donderdag 30 september 2010

Fietsen of afstappen?

Eén van de ergernissen van veel mensen is het fietsen door een (drukke) winkelstraat. Bijna altijd wordt deze overtreding gepleegd door groepjes tieners. Ze zoeken graag de grenzen op, maar doen dat in de openbare ruimte liever niet alleen. Samen fiets je sterk, nietwaar?

Mijn eigen Purperpol stoort zich daar vaak aan. Zelf fietste ze vroeger natuurlijk nooit waar het niet mocht, en dan krijg je dat. Ze heeft zelfs een methode ontwikkeld om de weerspannige jeugd van ons provinciestadje de les te lezen. Bij geval ze weer eens een kluitje stoepfietsende stoutertjes ziet aankomen, doet ze net of ze niet oplet en gaat op het laatste moment pal voor hun fiets lopen met als gevolg dat de puisterige wetsovertreders wel moeten afstappen. Ook in het openbaar staat mijn vrouw haar mannetje.

Zelf ben ik (u kent mij) een stuk milder, want ik begrijp ze wel die jongens en meisjes. Gevalletje van: zelf ook jong geweest (maar wanneer ook al weer?).
Ik besef namelijk heel goed dat ik met mijn drieënvijftig levensjaren met goed fatsoen niet door een drukke winkelstraat kan fietsen. Ik niet. Act your age, heet dat in het Engels en zo is het maar net. Bij een bepaalde leeftijd hoort een bepaald gedrag. Volwassen gedrag in dit geval.
Maar zoals je als volwassene geen gezichtsverlies oploopt door je aan de regels van het spel te houden, zo loop je als scholier daarentegen een enorme hoeveelheid gezichtsverlies op door je ook aan diezelfde regels te houden. Ik bedoel: het zou toch de braafheid ten top zijn als je als pakweg 14-jarige netjes met je fiets aan de hand door de winkelstraat gaat lópen, en al helemaal als je dat in groepsverband zou doen? Je gaat nog liever gewoon dood. Hoewel dat laatste eigenlijk toch maar liever niet. Het geeft zo'n rommel en van fietsen komt dan ook weinig meer.

Maar wat gebeurt er nu als Purperpol en ik sámen door de winkelstraat stiefelen en er komt zo'n kluitje gierende hormonen op fietsbanden aan?, hoor ik u al denken, want ik denk altijd vreselijk met u mee.

Doet u even de ogen dicht en fantaseer een aimabele, niet onknappe man van middelbare leeftijd met een milde en al-begrijpende blik in de ogen met naast zich een verbeten viswijf met bloed in de ogen dat klaarstaat om een stel brutale apen koste wat het kost een hak te zetten. Ik doe de waarheid enigszins geweld aan, maar ik kan hier moeilijk gaan melden dat de realiteit meestal totaal omgekeerd is aan deze aperte leugen. En leugentjes om bestwil, daar eh... stap ik liever niet vanaf.

dinsdag 28 september 2010

Eekhoorn in shock

Vandaag fietste ik ergens in Neerlands Biblebelt door een aardig provinciestadje aan de rand van de Veluwe. Het was midden op de dag en het stadje lag er tevreden en reformatorisch bij. Omdat het uiterst rustig was, durfde een ijverige eekhoorn (die geheel in tegenstelling tot zijn naam alvast aan het hamsteren was geslagen) wel even de weg over te steken. Ik zag hem vooruitsnellen en dacht: hij zal de boom wel ingaan en niet doorschieten naar het aangrenzende fietspad, want daar fietste ik en eekhoorns zijn niet blind. Aanvankelijk deed de eekhoorn precies wat ik hem in gedachten voorschreef en leek hij de boom in te gaan. Dat bleek slechts een schijnbeweging. Eén tel later tipte hij al weer de grond aan, zag mij vervolgens nu wel aankomen en raakte in opperste verwarring. Ik heb wel vaker dat effect op mensen, maar dat deze reactie nu ook al bij de dieren kon worden waargenomen, maakt mijn leven er voorwaar niet eenvoudiger op.

