maandag 13 september 2010
Houd je kop!
Al zo'n vijftien jaar ben ik in het bezit van een uiterst kinderachtige mok. U ziet hem hierboven afgebeeld en het is inderdaad een Bambibeker.
Ik heb die ooit als goedkoop verjaardagscadeautje gekregen van een toenmalige studente met wie we inmiddels al jarenlang geen contact meer onderhouden. Toch zou ik deze beker, mok of kop voor geen goud willen missen. Waarom dat is? Geen idee eigenlijk. Gewenning misschien? Of nee, het zal het speelse ontwerp in samenwerking met het stemmige kleurenpatroon zijn waar ik voor val. Verder lig de mok gewoon heerlijk in de hand, geeft dagelijks ruimte aan een flink aantal ferme slokken koffie en heeft ergens, heel in de verte, ook iets kunstzinnigs, iets psychedelisch, iets paisley-achtigs. Ja, ik geef toe, het is vergezocht, maar ik probeer ook maar te bedenken waar mijn voorliefde voor dit simpele brokje aardewerk vandaan komt.
Of moet ik nog verder gaan in mijn fantasie? Zou het soms een brok onverwerkte jeugd zijn? Iets wat ik vroeger altijd al graag had willen hebben, maar nooit kreeg? Het zal toch weer eens niet, hè? Alweer een jeugdtrauma ontdekt! Dit keer eentje die ik mezelf heb aangepraat. Welja, die kan er ook nog wel bij. Achteraan sluiten, Bambi! En je kop houden graag.
zaterdag 11 september 2010
Vol op het orgel
Heel politiek Nederland wacht vandaag in spanning af of Geert Wilders vandaag 'vol op het orgel' zal gaan. Die uitdrukking komt, meen ik, van Ab Klink, de sympathiekste CDA'er van dit millenium. Als Wilders dat gaat doen, zouden de rapen gaar kunnen zijn en Nederland een figuur slaan in het buitenland, wat dan bijvoorbeeld voor de export niet gunstig is. Het een hangt blijkbaar nu eenmaal nauw samen met het ander.
Nu is zelfbeklag nooit erg netjes maar toch wil ik de oplettende lezertjes van dit weblog eens vertellen dat ik wekelijks getuige ben van iemand die vol op het orgel gaat. Deze persoon is weliswaar niet zo onuitstaanbaar als Wilders, maar toch. Elke zondagmorgen is dit namelijk letterlijk het geval op de plek waar ik het kerkje bezoek waar we al jarenlang bij horen. De organist gaat daar steevast voluit. Op het orgel dus. Hoe vreselijk is dit alles voor een tere heer met een zachte inborst en een fijnbesnaard gemoed. Telkens tettert zijn (het zijn altijd mannen) orgelspel me in de oren, waarbij de organist in de waan verkeert dat zijn spel zodanig positief door de gemeente wordt gewaardeerd dat hij bijna bij elke psalm of gezang heuse mini-concertjes geeft. Denk ik telkens te kunnen beginnen met het zingen van het betreffende lied moet ik toch telkens weer wachten totdat het voorspel, tussenspel dan wel naspel (o nee, dan weer niet) is afgelopen.
Ik heb inmiddels een gezonde hekel ontwikkeld aan het voorspel in de kerk, terwijl ik op een geheel andere plaats dat heus wel weet te waarderen. Maar daar zal ik het maar niet over hebben. Terug naar het leed dat orgel heet. Mijn idee is: weg met dat ding! Op de brandstapel ermee! Wat vroeger heel gemakkelijk met ketters ging, kan nu toch zeker wel voor ketterse instrumenten? Recyclen mag van mij ook hoor, want ik ben wel kwaad, maar desondanks de kwaadste niet.
Maar als het orgel uit de kerk verdwijnt, wat moeten we dan? hoor ik u denken.
