vrijdag 1 november 2013

Durfal

Don't you dare miss him, blogde ik nog vrolijk een blogje of twee geleden. Met in het vooruitzicht een heerlijk avondje Dylan. En of u hem nu wel of niet zou willen missen, interesseerde me eerlijk gezegd niet eens zo heel erg veel. Als ik hem maar niet zou missen.

Het was de goden verzoeken.

Uitgerekend de dag ervoor werd ik namelijk ziek. Ziek met flinke koorts. Zoveel dat het niet verantwoord was om te gaan. En dus moest ik mijn Dylanmaten mailen dat ze zonder mij zouden moeten gaan. If you see him, say hello. Nog een geluk dat er een andere Dylanmate kon worden gecharterd die mijn kaartje wel wilde overnemen. Over een tijdje zal ik waarschijnlijk de dvd wel krijgen van dit concert, of de hele happening op cd. Mag ook. Maar erbij zijn is toch tien keer leuker, weet ik uit ervaring.

Nu wentel ik me dan maar in mijn heldenrol. Heldenrol? Jazeker, want ik heb het aangedurfd om er niet bij te zijn. Al durfde ik liever niet niet te durven.



woensdag 30 oktober 2013

Gelezen

Toen aan de dirigent Leonard Bernstein eens werd gevraagd wat het moeilijkste instrument was om te bespelen, antwoordde hij zonder een moment te twijfelen:

'Tweede viool.'





dinsdag 22 oktober 2013

Stihlte !!!

Geniet u ook zo van de stilte in de natuur deze heerlijke herfst?


zaterdag 19 oktober 2013

DON'T YOU DARE MISS HIM !!!

Zeg niet dat ik niet heb gewaarschuwd!!!



zondag 13 oktober 2013

Regenbui(ten)




Vanmorgen naar de kerk gegaan. Door de regen. Op de fiets. Die combinatie bleek bijna uniek te zijn. Er stonden zes fietsen. Terwijl je daar op zonnige dagen met grote moeite ergens een plekje in het rek kunt vinden, kon je nu om het even op welke plaats je tweewieler stallen. Ik was niet eens verbaasd.

Maar toch. Op de terugweg naar huis (wederom door de regen) bedacht ik me opeens dat

- dezelfde stoere mensen die wekelijks een of meerdere keren de sportschool bezoeken om zich daar tegen betaling in het zweet te werken,

- dezelfde stoere mensen die niet zelden de sportfiets of mountainbike uit de schuur halen om tientallen en nog een tientallen kilometers af te leggen,

- dezelfde stoere mensen die er niet voor terugdeinzen mee te doen aan een triathlon, duathlon of noem maar op,

- dezelfde stoere mensen die zich graag laten overhalen om mee te gaan met een sportief weekendje weg naar de Ardennen om daar bergen te beklimmen, para te gliden, snow te boarden of gewoon te survivallen,

- dezelfde stoere mensen die in echte winters zich haasten naar de ijsbaan of gewoon naar Friesland afreizen en in echte zomers in diezelfde provincie zich een zeilweekend of -week veroorloven,

diezelfde mensen dus...

...in geen velden of wegen fietspaden te zien waren deze ochtend!

Wel waren ze te vinden achter de voorruit van hun auto. En met paraplu op tussen hun auto en de voordeur van de kerk. Eigenlijk zou ik wel verbaasd moeten zijn. Heel erg verbaasd. Maar ja, alles went. Blijkbaar.

Iemand heeft hierover ooit iets heel waars gezegd, namelijk dit:

Een auto is een héééééél duur regenpak.


woensdag 18 september 2013

Het laatste der dagen



Ik beleef deze week het laatste der dagen op de Nummerinformatiedienst. Het gaat zo slecht met deze business dat ze alle tijdelijke krachten eruit gooien. Half Nederland heeft tegenwoordig mobiel internet dus is de NID een verouderend instituut geworden. U zoekt het allemaal zelf wel op. En uit. Deze wending in mijn carrière zal weliswaar een vloek voor de portemonnee worden, maar een zegen voor mijn oren. Want elluk nadeel hep ook so se voordeel.

Het naderende einde geeft mij de vrijheid om het in toenemende mate wat minder nauw te nemen met de wurgende regeltjes bij de NID. De verstikkende eis van het afwerken van een gemiddeld gesprek tot hooguit 34 seconden, ik lach erom. De absurde opdracht om minstens 95% van alle gesprekken een correct nummer door te zetten, ook al nemen de geheime nummervermeldingen en faillissementen hand over hand toe, ik haal mijn schouders er over op. Het enige wat voor mij nog telt is de klant. Daar neem ik deze dagen alle tijd voor. Ik ben de rust zelve geworden te midden van vele stresskippen die nog langer zullen moeten voort beulen op de werkvloer. Ik strooi mild en liefdevol met telefoonnummers en werk elk gesprek rustig en kalm af. Ik ben begripvol voor een ieder en weet wanneer er vaderlijk en pastoraal moet worden ingesproken op de klant. Ik behoud mijn kalmte en stuur met zekere hand het gesprek tot een voor allen bevredigend einde. Het gevolg is dat menig vrouwelijke beller ter plekke smelt voor mijn auditieve charmes en ik niet zelden vermoed dat menig mannelijke beller mij voor de ideale buurman houdt, zo niet mij als weldoener en levensgids zou willen inhuren. Bij de gemiddelde trucker weet ik een gezellige oudejongenskrentenbroodsfeer neer te zetten en permiteer ik mij soms een kwinkslagje en bij de zakelijke beller houd ik het bij formele, beschaafde en zakelijke taal, want ik weet wie mijn pappenheimers zijn.

