maandag 10 oktober 2011

(on)trouwdag


De wind is in de bomen,
De regen op 't struweel.
Nu zal hij weldra komen;
De Zwarte Zwadderneel!


Het afgelopen weekend zijn Purperpol en ik kort weggeweest. Dit vanwege onze trouwdag die, vandaag precies 21 jaar geleden, op 10-10-'90 plaatsvond (dank u). Wie dit blog bijhoudt weet dat de Heer van Stand annex Grote Pol zich hier graag van zijn christelijke kant laat horen. Maar daar was tijdens het dagje en nachtje weg weinig meer van te merken. Grote Pol gedroeg zich als de heiden en de Turk en sleepte zonder scrupules zijn 21 jaar oude bruid hierin mee. Overdag hield hij zich ledig met winkelen, schransen en slempen en des avonds waren hij en zijn gade te vinden in een brasserij (zo'n naam zegt genoeg!) en een bioscoop waar een lichtzinnige film draaide rondom seks vóór, tijdens en na het huwelijk dat er zelfs nooit was (One Day - u bent nu gewaarschuwd). Om de zaak op de spits te drijven was hij zondagmorgens wel in velden en wegen te vinden, maar niet in de kerk. Om toch zijn uiterst dubieuze religieuze imago 'hoog' te houden verviel hij tot museumbezoek. Hij visiteerde weliswaar een heuse Maria-tentoonstelling, maar die behoorde uiteraard tot een van de vervloekte paapse afgoderijen en kon dientengevolge als nutteloos dan wel schadelijk worden weggezet.

Als de Zwarte Zwadderneel dit allemaal zou horen, zwaaide er wat voor deze Heer van Stand! Allemaal hovaardij, zou hij zeggen. Misschien was het daarom dat het weer zo tegenzat? Dat was vast een waarschuwing dat hij in de buurt was, ons gadesloeg en zo liet merken dat we helemaal verkeerd bezig waren.

Het voelde ondertussen heerlijk...







donderdag 6 oktober 2011

Onverdiende zaligheen

Alle roem is uitgesloten.
Onverdiende zaligheen.

Aan dit prachtige, klassieke vers moest ik vanmiddag op mijn werk even denken.
Hoezo en waarom? Lees verder en geniet.

Op mijn werk bij de Nummerinformatiedienst kom ik vreemde vragen tegen. Heel vreemde soms, en soms ook weer erg leuke. Hoezo: geen afwisselend werk? Ik word bijkans gek van de afwisseling. Maar daarover later misschien meer.

Terug naar mijn onderwerp. Vanmiddag kreeg ik een aardige dame aan de lijn die mij naar het nummer vroeg van De Zeven Zaligheden in Eersel. Het is een streekmuseum, zei ze er nog bij. Terwijl ik deze naam in zachte Brabantse klanken door mijn gedachten liet glijden (moet u ook even doen!), ging ik voor haar aan het werk en typte STR.ZEV. in, want we zweren bij de afko's bij de nummerdienst. Dat scheelt namelijk kostbare tijd. En tijd is geld, want geld is haast. Ik kreeg ondertussen geen vermelding. Ik typte STREEKM. in. Ik kreeg wederom geen vermelding. Maar sinds ik bij de Dienst der Diensten werk ben ik niet voor één gat te vangen en daarom typte ik ZEV.ZAL. in. U raadt het al: geen vermelding. Nadat ik nog een tweetal verwoede pogingen deed met de ingangen STR.MUS. en MUS.ZEV. sloeg de wanhoop toe. Maar waar was de redding?

Als een ongeduldige bom tikte de tijd door en ik merkte dat inmiddels mijn oksels klotsten, mijn knieën knikten en mijn schouders slaphingen. Het was maar goed dat de klant geen lichaamstaal kon verstaan. Of ruiken. Wat kon ik nog meer intikken om alle zeven zaligheden tevoorschijn te toveren? In een laatste poging de klant tevreden te stellen typte ik STR.ZAL. in en ja, daar kwam iets op mijn scherm te staan wat leek op een streekmuseum met een flink aantal zaligheden.

Een flink aantal? Jawel, het waren er geen zeven, maar acht! En zo kon ik deze dame nu zelfs met een extra onverdiende zaligheid naar Eersel helpen. Ik voelde haar blozen aan de andere kant van de lijn. Het voelde goed, ja zeer goed. Het was even een lichtpuntje in een dag die verder vooral gevuld werd door ziekenhuizen, politiebureaus, zorgcentra en bouwbedrijven.