De verwarring was zo heftig dat het arme diertje prompt de verkeerde vluchtroute nam. Laat ik het maar de Grote Sprong Voorwaarts noemen. Helaas belandde Pluimstaart daardoor pal voor mijn voorwiel en kon ternauwernood een bloedige aanrijding worden voorkomen. Niet omdat ik bovenop de rem stond, maar doordat deze Knabbel - of was het toch Babbel? - opnieuw pijlsnel vooruitstoof, het fietspad weer af, de struiken in. 

Ik wed dat ie nu op de sofa van zijn psychiater ligt om het trauma dat mijn naam draagt van zich af te praten. Maar als die psychiater een kerel is, geeft ie een manhaftig advies aan Pluim:

"Je kunt voortaan de boom in!"


zaterdag 25 september 2010

Een ernstig woord

Mijn vorige post ging over zwaar gelovig zijn. Die post is behoorlijk veel meer gelezen dan veel voorgaande berichten. Dat zegt natuurlijk wel wat over u oplettende lezertjes! U wilde natuurlijk wel eens weten wat een Heer van Stand daarover te melden had. Ongetwijfeld in de hoop om, na lezing dezes, wellicht sadder maar vooral wiser tevoorschijn te komen. Hoe erg kan men zich vergissen.
Want wat ik te melden had stelde niet veel voor. Ik schamperde zelfs ook nog wat over mijn zwaar gereformeerde broeders en zusters in de hoop u een beetje plezier te bezorgen. Niets is mij te dol om een glimlach om uw vermoeide gezicht te willen toveren.

Toch heb ik daar een beetje spijt van (en nu ben ik even serieus). Hou me ten goede: ik bedoelde het niet zo rottig, maar de indruk zou kunnen ontstaan dat ik me liever zou willen distantiëren van mijn zwaar protestantse medegelovigen, dan dat ik hen zou willen omarmen. En dat is nu net niet waar. Want als kind van God in de hemel en onderdeel van zijn lichaam op aarde ben ik met elke vezel verbonden met al mijn broeders en zusters die staan op dezelfde rots en drinken uit dezelfde bron als ik. Ja, ook als ze zwarte kousen dragen of wat al te letterlijk 'smulpapen' zijn of waren.

Ik ben niet geroepen om mij te distantiëren van degenen die de kerk een slechte naam bezorgen, maar veeleer om mij met hen te vereenzelvigen. Ondanks alles ja. Want de kerk bestaat al eeuwenlang uit the glory & the shame. Hoewel die laatste er beslist niet bijhoort, zijn beiden niet los verkrijgbaar, ook al zouden we dat nog zo graag willen. Wie de glory van de kerk wil ontvangen, zal ook moeten delen in haar shame. Vergelijk het hiermee: de Leeuw is dezelfde als het Lam, maar wie alleen met de Leeuw wil triomferen, lijkt op het zaadje dat niet in de aarde wil sterven en voor zichzelf blijft leven zodat hij juist ten onder gaat. Christenen volgen het Lam, niet allereerst de Leeuw.

Het is zo gemakkelijk om mee te huilen met de wolven in het bos, die zich tegenwoordig vermommen als journalisten in de pers en buurvrouwen van om de hoek, die de schandalen in de roomse kerk waar de kat in het donker werd geknepen onderstrepen, en hartgrondig schamperen over (vermeend of niet) huichelende strengorthodoxe gereformeerden die zondags a zeggen en maandags z doen.
Toch ben ik er één van hen en één met hen. Er is namelijk maar één kerk zoals ook meermalen in het Nieuwe Testament staat en ondanks talloze kerkscheuringen nooit is veranderd. Of dacht u dat de hemel ook was opgedeeld in dezelfde 'afdelingen' die wij hier op aarde meenden te moeten maken?












