woensdag 27 januari 2010

LOL














Het gaat goed met de wereld.

Tenminste als ik alles moet geloven wat ik op internetfora zie staan. Vooral de reacties op allerlei blogs, filmpjes en wat niet al geven aan dat er hieraan voornamelijk veel pret wordt beleefd. En dan spreek ik nog van vóór de geboorte van mijn eigen blog, zwelgt mijn dikke ik. Maar die mag terzijde worden geschoven.
De meest gebruikte afkorting bij alle reacties wordt gevormd door drie hoofdletters: LOL. Toevalligerwijs in het Nederlands ook de aanduiding voor de nogal oppervlakkige gemoedstoestand die ook wel wordt aangeduid met pret, gein, leut, jolijt of gewoon maar weer eens in het Engels: fun.
Veelgebezigde woorden zijn dit, vooral prettig en geinig. Maar de vrij recent bedachte sms-afkorting LOL staat in het Engels allereerst voor Laughing Out Loud, wat zich nog het beste laat vertalen in: hardop lachen, of: dubbel liggen van het lachen, of wat ouderwetser: dijenkletsen.
Maar ik denk dat lang niet iedereen die ergens eventjes snel LOL achter typt voorover klapt van het schaterlachen, zich de dijen rood kletst en over het algemeen verder ook nog maar amper bij komt van het lachen en er zodoende dus bijna in blijft. LOL is verschrikkelijk snel gedevalueerd en betekent in feite niet veel meer dan: leuk hoor.

En zo zie je maar wat afkortingen teweegbrengen. Hoe meer afkortingen hoe minder (begrip van) communicatie. Zo hadden we in de jaren ’80 de BOMmoeders. Trouwens, zouden ze niet meer bestaan? Je hoort er nooit meer over, net zomin als van de echte Bom: de neutronenbom waar we met z’n allen tegen gingen demonstreren toen. Weet u nog wat een BOMmoeder was? Het was een Bewust Ongehuwde Moedermoeder. Ja, dat stond er dus. Nu weet ik van het bestaan van mensen die zich ‘een echt mensenmens’ noemen en daarbij zo kijken dat je d’r prompt niks meer van durft te zeggen, maar wat een moedermoeder is, dat weet zelfs Joost niet. Diezelfde Joost moet het antwoord ook schuldig blijven op de vraag wat een apk-keuring is of het hbo-onderwijs. Om nog maar te zwijgen van een ABS-systeem en een ISBN-nummer.

N.a.v. deze taalkronkels die ik d.m.v. mijn p.c. op internet heb gevonden, o.a. het e.e.a. op de website van Onze Taal (OT?) durf ik te stellen dat we geen cm vooruit komen als we een OD aan afko’s gaan hanteren. M.i. is het einde dan zoek. O.a. sms is hier debet aan, maar bijv. internet e.d. ook. A.d.h.v. diverse lijsten kan gelukkig nog worden achterhaald wat het e.e.a. betekent maar betr. div. andere woorden kan i.h.a. en m.a.w. worden gesteld dat bijz. afko’s als MER en LLL bijna niemand kent, uitz. daar gelaten. I.p.v. een halt te roepen tegen deze afkortingswoordenindigestie (AfKoWodi) rukken nwe. uitdrukkingen op die o.a. d.m.v. bijv. de jeugdcultuur e.d. en m.m.v. om niet te zeggen i.s.m. haar expo’s hun weg vinden worden binnenkort net zo gewoon als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam. Ergo:

Het gaat slecht met de wereld.

m.v.g.

prof. dr. ing. S.J. v.d. Pol (b.d.)