Beste mensen, weest niet bevreesd, want ik verkondig u heden met grote blijdschap dat er een redelijk alternatief is dat tevens ook de beste geschiedkundige papieren heeft. Lang, lang geleden was het orgel helemaal geen verkapt protestants sacrament, maar diende eeuwenlang de harp als hét instrument dat de klerikale samenzang begeleidde. De harp ja. En welk toeval is het nu dat mijn eigen Purperpolletje juist dat instrument bespeelt? Ik zeg u: het heeft allemaal zo moeten zijn.
De harp, lieve mensen, is hét symbool voor zachtheid, fijnbesnaardheid, gevoeligheid en al die dingen meer. Veel beter dus dan het quasi-triomfantalistische superioriteitskanon dat orgel moet heten. Die helse machine die elk slecht gezongen psalm toedekt, niet met de mantel der liefde, maar met een oorverdoving die zwaar verslavend werkt voor menig zwaar gereformeerd broeder of zuster. Dit herrieapparaat dat overal bovenuit tettert, doet soms zelfs zeer aan de oren. Overdreven? Let maar eens op de kleine kinderen. Ik heb best vaak peuters in de kerk gezien, die de handjes voor de oortjes deden als het orgel begon te spelen. U ook? Welnu: kinderen spreken altijd de waarheid. Al was het maar met hun handen. Onthoud u dat, bid ik u.
Zo, ik heb mijn punt gemaakt. Hopelijk neemt u het mij niet kwalijk dat ik nogal tekeer ben gegaan. Het lijkt wel alsof ik zelf vol op het orgel ben gegaan. En daar was ik juist zo op tegen.
Kun je eigenlijk ook vol op de harp gaan? Toch 'es vragen aan de harpiste met wie ik nu al bijna twintig jaar ben getrouwd. Zij zal haar antwoord verpakken in lieflijk snaargetokkel.
donderdag 9 september 2010
Red het alfabet!
Ik schreef vorig jaar al een aardig logje over de Gooise r die groot is geworden danzij Sasja de Boej van het NOS-journaal. Helaas is er sindsdien weinig verbeterd in haar uitspraak. Erger nog: steeds meer televisiepresentatoren gebruiken de Hollandse r niet meer. Het is schering en inslag geworden om die prachtletter te vervangen door een laffe J.
En als niemand een halt toeroept aan deze ontwikkeling voorspel ik dat gaanderweg steeds meer letters zullen worden opgeofferd aan de moderne Anglisistische gemakszucht van al die Murmelende Mormeltjes van deze Moderne Maatschappij. De letter G is, wat ik u brom, het volgende slachtoffer. Veel te duidelijk, te hard en te krachtig voor mensen die graag uitdrukkingen gebruiken als 'of zo' en 'en alles'. Of wat dacht u van de letter K? De uitspraak daarvan zal steeds meer gaan lijken op de eerste klank van het Engelse 'goat'. Verder zal dan de Z allengs worden veranderd in een S of een sh-klank, de IJ wordt een aai en ga zo maar door.
Dit betekent dat ej steeds meej lettejs sullen wekvallen en/of vejvangen sullen wojden dooj andeje softeje lettejs. Dan blaaift alleen e seurt English-aktikke aaitspjaak ovej. Laat that twee-talikke onderwaais dan uik maaj sitten: helemaal niet meej nodik. Before we het weten sitten we here opkeshipt met an English that sometimes nok a Dutch accent haaift. That is the wejeld op saain cup!
En als niemand een halt toeroept aan deze ontwikkeling voorspel ik dat gaanderweg steeds meer letters zullen worden opgeofferd aan de moderne Anglisistische gemakszucht van al die Murmelende Mormeltjes van deze Moderne Maatschappij. De letter G is, wat ik u brom, het volgende slachtoffer. Veel te duidelijk, te hard en te krachtig voor mensen die graag uitdrukkingen gebruiken als 'of zo' en 'en alles'. Of wat dacht u van de letter K? De uitspraak daarvan zal steeds meer gaan lijken op de eerste klank van het Engelse 'goat'. Verder zal dan de Z allengs worden veranderd in een S of een sh-klank, de IJ wordt een aai en ga zo maar door.