Deze week werd ik indirect vermaand om mij meer te vereenzelvigen met al mijn broeders en zusters in de Heer. Dat heeft als consequentie dat ik mij niet negatief hoef uit te laten over mijn familie en al helemaal niet als niemand daarom vraagt. Al was het alleen maar omdat in mijn leven ook shame zowel als glory te vinden is.
Mag ik dan geen grapje maken? Natuurlijk wel. En ik doe dat graag. Toch: als er ook maar een randje bijzit van zelfverheffing, is dat fout.

Als Jezus zich volkomen vereenzelvigt met zondaren zoals ik, heb ik daarom de heilige plicht om te zijn zoals hij, zodat zijn wil worde gedaan op aarde zoals in de hemel.
Dan omarm ik de gevallen, beschimpte of verguisde broeder, en ben ik voor hem de Barmhartige Samaritaan, in plaats van mee te doen met de wolven (of te zijn als de priester en de Leviet).
Dan ben ik met recht een Heer van Stand.

Nou, dit moest ik even kwijt.

En dan in antwoord op uw schrijven, beste reageerders: Jezus was natuurlijk licht gelovig noch zwaar gelovig. Jezus was - het geloven voorbij - gewoon helemaal één met zijn Vader. Daarom deed hij alleen maar wat hij de Vader zag doen, zoals hij zelf aangaf. Dat was geen kwestie van geloof meer, maar van zijn.

dinsdag 21 september 2010

Zwaar gelovig

Aan de eettafel:

"Pappa, zijn wij zwaar gelovig?"

Luuk had het in de klas overduidelijk over het onderwerp 'zwaar gelovigen' gehad. De jongen is namelijk een open boek en daar pluk je als ouders de zoete vruchten van.

Nu vind ik het om bepaalde redenen niet zo leuk om als zwaar gelovig te boek te staan, dus probeerde ik omzichtig uit te leggen dat met deze term meestal de heel zware gereformeerden worden bedoeld, die met behulp van diverse extra do's en vooral don'ts onze gezamenlijke vijand buiten de deur proberen te houden. Zonder mijzelf direct compleet af te zonderen van deze zwaarwegende tak aan de kerkelijke loot wilde ik ook weer niet al te stevig met hen vereenzelvigd worden. Ik bedoel: ik ben van mijzelf al tamelijk zwaar op de hand, en kan daar dan onmogelijk ook nog zwaargelovigheid erbij hebben.
"Vind jij dat wij zwaar gelovig zijn?" weerkaatste ik lafhartig.
Het antwoord viel mee: wel vrij zwaar, maar niet per definitie heel vervelend. Het mocht in ieder geval wel wat lichter, vond hij. Sinds ie de film The Blues Brothers heeft gezien, weet hij precies naar wat voor soort kerkdienst hij het liefste zou willen. Zo'n swingende negro-gospel dienst, waarin je helemaal uit je dak kon gaan. Ik zie het hem zo doen.
Heel veel later bedacht ik wat ik eigenlijk had moeten antwoorden op zijn vraag. Namelijk dit:

"Was Jezus zwaar gelovig?"

Tja, de vraag stellen is hem beantwoorden natuurlijk. Dus binnenkort kunt u mij des zondags zien zitten op de voorste bank bij de Nederlandse Binnenverbandse Hersteld Gereformeerde en daarna (voor de zekerheid tevens) Hervormde Gemeentekerk Bond, met in mijn ene hand een Statenvertaling en in de andere wat Gekrookt Riet.

Al heb ik er wel een zwaar hoofd in of ik daar wel zal worden toegelaten zonder stropdas (do's!) en met m'n voeten in mijn Jesus Nikes...(don'ts!!!).

zaterdag 18 september 2010

Mijn eigen weelde












Een citaat:

"Ik kies voor de mooie kanten van het leven, heel beslist. Maar als de mensen drie straten verderop grommen, dan geniet ik minder. Dus om beter te genieten van mijn eigen weelde, wil ik dat andere mensen niet in misère leven."

Deze uitspraak van een bekende Nederlander stond vandaag (zaterdag 18 september 2010) uitgelicht in Trouw om een groter artikel verderop in de krant aan te prijzen bij de lezers.

Ik wist niet wat ik las.

