge pubers en een spitsvondige vader
wordt, tot groot vermaak van mijn zoons, deze toevalstreffer opgedist. Zodra ze
thuis komen en zich in hun slaapkamer op de Lego storten, hoor ik van boven algauw
de nieuw geleerde, alternatieve versie van het Ploplied voorbij komen. Omdat ik
voorzie dat onze jongens spontaan de slappe lach zullen krijgen als dit lied
ooit nog eens op zondagmorgen in de kerk gezongen gaat worden, brul ik naar
boven dat ze onmiddellijk moeten stoppen. Later leg ik het ook nog maar even
uit. Ze begrijpen het wel, maar jammer blijft het. Want dezelfde uitleg moest
ook al eens gegeven worden na het zien van een televisieaflevering van Mister
Bean. Daarin woonde deze Britse kwast een kerkdienst bij waarbij hij zichtbaar veel
moeite moest doen om niet in slaap te vallen tijdens de preek. Dat was nog wel herkenbaar.
Maar verder had Mister Bean geen gezangenbundel bij zich en spiekte hij daarom bij
zijn hooghartige buurman in de kerkbank totdat die dat opmerkte en met
venijnige blik de arme Bean het zicht ontnam. Dus murmelde die maar wat voor
zich uit, totdat hij bij het einde van elk vers kwam: het driewerf ‘halleluja’
kon hij uit het hoofd meezingen. Dat deed hij dan ook drie maal zo luid, als
moest de schade van alle verloren zinnen weer ingehaald worden. Zeer amusant,
zo vond ook onze oudste. Maar toen Gezang 400 op een zondagmorgen een keer in
de kerk bij ons in het dorp werd gezongen waren de rapen gaar.
Wij leven als christelijk gezin met twee besmette liederen uit het Liedboek der kerken. Humor heeft zijn prijs.
Wij leven als christelijk gezin met twee besmette liederen uit het Liedboek der kerken. Humor heeft zijn prijs.
(Deze column werd in 2009 gepubliceerd in Aan de Hand.)
woensdag 14 november 2012
Sadder and wiser
Afgelopen zaterdag ben ik, door enig toeval, in Rommeldam geweest, de stad van mijn jeugd. Aanvankelijk zou ik samen met vriend B. naar 's Hertogenbosch afreizen om daar gebroederlijk de statige en stokoude Heilige Jan te bezoeken, maar helaas gooide zowel een kapot treinstel van de NS alsook de defecte automobiel van B. roet in het eten. Jan moest dus nog even wachten, maar gelukkig heeft hij nooit haast. Je bent een heilige of je bent het niet.
Dan dus maar Rommeldam. Het voelde goed om daar weer eens te zijn, ook al was het koud en nat en winderig. 't Liefs bezoek ik mijn geboortegrond namelijk op een zonnige zomerse dag zodat ik alles goed kan zien zonder de handicaps van allerhande weerkundige ongemakken, maar men kan niet alles hebben in dit ondermaanse bestaan.
Het enige wat mij eigenlijk nogal tegenviel was eh... mijzelf. Dit moet ik even uitleggen. U moet namelijk weten dat ik enigszins behept ben met het Peter Pansyndroom. Ergens diep in mijn psyche heb ik altijd het waanidee omklemt dat nou juist ik degene ben die niet ouder word en voor altijd en forever young blijft. Zeg nu zelf, vergeleken bij vriend B. ben ik van ons twee toch maar mooi degene die de minste kilo's weegt en opnieuw vergeleken met hem het nog ruimschoots wint waar het gaat om de hoeveelheid - of hoeweinigheid - hoofdhaar (actuele stand 4 - 0). En ook als het gaat om jeugdig elan, rebelsheid en hoogstaand cultureel leven waande ik mij van ons tweeën koning in het land der blinden.
Die waan bleef in stand tot het moment dat wij ons in Rommeldam even moesten haasten om een aansluitende metroverbinding te halen. Met de souplesse van een jonge god spoedde vriend B. zich met een noodgang (in Rommeldam beter bekend als een rotgang) van de trap af om ruimschoots als eerste van ons twee in de metro te stappen. En dat zonder ademnood. In feite was ik nog maar nauwelijks begonnen af te dalen toen B. allang beneden was en in feite al met één been in de metro stond.