dinsdag 26 januari 2010

Sek.s bij de buren













Toevallig rondstruinend op het weblog van de man waarvan ik onlangs nog het plaatje van de hangmat ripte, stuitte ik op zijn probleem met zijn bovenbuurman. Ik las het en herkende alles. Het probleem is te smeuïg om niet te delen met u, roddelzieke en sensatiebeluste Telegraaflezer! Ja, ik weet wel hoe ik dit slapende weblog aan de man moet brengen… Onze buurman, die overigens inmiddels sinds een half jaar is verhuisd om andere redenen dan de onderstaande, leefde langere tijd zonder vriendin. Dit veranderde nadat hij in contact kwam met een knappe jonge vrouw waarmee hij aanvankelijk een latrelatie onderhield. Een latrelatie is hetzelfde als een huwelijk, maar dan zonder huwelijksdag. Tafel en bed zijn daarbij minder gescheiden dan de wederzijdse bankrekeningen. Pas als die worden ingewisseld voor een gezamenlijke rekening is er pas sprake van bestendige liefde denk ik wel eens. Maar dit terzijde. Stel je voor dat ik een fundamentalistische en reactionaire visie op het huwelijk zou botvieren. Welnee. Ik ben zo modern als wat. Boterbriefjes mevrouw, wat stellen ze nog voor in deze wereld? Als je maar gelukkig bent, en alles… (ik heb Paulien Cornelisse’s boekje onlangs gelezen). Moet kunnen, dat is mijn devies. En: Ieder voor zich. Of was ik nu juist geheel anders? Mm, ik dwaal af.
Terug naar het schandaal, daar wacht u op.

Het gelukkige feit de buurman een nieuwe vlam op de kop had getikt zagen wij niet alleen als we bij tijd en wijle schielijk uit ons vensterraam spiedden (u ziet dit voor zich), maar konden we vooral ook horen in het nachtelijke uur. Zie ik daar al een oortje rood worden? Mooi.

Zo weinig als de buurman met ons zijn buren omging, zo veel liet hij en zijn nijvere bedgenote ons merken hoe fijn de nieuw gewonnen cohabitatie wel was. En hoe lang. Het was, zo te horen, in feite: hoe langer hoe fijner. Een goed verstaander heeft maar een halve zucht nodig, denk ik in dezen, dus hier hoef ik verder geen woorden aan vuil te maken, hè? Aanvankelijk zijn zulke geluiden ergens nog te eh… genieten, (‘gniffel, gniffel, moet je ze toch eens horen’) maar al gauw sloeg aan deze kant van de slaapkamermuur de verveling toe. Dit dus in flagrante tegenstelling tot gene zijde van diezelfde muur. Daar kwam het letterlijk en figuurlijk wekelijks meerdere (in ieder geval: meerder dan u denkt) keren tot een hoogtepunt dat, gezien de hoeveelheid voortgebrachte geluid bij ons overkwam als een oorgasme, (excusez le mot).