Na even te hebben nagedacht, kwam ik tot de conclusie dat een van de bekende gelijkenissen die Jezus ooit vertelde nu een beetje moet worden herschreven. Dat doe ik bij dezen:

Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. Hij koos voor de mooie kanten van het leven, heel beslist. Een bedelaar die Drie Straten Verderop heette, woonde daar ook, zij het dat hij was overdekt met grommende zweren. Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; en omdat de rijke man graag zijn geweten wilde sussen voordat hij aan tafel ging, zorgde hij ervoor dat Drie Straten Verderop er weer een beetje appetijtelijk uitzag en er weer zo'n beetje mee door kon. Op zekere dag stierf Drie Straten Verderop, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Drie Straten Verderop aan zijn zijde. Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Drie Straten Verderop naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Drie Straten Verderop bijna niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” Toen zei de rijke man: “Maar vader, ik heb toch minder kunnen genieten van mijn weelde dan ik wilde, juist omdat Drie Straten Verderop maar steeds aan het grommen bleef? Dan is het niet eerlijk dat ik hier moet zijn en hij daar bij u."

Wat Abraham daarop zei, mag u zelf gaan bedenken...

En nee, ik geef u niet de naam van deze levensgenieter. We hebben niet te strijden tegen vlees en bloed en zelfs niet tegen Bekende Nederlanders (al zou je soms denken van wel) en wellicht woont dit personage wel veel dichterbij dan ons lief is. In ons eigen hart bijvoorbeeld.

vrijdag 17 september 2010

COLUMN 13: DE LAATSTE VIJAND

Ik heb iets met Elly & Rikkert. Ooit waren het belangrijke rolmodellen voor me. Dat was ergens in de jaren zeventig toen zowel zij als ik ons bekeerden tot de beroemdste Nazarener ooit. Ik kocht al hun platen, speelde en zong hun songs en had zelfs een kinderkoortje vol met hun kinderliedjes.
Ergens eind jaren tachtig verwaterde mijn aandacht en vond ik hun cd's niet meer zo nieuw en avontuurlijk. Met hun in 1995 uitgegeven enigszins katholiek en mystiek aandoende cd (Elly is en blijft van roomse huize) heb ik iets speciaals. Daarom is het nogal merkwaardig dat ik vijftien jaar lang de aankoop ervan heb uitgesteld. Gisteren kwam ik het plaatje tegen op Marktplaats, bood slechts drie euro en mocht hem direct komen ophalen. Niet alles van deze cd pakt me, maar een flink aantal liedjes raakt me nog steeds, want ik had de muziek al wel jarenlang op een cassettebandje "gedownload".

Het trieste verhaal hierbij vatte ik ruim vijftien jaar geleden samen in een column die ik nu maar eens op het wijde web zet.

DE LAATSTE VIJAND

Eind april jongstleden is mijn enige broer op 43-jarige leeftijd overleden. Mijn broer leefde alleen, had vrouw noch kind en moest ook al sinds jaren vader en moeder missen. Datzelfde gold allemaal jarenlang ook voor mij. De eenzaamheid die ik voelde na zijn overlijden was dan ook groot, maar gelukkig wist ik mij wel getroost door de aanwezig­heid van Lydia en Elias. Zonder hen was het leed amper te dragen geweest.
Net als toen mijn moeder overleed, moest ik ook nu het achtergebleven woonhuis leegruimen. Een triest karwei natuurlijk, maar wel een goede vorm van verwerking. Vooral ook nu ik geen afscheid kon nemen van mijn broer, die plotseling in zijn slaap was overleden en pas na twee dagen gevonden werd.
In zulke tijden in mijn leven verlang ik hevig naar een teken van God. Een teken om te merken dat Hij ook weet heeft van de situatie. Ook al weet je dat wel met je verstand toch is er dat sterke verlangen. Gelukkig gaf de Heer waar ik om vroeg.
Ik weet nog goed dat toen mijn moeder op een zondag in 1987 overleed er op datzelfde moment een Godslamp uitging tijdens een eucharistieviering in een kerk waar ik vaak kom, en dat deed me goed. Het was voor mij een teken dat het (geestelijke) leven niet zo maar doorging, maar dat de lamp of het licht even ergens anders moest zijn, of zoiets. Ik kan het niet zo goed uitleggen, maar het was wel erg belang­rijk.
Het teken dat ik nu kreeg was een regenboog. Ik had in een lang gesprek met zijn vrienden een flink aantal dingen over mijn broer gehoord die mij terecht tot verdriet zouden kunnen stemmen. Mijmerend over het gehoorde zat ik in de trein van Utrecht naar Ede, die ik overigens bijna gemist had. Opeens was daar een heel heldere en prachtige regenboog die precies haaks op de rails stond, zodat het leek alsof de trein er als door een poort heen zou rijden. Meteen kwamen daarbij de woorden 'Het is goed.' Ook al was er veel scheef­groei, verdriet en pijn: het was goed. God wist ervan. Het was goed, het is goed en het wordt goed. Piekeren, verdriet en pijn doorleven, het mocht wel, maar ik moest één ding weten: ondanks alles was het nu goed. O, zoete Troost...