Alsof deze vernedering nog niet voldoende was en mijn ego nog meer moest worden getergd wist B. zich ook nog op te werpen als de Grote Begeleider en Gids in het rauwe en chaotische urbane leven van dit deel van de Randstad. Nadat ik had moeten toegeven dat ik mijn OVchipkaart was vergeten mee te nemen loodse hij mij - als ware ik het provinciaaltje dat ik inmiddels in feite ook ben - vakkundig en zonder poeha door de catacomben van de Rommeldamse ondergrondse, wees mij minzaam waar ik mijn inmiddels duur verwonnen kaartje tegenaan moest houden en wachtte een aantal malen met beschermengelengeduld totdat ook ik mij daarheen spoedde waar hij even tevoren al was gearriveerd.
En dat allemaal terwijl uitgerekend ik de oudste (en dan toch dus ook wijste?) van ons tweeën ben. Wij schelen welgeteld precies twaalf dagen en dat merk je uiteindelijk toch. Twaalf is namelijk niets minder dan een Bijbelse volheid, dus vandaar natuurlijk. Maar desalniettemin. Na mijn bezoek aan mijn native city voelde ik mijzelf niet zozeer ouder en wijzer, maar voornamelijk sadder en wiser. Ach, er staat ook niet voor niets in de Heilige Schrift "kennis vermeerdert smart" geschreven.
En over kennis gesproken: zouden ze bij de LOI ook een cursus Randstedelijk leven voor senioren hebben? Dan wil ik daar graag eens naar toe. Kan ik daar als jongste lekker weer eens de Peter Pan uithangen!
Dan dus maar Rommeldam. Het voelde goed om daar weer eens te zijn, ook al was het koud en nat en winderig. 't Liefs bezoek ik mijn geboortegrond namelijk op een zonnige zomerse dag zodat ik alles goed kan zien zonder de handicaps van allerhande weerkundige ongemakken, maar men kan niet alles hebben in dit ondermaanse bestaan.
Het enige wat mij eigenlijk nogal tegenviel was eh... mijzelf. Dit moet ik even uitleggen. U moet namelijk weten dat ik enigszins behept ben met het Peter Pansyndroom. Ergens diep in mijn psyche heb ik altijd het waanidee omklemt dat nou juist ik degene ben die niet ouder word en voor altijd en forever young blijft. Zeg nu zelf, vergeleken bij vriend B. ben ik van ons twee toch maar mooi degene die de minste kilo's weegt en opnieuw vergeleken met hem het nog ruimschoots wint waar het gaat om de hoeveelheid - of hoeweinigheid - hoofdhaar (actuele stand 4 - 0). En ook als het gaat om jeugdig elan, rebelsheid en hoogstaand cultureel leven waande ik mij van ons tweeën koning in het land der blinden.
Die waan bleef in stand tot het moment dat wij ons in Rommeldam even moesten haasten om een aansluitende metroverbinding te halen. Met de souplesse van een jonge god spoedde vriend B. zich met een noodgang (in Rommeldam beter bekend als een rotgang) van de trap af om ruimschoots als eerste van ons twee in de metro te stappen. En dat zonder ademnood. In feite was ik nog maar nauwelijks begonnen af te dalen toen B. allang beneden was en in feite al met één been in de metro stond.
Alsof deze vernedering nog niet voldoende was en mijn ego nog meer moest worden getergd wist B. zich ook nog op te werpen als de Grote Begeleider en Gids in het rauwe en chaotische urbane leven van dit deel van de Randstad. Nadat ik had moeten toegeven dat ik mijn OVchipkaart was vergeten mee te nemen loodse hij mij - als ware ik het provinciaaltje dat ik inmiddels in feite ook ben - vakkundig en zonder poeha door de catacomben van de Rommeldamse ondergrondse, wees mij minzaam waar ik mijn inmiddels duur verwonnen kaartje tegenaan moest houden en wachtte een aantal malen met beschermengelengeduld totdat ook ik mij daarheen spoedde waar hij even tevoren al was gearriveerd.