Dit betekent dat ej steeds meej lettejs sullen wekvallen en/of vejvangen sullen wojden dooj andeje softeje lettejs. Dan blaaift alleen e seurt English-aktikke aaitspjaak ovej. Laat that twee-talikke onderwaais dan uik maaj sitten: helemaal niet meej nodik. Before we het weten sitten we here opkeshipt met an English that sometimes nok a Dutch accent haaift. That is the wejeld op saain cup!
dinsdag 7 september 2010
My Jesus®
Bovenstaande Jezus in blisterverpakking vond ik in het tijdschrift CV- Koers als illustratie bij een artikel over onze Jezusbeelden. Een gedegen artikel en een heerlijke illustratie met een vette knipoog. Daar houd ik van.
De reden waarom deze illustratie mij zo aanspreekt is omdat ik op mijn achttiende, zo rond 1975, zelf ook graag Jezus op deze wijze bezag. Het christelijke geloof had in die dagen onder leeftijdsgenoten veelal compleet afgedaan, maar de figuur van Jezus was op zichzelf genomen dan nog wel 'oké'.
In veel jeugdhonken en –spelonken kon je toentertijd een poster vinden met een langharig Jezushoofd waaronder de uitspraak stond: You can wear your hair any length you want. Een Jezus die in het rijtje: Che Guevarra, Bob Dylan, Jimi Hendrix en John Lennon paste. De onaangepaste, revolutionaire en stoere jeugdhelden. Een Jezus dus, die precies zegt wat jij eigenlijk ook al vond. Die Jezus is, door alle eeuwen heen, onafgebroken razend populair. Al is hij tegenwoordig vaak vervangen door wat eenvoudiger te kneden idolen.
Ver voor het betreffende artikel (van de hand van Reinier Sonneveld) in CV-Koers verscheen ben ik er achter gekomen dat 'de figuur Jezus' levend genoeg was om er zelf een mening op na te houden, om het zo maar even te zeggen. Een veel betere dan die van mij. Zoveel beter dat ik uiteindelijk boog voor hem. Niet voor een bepaalde mening, standpunt, zaak of -isme, maar voor de Waarheid in Eigen Persoon.
Dat Jezus er een beter wereldbeeld én kerkbeeld én mensbeeld op na hield dan ik bleek al in datzelfde 1975 toen ik als 18-jarige would-be provo zodanig was geradicaliseerd dat ik de complete kerk had afgeschreven als bourgeois, zelfvergenoegd en aangepast onderdeel van het toen zo verfoeide 'establishment'. De Jezus die mij voor ogen stond, was een geheel andere. Gelukkig waren daar toen de Children of God, die Jezus - zoals ik het graag zag - ook etaleerde als langharige drop-out die - toevallig weer net als ik - ook vreselijk tegen het apathische klootjesvolk was en daarbij het militarisme, kapitalisme en imperialisme ook heel erg afkeurde. (Ik wist eigenlijk best veel van Jezus toen.) Nee, dan het leven van the love-children of God in hun kolonies. Daar was pas de goede liefde te zien. Daar werd alles (weliswaar verplicht) gedeeld met elkaar. Drop out the establishent and tune in with God and the Children (and ‘Moses David’, hun naar later bleek misdadige goeroe).
Ik had toen in 1975 kortom My Jesus® gevonden: de aan mijn smaak, overtuiging en mening aangepaste versie van de Zoon van God.
Lang heeft deze zelfgeboetseerde kloon het overigens niet uitgehouden, nog voor de zomervakantie om was, was ik al weer weg bij de Children of God en werd niet lang daarna My Jesus-beeld hoognodig bijgesteld. Hij bleek namelijk ook de Heer te willen zijn van een vuile kapitalist als Zacheüs, een smerige verrader als Judas en een calculerende imperialist als Mattheüs. En hij bleek helemaal niet tegen het klootjesvolk te zijn, maar er juist medelijden mee te hebben. Ze hingen aan zijn lippen en hij stuurde ze bepaald niet weg, maar gaf ze, indien nodig, zelfs te eten.
My Jesus® lag compleet aan diggelen. Hoogste tijd om te vertrekken bij de shiney happy people. Het werd tijd voor het echte werk.