Lydia klaagde al dat ze er zelfs wakker van werd en dus werd het tijd voor eh… harde actie. Maar wat te doen? Gelukkig lezen wij, in tegenstelling tot u, niet De Telegraaf maar een keurige linksige krant van protestantse oorsprong. Daarin geeft een zekere Beatrijs Ritsema wekelijks wijze raad aan schier wanhopige vragenstellers. Ik schreef haar dus een brief en het antwoord sloot perfect aan met wat ik zelf ook al dacht dat wijsheid was. Beatrijs en ik vormden zo twee handen op één buik, maar hier moet u verder niets achter zoeken, gelet op het onderwerp van dit stukje.
Op een avond, nadat ik me er van had vergewist dat buurman een keer alleen thuis was, heb ik bij hem aangebeld en gevraagd of ik eventjes bij hem binnen mocht komen omdat ik iets wilde vertellen wat liever niet aan de deur aangehoord moest worden. En zo stond ik daar in de hal en vertelde hem van man tot man wat de klacht was. Netjes verpakt en met allereerst een felicitatie vanwege zijn nieuwe relatie en dat ik daar voor hem natuurlijk ook blij mee was. Maar dat hij toch moest weten hoe gehorig deze flats wel waren. Zo gehorig zelfs dat mijn vrouw en ik alle slaapkamergeluiden konden horen. En dat zij er zelfs wakker van werd. En dat ze dat zelf allemaal wellicht ook wel eens heel vervelend zouden kunnen vinden. En dat ik hem alleen daarom al even wilde waarschuwen. Kijk, zo voer je een slechtnieuwsgesprek!
Buurman bleek, wat dacht je wat: natuurlijk dankzij mijn o zo verfijnde en integere aanpak, uitermate voor rede vatbaar. Hij bood zelfs zijn excuses aan voor het feit dat Lydia ‘er’ wakker van werd. Dat ‘er’ was essentieel. Niets zou pijnlijker voor buurman zijn dan mijn uitgebreide beschrijving te moeten aanhoren van wat wij allemaal aan exotische geluiden konden waarnemen tijdens - en vooral geruime tijd vóór - hun coïtus voluminus maximalus. Zaak was om slechts in bedekte dan wel zeer algemene termen aan te geven waar het in wezen allemaal om draaide. Na deze woordlozing mijnerzijds en ons vriendelijk groeten ging ik weer op huis aan en sindsdien hebben we geen eh… zuchtje meer gehoord. Ik wil overigens niet hopen dat ik een interruptus heb uitgesproken over hun coïtale bezigheden binnenshuis, maar dat zal wel niet. Want enige tijd later kwam een bloemenman een enorm bloemstuk brengen voor het levenslustige stel. Ze bleken die dag getrouwd en waren derhalve niet thuis. Ik heb de bloemetjes niet buiten gezet maar keurig afgegeven met daarbij een bescheiden orale felicitatie. Verder dan dit afwijkende woordgebruik heb ik aan het voorval niets overgehouden. Met mijn vrouw gaat het inmiddels ook weer beter. Ze doet nu om geheel andere redenen geen oog dicht, maar daarover ging dit blogje niet.




zaterdag 23 januari 2010

Een heel zwaar leven



‘Ik heb echt een heel zwaar leven, echt heel zwaar’, kreunt cabaretière Brigitte Kaandorp in haar vermakelijke liedje over een ronduit asociaal mens waarin ze zich trouwens verbazingwekkend goed kan inleven.
Zo’n liedje, daar kunnen we wat mee hier in huize Pol. Want gevieren vinden we natuurlijk dat dit liedje in alle ernst op onszelf slaat. Nee, niet op ons vieren gezamenlijk maar op ieder van ons vieren apart.

Zo vinden Luuk en Elias het leven dus heel zwaar. Niet alleen omdat ze onrechtvaardig worden mishandeld met karrenvrachten huiswerk, ellenlange schooldagen en verplichte kerkdiensten in het holst van de zondagochtend, maar ook omdat ze een vader hebben die heeft ontdekt dat ie op biologische wijze en gratis van z’n wintertenen kan afkomen.
Wie nog niet weet wat ik bedoel volgt hier het recept: vang je ochtendurine op en stop daar je tenen in. Laat het even weken (geen weken, maar een kwartiertje of zo) en klaar is Kees.

Maar jakkie bah, je zult maar zo’n vader hebben. Ook nog zo een van het soort dat zich niet bescheiden terugtrekt in de badkamer om daar in het geniep zijn onreine werken te verrichten, maar zo een die pontificaal in de huiskamer zijn tenen gaat soppen in zijn eigen ochtendsop. Ook al ruik je er niks van, je ruikt het toch. Dan heb je toch wel een heel zwaar leven, hè?

Of neem nu Lydia. Die moet urenlang liggen wachten totdat ze eindelijk is gewend aan het intense gesnurk van haar wettige echtgenoot die pal naast haar prinsheerlijk en uit volle overtuiging de slaap der rechtvaardigen slaapt. Als hij eindelijk wat minder ronkt is haar tijd van slapen daar. Tenminste, totdat ze weer wakker wordt omdat ze denkt, alleen denkt ja, dat de wekker bijna af gaat, of helemaal niet afgaat, wat nog veel erger is.
Nee, zij heeft pas een heel zwaar leven.