En dat allemaal terwijl uitgerekend ik de oudste (en dan toch dus ook wijste?) van ons tweeën ben. Wij schelen welgeteld precies twaalf dagen en dat merk je uiteindelijk toch. Twaalf is namelijk niets minder dan een Bijbelse volheid, dus vandaar natuurlijk. Maar desalniettemin. Na mijn bezoek aan mijn native city voelde ik mijzelf niet zozeer ouder en wijzer, maar voornamelijk sadder en wiser. Ach, er staat ook niet voor niets in de Heilige Schrift "kennis vermeerdert smart" geschreven.
En over kennis gesproken: zouden ze bij de LOI ook een cursus Randstedelijk leven voor senioren hebben? Dan wil ik daar graag eens naar toe. Kan ik daar als jongste lekker weer eens de Peter Pan uithangen!
maandag 5 november 2012
Sint Silvester slaapt
Er schijnt een Dagkalender Van Alle Heiligen te bestaan. Ik
las over dit boek op internet. Over alle heiligen die in Nederland ooit zijn of
nog steeds worden aangeroepen staan hier leuke, interessante, ja zelfs nuttige
wetenswaardigheden in. Zo wordt er antwoord gegeven op vragen als: Waarom is
Isidorus de beschermheilige van de landbouw, waarom vindt Anthonius verloren
voorwerpen terug, waarom wordt de heilige Apollonia aangeroepen bij tandpijn en
de Heilige Rita voor “hopeloze gevallen”.
Maar het kan nog merkwaardiger: hoe kwam het dat Theresia
van Avila overleed in de nacht van 4 op 15 oktober 1582 en waarom was het dat
er in datzelfde jaar na Kerstmis elf dagen weggelaten werden? Ja, u leest het
goed.
Er staat ook iets aardigs in over mijn illustere naamgenoot:
de vrome Silvester de Eerste, de - volgens internetencyclopedie Wikipedia
‘uiterst belangrijke’ - 33ste paus van de rooms-katholieke kerk. Is
deze Silvester bij Wikipedia nog de patroonheilige van het nieuwe jaar, de
goede oogst en – o gruwel – van de huisdieren, in de Dagkalender Van Alle
Heiligen staat hij weer anders te boek. Ik citeer de gevonden website daarover:
De laatste avond van het jaar noemt men nog altijd
Silvesteravond, naar Silvester I, die van 314 tot 335 paus was. Een vrome man.
Het blijft ook de auteurs volkomen onduidelijk waarom hij de patroon van de
langslapers is.
Welnu: laat ik de auteurs uit de eh…droom helpen, de
geschiedenis alsnog haar loop laten nemen en een van mijn oude hobby’s hierbij
voor de rest van dit ondermaanse bestaan rechtvaardigen zoniet vergeestelijken.
Natuurlijk bleef het de auteurs van dit ongetwijfeld fraaie
boekwerk tot nu toe onduidelijk waarom de heilige Silvester de patroon van de
langslapers is. Het wachten was, hoe kan het ook anders, op het voorjaar van
1957 toen de zoveelste naamgenoot van deze paus het levenslicht zag in de mooie
stad van Rotterdam. In zijn vroege tienerjaren ontdekte ondergetekende reeds de
geneugten van het langslapen en tot lang nadien verstond hij de kunst van het
uitslapen. Wie niet beter wist, zou denken dat hij daarvoor een speciale gave
had gekregen. Vandaar en zodoende dus dat patroonschap.
Kent u overigens het hierbij horende verhaal van de
zevenslapers? Vast niet en daarom hierbij dan.
De zevenslapers waren zeven broeders uit Efeze, die volgens
de overlevering gedurende de vervolging van de christenen onder keizer Decius
in een hol in slaap vielen en 150 jaar later onder keizer Theodosius weer
ontwaakten. Ik wed: bij die zeven broeders zat vast een Silvester. En wat
zullen die ontwaakte broeders toen hebben geroepen?
‘Sliep uit! Sliep uit! Sliep uit!’
zondag 28 oktober 2012
Over de liefde
Mensen, het gaat goed met Nederland!
In de zaterdageditie van ons dagblad las ik een advertentie over een nieuw tijdschrift. Een heel tijdschrift met maar één onderwerp: de liefde. Om geheel en al duidelijk te zijn hebben de makers van dit tijdschrift het blad daarom ook maar zo genoemd. Met als heldere ondertitel: een magazine over het belangrijkste in het leven.