Het gevolg is dat de bellers eigenlijk niet eerder zo tevreden waren met mij dan uitgerekend nu. Dat dit niet helemaal overdreven is, blijkt uit het feit dat ik vandaag in mijn vier-uursdienst tot drie keer toe kreeg te horen dat ik zo vriendelijk was. De laatste keer kon een vrouwelijke beller het zelfs niet nalaten te roepen: "U bent een schatje!" U begrijpt dat ik aan het einde van deze week de Nummerinformatiedienst naast mijn schoenen lopend zal gaan verlaten.

woensdag 7 augustus 2013

Bosbessen



Gistermiddag liep ik met mijn liefste Purperpol een rondje van 8 kilometer door het bos in de buurt van onze woonplaats. Na een kilometertje wandelen kwamen we langs bosbessenstruiken die al behoorlijk vol hingen met vruchtjes. Ik plukte een paar besjes en oordeelde dat ze nog niet rijp genoeg waren. Wel mooi van kleur, maar te klein nog. Verder meldde ik mijn hartelapje dat ze nog een week of twee nodig hadden voordat ze konden worden geplukt die dit bericht overigens vrij stoïcijns aanhoorde. U moet namelijk weten dat ik ervaringsdeskundige ben op het gebied van bosbessen. Of moet ik zeggen dat ik een problematische relatie heb opgebouwd met deze fijne vruchtjes?

Feit is dat mijn moeder zaliger er indertijd niet voor terugdeinsde om mij, haar puberzoon van rond de veertien jaar, des zomers mee te tronen naar het bos om daar samen bosbessen te plukken. Dat ik daar weinig voor voelde maakte verder niet uit. Vreselijk vond ik het. Niet alleen was het een ramp om met een gemiddelde temperatuur van 25 graden Celsius (of hoger) constant op de hurken te moeten zitten om te reiken naar dit lage gewas, maar erger nog waren de vliegen die in groten getale rondom mijn lijf zwermden om - met groot succes - vers, warm en plakkerig puberzweet te scoren. Ik heb in die tijd menig vlieg een fijne dag bezorgd. Ditzelfde kan ook worden gezegd over alle teken die zich in die dagen hebben vastgezogen in mijn ongewassen tienervlees. Deze kleine zuigduiveltjes trokken zich niets aan van mijn gebrek aan hygiëne en wisten zich feilloos in lichaamsplooien te wurmen waar niemand ze ooit zou vermoeden. Ik heb in het zweet mijns aanschijns heel wat van die kleine krengen moeten verwijderen uit allerlei oksels. Voeg daar nog bij dat ik van mijn ijverige moeder meestal een bescheiden emmer meekreeg met als doel die dan geheel te gaan vullen, waar ik zelf meestal al heel blij was een bekertje vol te krijgen met die kleine pestbesjes, en u weet hoeveel leed ik heb moeten verduren in mijn jeugd. Het was nog een wonder dat de aanblik van de bosbessen van gisteren geen jeugdtrauma bij mij veroorzaakte.

Mijn moeder maakte van de besjes uiteindelijk meestal jam en sap en verkondigde daar dan bij dat dit het gezondste was wat men maar kon bedenken. Mijn moeder had daarin gelijk. Maar de prijs voor dat gezonde spul was hoog. Te hoog. Ik heb na haar overlijden nooit meer een bosbes geplukt, althans niet meer dan drie tegelijk. Dat trauma, hè.

En terwijl we voort sjokten door het bos dacht ik gisteren enigszins weemoedig weer terug aan die tijd en ik zei tegen mijn eigen jonge besje dat het bessenplukken een uitstervende bezigheid was, een uitspraak die zij durfde te betwisten. Deze hovaardij harerzijds pareerde ik met de retorische vraag of zij de laatste jaren dan wel eens iemand had zien bosbessen plukken, waarop zij deemoedig zweeg.

En alsof het zo moest zijn zagen wij vlak voordat wij het bos verlieten een ouder echtpaar bosbessen plukken. Omdat het stel op z'n minst een heel eind in de zeventig was zo niet al ruim tachtig was geweest werd hiermee mijn stelling krachtig onderstreept.

Ik denk dat ik morgen trouwens maar eens een doosje bij de groenteboer ga halen. No sweat.