Want bidden, dat is werken.
maandag 6 september 2010
zaterdag 4 september 2010
Excuses aanbieden
Mijn oudste zoon is volwassener dan de ruziënde formateurs. Jawel! Hij heeft, weliswaar slechts op papier, vanmorgen vroeg zijn excuses aangeboden aan zijn jongere broer. En mensen zeg nu zelf: dat is niet niks voor een vijftienjarige!
Ik zie het volwassenen als Geert Wilders, Maxime Verhagen en Mark Rutte nog niet doen. Dat zou trouwens wat zijn. Stel je eens voor dat het zo zou gaan:
Mark: "Sorry Maxime dat ik niet wat meegaander was als het ging om het behoud van de kinderbijslag voor grote gezinnen. Die moet natuurlijk gewoon blijven, dat begrijpt een eh... kind."
Maxime: "Sorry Geert dat het altijd zo sociale CDA zoveel had willen bezuinigen op de zorg. Natuurlijk moeten er per direct 10.000 verzorgenden en verpleegkundigen erbij. Dat begrijpt elke eh... patiënt."
Geert: "Sorry mannen dat de Partij voor de Vrijheid zoveel onvrijheid heeft willen voorstaan voor moslims. Die mensen moeten natuurlijk ook gewoon naar de eh... kerk kunnen."
Maxime: "Bedoel je hier niet: de moskee?"
Geert: "Nou liever niet eigenlijk, maar sorry daarover ook dan maar weer."
Enzovoorts, enzovoorts.
Een beetje sorry zeggen over en weer en het formeren van een kabinet wordt een fluitje van een cent. Zelfs al moeten er wel 18 biljard centen worden bezuinigd. Of reken ik dat nu verkeerd uit? Sorry alvast dan daarvoor. Ja echt, nee sorry hoor. Sorry.
donderdag 2 september 2010
I can see for miles
Een oude hit van The Who slaat vierkant op de oprechte eigendunk van onze Luuk.
Aan de eettafel stelt hij een voor ons schier onmogelijke vraag, die echter in zijn eigen universum geheel hout slaat.
"Papa? Als ik op Scoutingkamp ben en dan frikandellen koop en die in de grond stop, hoelang blijven die dan houdbaar?"
(...)
"Jongen, dat duurt nog bijna een jaar, daar ga ik nu niet over nadenken hoor."
"Ja, maar ik ben heel goed in plannen."
Prompt verslikken zich drie Pollen tegelijk in de opgeschepte koude salade die tot dat moment rustig kon worden weggewerkt. Dat krijg je zo, als er een pathologische leugen voorbij komt zeilen.
Het aardig is, dat als Luuk een vraag stelt, je precies weet waar ie met z'n gedachten zit. Niet bij de gezonde koude salade, zoveel is duidelijk, waar weinig vlees maar vooral veel vis in zat, en dus de goedkeuring van de Fijnproever met de genen van zijn vader niet kan wegdragen. Zo'n salade zou hij ook wel eens onder de grond willen stoppen, maar alleen met als doel om de houdbaarheid ervan ernstig te bekorten. De jongen lijkt op zijn vader. Toen die zelf 13 was, lustte die ook drie keer niks. Vandaar dus. Vandaar ook dat ik hem zo goed kan begrijpen. Maar misschien valt dat ook onder oprechte eigendunk.
Later, heel veel later, is het trouwens weer helemaal goed gekomen met mij. Ik ben tegenwoordig omnivoor, hetgeen overigens door mijn andere zoon nog eens meesmuikend werd bevestigd aan diezelfde eettafel als van daarnet. Dus zal het met Luuk ook wel goedkomen.
Ooit.
Eens.
Dat ziet hij zelf nog niet zo, maar zijn vader heeft inmiddels een helicopterview ontwikkeld voor deze zaken. Hij kan zo die oude hit van The Who meezingen. Uit volle overtuiging zelfs.
"For miles and miles and miles and...."
Oh yeah.
Abonneren op:
Posts (Atom)