Of neem nu mijzelf. (Dank u, graag ja.) Ik heb eigenlijk pas een heel zwaar leven. Ik leef met een wispelturige vrouw. Of is dat een pleonasme? Hoe dan ook, ik ben er mooi klaar mee. Of, eigenlijk juist helemaal niet. Want net als ik denk: Zo, nu is het huis wel af, denkt zij: Zo, nu wordt het tijd voor iets anders. “Iets anders, hoezo?” probeer ik dan, terwijl ik al weet wat er gaat volgen. “Ik ben uitgekeken op die gordijnen”, durft mijn zwaar geëmancipeerde gade te opperen. “Uitgekeken? Maar ze zijn toch nog prima? En je hebt ze indertijd zelf uitgekozen!!!” Ja, maar nee. De gordijnen hebben hun tijd gehad en dan worden ze al bijna letterlijk weggekeken door degene die erop is uitgekeken.
En bleef het nu maar bij de gordijnen, dan was er best nog vaak wat vrede hier in huis. Maar zodra die gordijnen zijn vervangen door een saai (“nee, rustig”) (“nee saai”) dessin valt de kritische blik vervolgens op het volgende artikel. Zo zijn al mijn overhemden, de boekenkast, de tuinstoelen, het behang van de slaapkamer en wat eigenlijk niet het volgende slachtoffer van de onstuitbare hang naar verandering van mijn geliefde vrouw.

Alles roept hier om verand’ring, maar ikzelf verander niet. Dat is mijn idee erbij.

Dusse… ik heb echt een heel zwaar leven, hè? Echt heel zwaar. Ja, echt wel….