Maar er kwam nog een teken. Op de dag dat mijn broer stierf en ik dat, zoals gezegd, nog niet wist, was ik aan het winkelen in Nijmegen. In een platenzaak aldaar stuitte ik op de nieuwe cd van Elly en Rikkert. Ze stonden in het zwart op het hoesje gefotogra­feerd. En de titel? De tranen van de kleine mensen. Ook gehuild door uw columnist.

woensdag 15 september 2010

COLUMN TWAALF: DE EENZAME VADER

Hoewel onze Luuk deze zomer inmiddels al weer dertien jaar is geworden, speelt onderstaande column zich af in de tijd dat hij nog maar vijf jaar was. Het is maar even dat u het weet.


Ach, zie hem staan. De eenzame vader op het schoolplein. Omringd door leuke moeders. Moeders met hun gezellige babbels. Moeders met hun sociale netwerk. Nooit verlegen om een praatje. Altijd wat te bespreken met elkaar. Elkander vrolijk groetend en opgewekt zwaaiend naar hun schooluitgaande koters. De ongelofelijke lichtvoetigheid van het bestaan straalt van ze af.

Nee, dan hij. Schuchter poseert de eenzame vader zich tegenover de kleuteruitgang. Niet te dichtbij maar vooral ook niet al te ver af van de kwekkende kudde. De blik nadrukkelijk gericht op het dak van de school. Drie minuten rekken zich in zijn beleving uit tot een kwartier.

Maar daar gaat dan toch de zoemer. De eerste kleuters rennen net zo vrolijk als hun moeders het schoolplein over en laten trots zien wat ze binnen in elkaar hebben geflanst. Met grote hulp van juf, denk ik donker. Na de middenmoot verschijnt dan als een van de laatsten onze Luuk. Ik zie dat hij weer eens zijn jas is vergeten. Maar hij heeft zijn handen sowieso al vol. Zijn plakwerk en de schoolbrief vormen een onoverkomelijk obstakel om huppelend de school uit te komen. En een afspraakje met een vriendje? “Ze waren opeens allemaal weg.” En Tim dan? “Die kon niet want die moest naar hockey.” En Max? “Moest naar tennis.” Zo´n school. Het komt er op neer dat ik maar wat moet gaan regelen. Maar ik dank je de koekoek. Die moeders zien mij net zo min staan als hun kroost mijn joch. Blijkbaar. De bodem van mijn hart begint gaten te vertonen als ik denk over dit soort mechanismen. Moet ik als vader ook maar zo gehaaid worden om daags tevoren via zo´n moeder een afspraak voor mijn zoon zien te regelen? Ik dacht van niet. Luuk gaat lekker met mij mee naar huis. Gelukkig heeft ie nog een broer die ook niet zo´n afspreker is. Samen spelen kan ook gewoon thuis. Met je eigen broeders hoedertje.

Deze column is eerder in het opvoedblad Aan de Hand terechtgekomen. http://www.aandehand.nl/