Maar toch: het was niet mijn eigen verdienste. Ik had per slot van rekening die achtste zaligheid niet bedacht, laat staan gecreëerd. Ik mocht haar alleen verschaffen. Ik was slechts de hulp, de knecht, de werker in de wijngaard. Daarom roem ik ook niet op eigen vlees:

'k Roem in vrije gunst alleen!

En dat is wat je noemt een zaligheid op zich.





maandag 3 oktober 2011

Blasfemie

Als klantmedewerker bij de Nummerinformatiedienst kom je soms de merkwaardigste namen tegen. Een kapperszaak te Hapert bijvoorbeeld die KAPPERZZZ heet, of een Bossche makelaar die het vooral aan het begin van het alfabet zoekt (AAA MAKELAARS) of dat barretje in Amsterdam dat niet de Gumbar heet, zoals mijn oren het hoorden via mijn headset, maar uiteindelijk de GUMMMBAR bleek te moeten heten. Ach, wie op wil vallen moet gewoon wat extra letters in zijn naam stoppen. Helpt altijd.

En over opvallende namen gesproken: van de week kreeg ik een grappenmaker aan de lijn die mij doodleuk vroeg naar de Jezus in Amsterdam. Eén seconde viel ik stil, herpakte me daarna op ongekend professionele wijze (waar ik verder heel eenvoudig onder blijf) en vroeg toen met een hoorbaar uitgestreken smoelwerk: "Is dat een kerk meneer?"

Nee dus. Het bleek gewoon de naam van een persoon te zijn en de uiterst serieuze beller in kwestie had er zelfs een adres bij. Nooit geweten dat de waarheid zo absurd kon zijn. De Jezus woont in Amsterdam. Dé Jezus? Het kan nog gekker. Er woont inmiddels een handvol Jezussen in Amsterdam! Ach, de Bijbel waarschuwt ons niet voor niets dat in de eindtijd vele valse messiassen zullen opstaan. Na enig onderzoek blijken die opvallend vaak in de Randstad te wonen, waaruit maar weer blijkt dat we er op de Nederlandse Biblebelt nog genadig vanaf komen.  

Ik heb de klant uiteindelijk doorverbonden met een Jezus. En dat terwijl hij nog zo duidelijk vroeg om . Maar ja, daar mag ik vast niet over beginnen onder werktijd. Het zijn verwarrende tijden voor een goed gelovige klantmedewerker van het NID...


donderdag 29 september 2011

Schakelsnelheid


Wie van u heeft ooit enige sympathie en medeleven gegund aan een dominee, priester, pater of voorganger van enig kerkgenootschap? Ik doel nu op de gelegenheden waarbij zo'n brave broeder op één en dezelfde dag moet voorgaan bij zowel een bruiloft als een begrafenis, bijvoorbeeld direct na elkaar. U denkt dan: dat is niet eenvoudig, zoiets moet je toch maar kunnen. En daarbij denkt u in uw vuistje dat u blij bent dat u niet in zijn schoenen staat. Want ik ken u wel een beetje.

Lieve mensen, stop uw medelijden met deze lieden! Ik verzeker u: het is slechts kinderspel vergeleken wat een gemiddelde telefoonmedewerker van de Nummer Informatiedienst dagelijks vele malen moet doorstaan.

Een voorbeeld. Het ene moment zit hij vrolijk mee te bewegen met een beller die zo snel mogelijk een gezellig, nabij en het liefst ook nog betaalbaar pannenkoekenrestaurant wil bereiken om het kinderfeestje van zijn dochtertje smaakvolle luister bij te zetten en het andere moment (lees: 1 tel later!!!) moet dezelfde telefoonmedewerker vol empathie het trieste verhaal aanhoren van een oud vrouwtje dat dringend een politieagent / ziekenbroeder / maatschappelijk werker / advocaat / notaris / dominee / grafdelver* (*doorstrepen wat niet wordt verlangd - of gewoon alles aanstrepen indien achtereenvolgens gewenst) nodig heeft / nodig denkt te hebben* om haar zielensmart nog enigszins te stelpen.

Haha, hij overdrijft natuurlijk schromelijk, denkt u nu. Was het maar waar beste mensen, was het maar waar. Hoe invoelend een klantmedewerker van het NID ook is, hij krijgt altijd weer opnieuw een klap in het gezicht vanwege alle ellende die achtereenvolgens en zonder ophouden over hem wordt uitgestort. En voordat hij ook maar 1 tel de kans krijgt om al dit leed te verwerken en zich te herpakken dient zich daar de volgende beller al weer aan die opnieuw voor de volle honderd procent serieus genomen wil worden en vanuit het niets de argeloze klantmedewerker belaagt met zijn eigen individuele zielenroerselen. En die variëren dus nogal. Wil de ene klant gewoon het gezalfde nummer van die ene fijne kerk aan de Dorpsweg hebben, één seconde later moet de medewerker aan een volgende klant net zo gemakkelijk een heet nummertje van de sekslijn doorseinen. Het liefst zonder terug te schreeuwen: "Dus, als ik het goed begrijp wilt u een SEKSLIJN, meneer XXX ???"