maandag 16 november 2009

Dienstweiger raar
Purperpol blogte gisteren over mijn diensttijd. Jawel, ook ik heb in het leger gezeten. Alleen had Purperpol zich niet heel goed laten informeren, dus doe ik het verhaal maar even zelf. Het zit namelijk zo (let op kinderen, opa gaat vertellen):
In 1975 was ik 18 jaar en moesten alle gezonde Hollandse jongens naar de keuringsdag vanwege de dienstplicht die toen nog algemeen gold. Die keuringsdag gold ook als een dag waarin je echt 'in dienst was' van het leger: het was een verplicht nummer en wee gebeente als je niet kwam opdagen. Ik wilde dolgraag komen opdagen. Ik wilde afgekeurd worden! En dat kon alleen als je verscheen op de keuringsdag. Wilde verhalen over deze dag deden de ronde. Jongens die zich gedroegen als een idioot werden soms goedgekeurd en anderen die slechts enigszins vreemd deden kregen prompt S5. S5 stond kortweg voor: gek en dus ongeschikt.
Ik besloot geen enkel risico te nemen en gedroeg me, laten we zeggen, behoorlijk vreemd. Dat vreemde gedrag vertoonde ik al bij het bloedprikken. Ik viel bijna flauw... Dat zou de locale warlords al te denken hebben moeten geven en hebben moeten doen besluiten (2x4 werkwoorden achter elkaar!) tot volledige vrijstelling, maar nee.
Trouwens, als ze goed naar me hadden gekeken wisten ze ook al genoeg. Met een zorgvuldig ingestudeerde coole blik waaruit utter dedain (Engels en Frans) sprak betrad ik het domein van de vijand: de keuringskazerne in Deventer. Mijn lange haar, letterlijk opgelapte spijkerbroek en het vredesteken om mijn nek spraken boekdelen. Maar nee. Ik moest gewoon meedoen in de mallemolen van die dag.
Dan maar eens flink raar gedaan. Bijvoorbeeld bij die test over je schoolse vaardigheden. Daar zaten wat sommen bij, weet ik nog. Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Ik begon braaf op te tellen en bleef erin. Of erbij. Alle andere rekenvarianten werden door mij getransformeerd tot optelsommen. Ik maakte er één grote optelling van. Dat zou ze leren, de dienstkloppers. Zo zouden ze merken dat ik meteen al vanaf dag 1 de zaak zou saboteren. Ha! Weg met deze neo-kapitalistiese NATO-kliek. Weg met het imperialistiese bolwerk dat heulde met het rechtse Amerika met hun 'Tricky Dicky' Richard Nixon, wiens naam ik schreef met een hakenkruis i.p.v. met een x...) dat in Vietnam een repressieve oorlog had uitgevochten en heel Zuid-Amerika in een greep hield van fascistiese regiemes! Ja, zo moest je dat 'ische' schrijven als je lekker links en alternatief was. Een code-taal voor intimi uit het anti-establishment.
Even later zat ik in een kamertje met een in mijn ogen bijzonder reactionaire militair achter een bureau die me een aantal vragen ging stellen. Dacht ie. Maar ik weigerde elke medewerking en deed alsof ik ontzettend stoned was.
Dat ging ongeveer zo:
- Welke opleiding volg je nu?
- Eh.... (kijkt wazig naar buiten) opleiding... ja... (stilte) eh... weet je... ik.. eh... op leiding... ik heb het eh... niet zo heeeeel erg op leiding.
- Kun je iets vertellen over je achtergrond?
-(lange stilte - kijk nog steeds uit het raam) eh.... wat was de vraag eigenlijk?
-Of je iets kunt zeggen over je achtergrond?
-Eh... achtergrond, ach ter grond. Merkwaardig woord, vind je ook niet? Man, wat moet ik zeggen? Weet je, kun je me iets vertellen over jouw achtergrond? Welke achtergrond heeft deze hele dag eigenlijk?
-Vind je niet dat je je merkwaardig gedraagt?
-Merkwaardig. Merk waardig (stilte) Wat is merkwaardig? Zijn we niet allemaal merkwaardig? Dit is weird, man... Waarom al die vragen? Is zo'n uniform niet merkwaardig? Is het hele leger niet weird, als je er over nadenkt?
Zo ging het non-gesprek nog een kwartiertje door.
Dat nu maakte indruk. De man raakte zichtbaar geïrriteerd (yes!) en liet dat ook blijken (yes yes!). Doel bereikt.
Nog weer later zat ik in een ander kamertje met een ander militaire pief, die een stuk jonger was en ook een stuk sympatieker overkwam. Hij wond er geen doekjes om. 'Als je later in het onderwijs wilt werken zou ik je aanraden geen S5 te willen krijgen. Zoals je zonet gedroeg had je dat bijna te pakken. Hierna moet je weer bij een andere collega komen, en als je dan weer zo doet als daarnet krijg je hoogstwaarschijnlijk S5. Je moet het zelf weten, natuurlijk.'
Dat nu maakte indruk. Dit keer bij mij. Ik wilde graag het onderwijs in en hield me daarom de rest van de dag koest.
Wel vroeg een reactionair militair me aan het einde van de dag wat dat teken dat om mijn nek hing eigenlijk betekende. De huichelaar. Weet je dat niet? vroeg ik. Nee, antwoorde hij. Ongelooflijk, antwoordde ik. En verder lieten we samen aan elkaar weten dat we elkaar absoluut niet wilden begrijpen. Ieder vanuit onze eigen loopgraaf.
Het einde van het liedje was dat ik werd goedgekeurd. Soms werd een hele lichting uitgeloot en hoefde niet op te komen voor de dienstplicht omdat er meer jongens dan nodig waren. Die mazzel had ik helaas niet, hoorde ik al snel. Toch kreeg ik op een goeie dag een kort berichtje dat ik persoonlijk niet hoefde te verschijnen. Blijkbaar had mijn act zijn werk toch gedaan. YES YES YES. Ik heb een bruisend feest gegeven om die reden. Man, wat was ik blij. Ik was best bereid om vervangende dienstplicht te doen, maar dit was natuurlijk veel beter.
Make love, not war. En dergelijke.
Waarvan akte.