Het belangrijkste in het leven. Dat kan alleen betekenen dat het over de Liefde in persoon Zelf gaat natuurlijk. Nee dus. Het 'magazine' is geen christelijk tijdschrift. Hoewel ik die illusie nog wel even koesterde toen ik op de cover nog de artikeltitel ontwaardde "EEUWIGE LIEFDE BESTAAT". Ja, maar nee.
Niet alleen is De Liefde geen christelijk tijdschrift, maar het gaat over het tegenovergestelde van de liefde. Hoe ik dit zo goed weet? Door diezelfde advertentie. Ik hoefde letterlijk niet verder te kijken dan mijn neus lang is. Want onder de coverfoto stonden precies vier artikelonderwerpen waarmee de twijfelende consument over de streep diende te worden getrokken:
1. Een voor mij onbekende bekende Nederlander over haar scheiding.
2. Iets over penisnijd.
3. Iets over de affaires van twee bekende schrijvers.
4. Een test die kan uitwijzen of je partner vreemd gaat.
Een tijdschrift over de liefde dat bol staat van de artikelen over het ontbreken van liefde.
Mensen, het gaat slecht met Nederland!
In de zaterdageditie van ons dagblad las ik een advertentie over een nieuw tijdschrift. Een heel tijdschrift met maar één onderwerp: de liefde. Om geheel en al duidelijk te zijn hebben de makers van dit tijdschrift het blad daarom ook maar zo genoemd. Met als heldere ondertitel: een magazine over het belangrijkste in het leven.
Het belangrijkste in het leven. Dat kan alleen betekenen dat het over de Liefde in persoon Zelf gaat natuurlijk. Nee dus. Het 'magazine' is geen christelijk tijdschrift. Hoewel ik die illusie nog wel even koesterde toen ik op de cover nog de artikeltitel ontwaardde "EEUWIGE LIEFDE BESTAAT". Ja, maar nee.
Niet alleen is De Liefde geen christelijk tijdschrift, maar het gaat over het tegenovergestelde van de liefde. Hoe ik dit zo goed weet? Door diezelfde advertentie. Ik hoefde letterlijk niet verder te kijken dan mijn neus lang is. Want onder de coverfoto stonden precies vier artikelonderwerpen waarmee de twijfelende consument over de streep diende te worden getrokken:
1. Een voor mij onbekende bekende Nederlander over haar scheiding.
2. Iets over penisnijd.
3. Iets over de affaires van twee bekende schrijvers.
4. Een test die kan uitwijzen of je partner vreemd gaat.
Een tijdschrift over de liefde dat bol staat van de artikelen over het ontbreken van liefde.
Mensen, het gaat slecht met Nederland!
donderdag 25 oktober 2012
Uit mijn doppen kijken
Ha!
Eindelijk kon ik weer eens laten zien dat ik als tweelinkerhandige man zo af en
toe best mijn mannetje sta. Luuks dynamo deed het niet meer en dus moest er een
nieuw dopje op. Ik weet namelijk wel twee dingen van een fiets en dit was er
toevallig één van. Ik viste zo’n dopje
uit de tas met fietsbenodigdheden en commandeerde Luuk hiermee naar zijn
dynamo. ‘Houd je kop goed bij je dop!’, riep ik niets te beroerd voor een
flauwe woordgrap hem nog achterna. Even later was hij al weer terug. Hij kreeg
het oude dopje er niet af. De slappeling. Ook zei hij nog iets over een ander
systeem of zo, maar dat wuifde ik vastberaden weg. Tijd voor een patriarchaal
ingrijpen. Voorwaar: een oud dopje van een dynamo afhalen, hoe moeilijk kon dat
zijn? Bovendien had ik zoiets al vaker gedaan, toen bij mijn eigen fiets het
licht doofde.
Het dopje, dat totaal geen reliëf meer had, wist ruimschoots weerstand te bieden tegen een man in de kracht van zijn leven, die daardoor bedacht dat versterking slechts zou kunnen worden gevonden in de keukenla. Gewapend met een keukenmesje en behept met aanzienlijk meer adrenaline dan gezond is wendde ik mij opnieuw tot de fiets. Met ongekende krachten wist ik het oude dopje ernstig letsel toe te brengen, maar het kreng bleef desondanks verkleefd aan de dynamo. Luuk stond erbij en keek ernaar en zou zichzelf niet zijn om mij ongevraagd goedbedoeld advies toe te voegen. Het nut van zijn eerdere adviezen indachtig sloot ik bijna gewoontegetrouw mijn oren voor zijn gezwets en liet de ongetemde man in mij los. Inmiddels ontdaan van elke natuurlijke remming viel ik met brute en ongecontroleerde kracht de dynamodop aan, totdat Luuks oudere broer het toneel betrad. Die keek de zaak heel even aan en zei toen ongegeneerd: "Het dopje is er al vanaf pap, je molt nu de dynamo zelf." Opnieuw doofde mijn licht.