zondag 15 november 2009

Immobiel
Wij Pollen hebben iets bijzonders met mobieltjes: wij hebben er niets mee. En dat is bijzonder. In Nederland tenminste, waar meer mobieltjes wonen dan mensen. Tot vorig jaar kwam zo'n dingetje hier het huis niet eens in. Gewoon geen behoefte aan. Dat we daarmee inmiddels honderden euro's hebben bespaard is dan al één voordeel. Maar er zijn er meer. We zijn niet altijd bereikbaar. Wat de industrie als voordeel durft op te voeren, durven wij met hetzelfde gemak als nadeel te beschouwen. 't Is maar hoe je leeft.
Ik weet nog goed dat ik zo'n vijf jaar geleden bij een tramhalte in Utrecht stond te praten met een andere vader die zelfs inmiddels twee puberdochters had. Ik vertelde hem dat ik niet van plan was om mijn kinderen ooit mobieltjes te gaan geven, compleet met gratis telefoongesprekken en wat niet al. Die dingen moeten wij niet, zei ik stellig. Mijn gesprekspartner en medereisgenoot waarschuwde me: Wacht maar, iedere puber wil per se zo'n ding hebben, je zult er nog wel aan moeten geloven.
De man heeft voor een klein deel gelijk gekregen. We wilden niet al te rigoureus zijn dus hadden we als ouders bedacht dat de jongens vanaf hun middelbare schoolleeftijd wel zo'n gsm'etje mochten hebben. Tegen de tijd dat onze Polzoon 1 naar de brugklas ging, was hij al zo'n beetje de enige die géén mobiel had, maar enigszins tot onze verbazing hoefde hij zoiets al helemaal niet meer. Die kinderen zitten alleen maar te spelen met hun ringtones, verklaarde hij desgevraagd zijn afwijzing. En nog steeds heeft hij inmiddels - havo-3 leerling - nog geen mobiele telefoon. Maar wat voor de één Polzoon een reden is om geen mobiel te willen, is voor de andere Polzoon juist wel een hele goede reden. Polzoon 2 werd afgelopen zomer twaalf en wilde dolgraag zo'n kekke foon. Niet zozeer om te bellen, hoewel dat ook ergens, maar vooral vanwege de uitstraling en de bliepjes én allermeest vanwege de mogelijkheid om foto's en filmpjes te maken. Maar, waarschuwde hij, ik wil niet zo'n suf ding als jullie hoor. Eh... ja. Toegegeven: wij hadden inmiddels ook een mobiel gekocht. En eh... ja, ook vanwege de vaak gehoorde en veel gebruikte smoes "voor de veiligheid van de kinderen". Die struinen namelijk sinds jaar en dag de locale heide af. Niet vanwege het natuurschoon maar vanwege het munitievuil dat daar is te vinden. Zo ruimen ze de zaak toch nog op. Niet vanuit een groot hart voor de natuur, maar vanuit een grote zucht naar heb. Die heb slepen ze dan telkens mee naar ons huis teneinde er een mini-museum van te maken. Wat zeg ik: twee mini-musea, want de heren hebben ieder hun eigen kamer. En laat dat mini er maar vanaf. Als het aan hen ligt. Maar wij zijn er ook nog: de bewakers van de private orde en huiselijke vrede. Vooralsnog blijven het dus mini-musea, maar the battle continues...
Maar waar had ik het eigenlijk over? Ah ja, mobieltjes.
Omdat wij verschrikkelijk veel van onze kinderen houden kreeg Polzoon 2 zijn mobieltje. Hij mocht het zelf gaan uitzoeken in de winkel en koos een lekker handzaam dingetje met een kekke kleur. Het ding kon rekenen, tijd aanduiden, foto's maken, filmen, uitklappen, bellen (ja, dat ook) én verstoppertje spelen. Ik geloof dat ie binnen 24 uur al kwijt was. Dat lag natuurlijk niet aan Polzoon 2 maar aan het wel erg kleine formaat. In het aantal maanden dat ie z'n mobiel heeft, is ie net zoveel malen zoek geweest.
De mobiel is best een aantal keren gebruikt. Dat wel. Maar vooral om te filmen en te fotograferen. Sinds ie dat laatste niet meer kon omdat het geheugen vol zat, is het mobieltje niet meer gesignaleerd. Polzoon 2 weet niet hoe die zijn foto's op de computer moet zetten. Wij ook niet. En we hadden er ook weinig zin in om ons daarin te gaan verdiepen, ontaarde ouders als we zijn.
Polzoon 2 heeft een mobiel. Sinds drie maanden.
Een mobiel waar hij sinds twee maanden geen omkijken meer naar heeft.
Da's nog eens gebruiksgemak. Of is het meer gebruiksgemakszucht?
Zucht....

donderdag 12 november 2009

Wordt vervolgd

Hè, hè, poeh, poeh, nou, nou. Dat was me even een pauze, nietwaar? Vanaf maart tot op heden, november 2009, niets meer gepubliceerd. Waarom niet? Zelfs Joost weet het niet. Maar ik lekker wel. Ik had geen zin meer. Een blogspot maken is een van de 23 dingen die je moet kennen, kannen en kunnen voordat je je gezicht aan de andere kant van de balie van de bieb mag laten zien. Vandaar. Ik solliciteerde naar een leuke baan in de bieb in onze woonplaats, maar werd niet uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Geen wonder bleek later, er kwamen 175 brieven binnen. Bij 170 brieven was ik er zonder meer uitgehaald als de beste maar 175 was natuurlijk nét te veel. Jammer, jammer, jammer. Zoiets frustreert ook hoor. Ik had dus prompt geen zin meer in al die moderne dingen. Enne, mijn eigense vrouw blogt met veel plezier en dito genoegen én met een grote fanbase van dagelijks minstens 150 hits al een tijdje op het Interse Net. En ondanks dat ik feitelijk een watje ben, blijf ik ergens natuurlijk ook een haantje. Dan moet je het als man zijnde natuurlijk Veel Beter Doen dan je vrouw(tje). Maar helaas. Ik heb een hekel aan techniek, behalve als het meteen werkt en doet wat ik wil. Maar ja... Het gaat toch vooral om de inhoud en niet om de vorm, nietwaar?
Waarom ik dan nu weer start? Dat kan om twee redenen zijn.
1. Er heeft een iemand gemeld bij mijn volgers. Da´s wel kras, want er viel niets te volgen. Maar ik vernam via mijn levenslange volgster dat het als een soort aanmoediging moest worden gezien. Zoiets van: toe maar jongen, je kunt het wel. Mm. Ja. Kunnen wel. Maar willen ook? Kweenie. Ik schrijf al columns voor andere media dan de puur digitale. Lees bijvoorbeeld Aan de Hand, het christelijke opvoedmagazine waarin ik telkens weer schitter en blink en blaak (uche). En die kwaliteit (uche, uche) kan ik vast niet elke dag leveren. Dan stop ik mijn tijd toch liever in nóg nuttiger zaken zoals: 2. Het solliciteren naar een net zo'n leuke baan als hierboven beschreven, maar dan nu in de moderne bieb te Barneveld. Daar doen ze vast ook heel erg aan 23 dingen (of nog een stuk meer), dus ga ik met vernieuwd elan en met frisse moed in de schoenen (uche, uche, uche) weer 's wat bloggen. En nee, dat uche is NIET de Mexicaanse griep, maar het piepen van mijn ego.
Hoort, blogt het voort!

donderdag 5 maart 2009

Effe wenne

Tja, Tik ik een eerste berichtje, verander ik het een paar keer, denk ik: een plaatje erbij is wel leuk. Doe ik er een plaatje bij, zie ik m'n hele tekst opeens niet meer! Zeg nou zelf: da's toch niet leuk meer? Wat doe ik fout? O nee: wat deed de computer fout? Weiger te geloven dat computers geen fouten maken. Ze maken fouten bij de vleet. En gaan ook nog eens veel korter mee dan een gemiddeld mens. Ik bedoel maar.