Het dopje, dat totaal geen reliëf meer had, wist ruimschoots weerstand te bieden tegen een man in de kracht van zijn leven, die daardoor bedacht dat versterking slechts zou kunnen worden gevonden in de keukenla. Gewapend met een keukenmesje en behept met aanzienlijk meer adrenaline dan gezond is wendde ik mij opnieuw tot de fiets. Met ongekende krachten wist ik het oude dopje ernstig letsel toe te brengen, maar het kreng bleef desondanks verkleefd aan de dynamo. Luuk stond erbij en keek ernaar en zou zichzelf niet zijn om mij ongevraagd goedbedoeld advies toe te voegen. Het nut van zijn eerdere adviezen indachtig sloot ik bijna gewoontegetrouw mijn oren voor zijn gezwets en liet de ongetemde man in mij los. Inmiddels ontdaan van elke natuurlijke remming viel ik met brute en ongecontroleerde kracht de dynamodop aan, totdat Luuks oudere broer het toneel betrad. Die keek de zaak heel even aan en zei toen ongegeneerd: "Het dopje is er al vanaf pap, je molt nu de dynamo zelf." Opnieuw doofde mijn licht.
vrijdag 19 oktober 2012
Achtbaan
Als
je in een volle trein door de Randstad rijdt en je komt over een viaduct met
daaronder een achtbaanssnelweg en je ziet de talloze auto's onder je voorbij
zoeven. Als je nadenkt over al die
mensen in hun blikjes, op weg naar ergens. Als je daarbij beseft dat er geen
mens is die al die mensen zal kunnen kennen. Als je nadenkt over hoeveel mensen
er eigenlijk om je heen zijn, en dat al die mensen hun leven leiden met hun
kleine en soms miezerige pleziertjes en met alle zonde, alle hoogmoed, alle oppervlakkigheid,
alle dwaasheid, maar ook met alle gebrek, alle pijn, alle gebrokenheid, alle
ellende, alle kwalen, alle … Als je weet dat er miljoenen van die mensen leven,
alleen al hier in dit ene, kleine, koude kikkerlandje. Als je de last van al
die mensen ergens in je ziel begint te voelen. Alleen al omdat je zelf ook een
zondig mens bent. Als je weet dat er iemand is die daar alles van weet. Omdat
er iemand is die al die mensen zelf geschapen heeft, in de bedoeling dat zij
zeer gelukkig zouden leven in volkomen vrijheid en in volle liefde voor hun
Schepper, de schepping en alle medeschepselen. Als je gelooft dat iemand voor
al die mensen door het vuur is gegaan. Omdat het met die volkomen vrijheid en
die volle liefde voor geen meter lukte.
Dan
weet je een beetje wat verlossing is.
Als
het lijkt alsof je door iedereen uitgelachen wordt. Als het leven zo'n pijn
doet dat geen pleister meer helpt. Als je eerlijk uitkomt voor je geloof in
Jezus en alleen maar onbegrip, spot en hoon ontmoet. Als je het duister van
deze wereld hebt gezien en daar heel akelig van wordt. Als je het wel kunt
uitschreeuwen van de pijn die in alle hevigheid op je inbeukt. Als je weg wilt
kruipen in een donker hoekje omdat niemand je geeft wat je zo nodig hebt. Als
je op momenten denkt dat je de enige bent die zo’n problematisch en complex
probleem hebt als jij. Als er vele jaren van je leven zijn verkwist of weggegooid
omdat je relaties volkomen zijn stukgelopen en vergeving verder weg dan ooit
lijkt. Als je merkt dat je hoe dan ook op een doodlopend spoor ben
terechtgekomen en er geen weg meer terug is.
Dan
wordt het tijd om God weer te ontmoeten. Hij is maar één stap van je vandaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)