Een van de sterkste staaltjes van het snelschakelen wil ik u niet onthouden. Binnen uiterst korte tijd hoorde ik  na mijn opmerking dat ik het nummer voor haar had gevonden een lieve dame uitroepen:

"Dat is snel!",

om even later van een klant met aanzienlijk minder liefde in zijn leven te moeten horen:

"Zit niet zo in mijn oor te schreeuwen, vuile k(.....) (vul hier de naam in van een gevreesde ziekte die rijmt op anker)

h(...) (vul hier de aanduiding in van een seksuele geaardheid die bij wetboek van strafrecht geheel en al is toegestaan). 



Onlangs nog een geestelijke ontmoet die snel moet leren schakelen? Stuur hem dan maar even bij ons langs!

maandag 26 september 2011

NID

Wie weet waar de letters NID voor staan?

Ik niet, tot voor kort. Maar sinds ik weer aan het werk ben gegaan wel. NID staat voor Nummer InformatieDienst. En dat is dus precies het werk wat ik doe: telefoonnummers opzoeken. Samen maar niet tegelijkertijd met zo'n honderd andere mensen. Honderd anderen? Maar, zegt werkelijk iedereen die ik hierover vertel dan, je hebt nu toch internet? Wie belt er dan nog voor een nummer? En dan ook nog voor zoveel geld?!
Laat ik u vertellen: dat zijn er nog genoeg. Voordat u van uw computerstoel valt: houd u vast en lees nog even verder dan leg ik het allemaal nog een keertje uit. Dat is voor mij ook weer eens wat anders dan telefonisch antwoord geven.

De meeste binnenkomende telefoontjes komen tegenwoordig vanaf mobieltjes en voor een groot deel daar weer vanuit auto's zonder internet. Daar ligt de winst voor het bedrijf waarvoor ik werk. Daar en in de gemakzucht van veel mensen. Want wie het zo snel niet kan vinden en geld genoeg heeft, belt gewoon even voor dat nummertje op.

Werk ik dus voor KPN? Nee hoor. Ik werk voor een bedrijf dat deze service voor KPN en nog een paar andere telecomjongens voor een strak afgesproken bedrag verzorgt. Compleet met bonussen en malussen.

Nu, na ruim een maand dit werk te hebben gedaan kan ik inmiddels een aantal boeiende verhalen vertellen. Maar daarover een volgende keer meer, want het lezen van dit berichtje duurt al langer dan een gemiddeld telefoontje naar 1888. Al bied ik hier mijn diensten geheel gratis aan, en daar voor tachtig keiharde eurocenten per minuut. Ja, want hoewel geen man in bonus, ben ik voor u nu wel een dure jongen geworden. Voor mijn baas trouwens niet. Daarover gesproken ben ik blij dat we in een land leven waar er een heus minimumloon is afgesproken...

Ja? Gaat er al iets bij u rinkelen???


donderdag 22 september 2011

Een topbaan!

Dit wordt een heel eerlijk logje over mijn dagelijks werk.

Lang heb ik getwijfeld of ik zal gaan bloggen over mijn nieuwe baan. Dat heeft veel te maken met mijn ego. Als hbo-er heb na ruim twee jaar tevergeefs pogingen te hebben gedaan om aan het werk gaan als docent inburgering (docent NT2) uiteindelijk besloten om werk aan te nemen dat vrij gemakkelijk te vinden is. Dit in plaats van eindeloos wachten op werk dat blijkbaar erg moeilijk is te vinden, al het was alleen maar omdat het is wegbezuinigd door het huidige kabinet.

Feit is dat ik al jarenlang wat ambivalent ten opzichte van 'eenvoudig werk' sta. In mijn hart had ik allang besloten om elk soort werk niet te min te achten, maar in praktijk vond ik dat vooral voor anderen. Om nu zelf achter die vuilniswagen aan te gaan lopen leek me om diverse redenen toch minder. Maar nu ben ik ook dat stadium voorbij. Waarom? Omdat ik tot de conclusie kwam dat ik mijzelf niet beter mag vinden dan een ander. Als die ander goed genoeg is voor het (veelal zeer nuttige) mindere werk, waarom ik dan niet? Omdat ik een hogere opleiding heb genoten? Nou en? "Voegt u in het eenvoudige", staat er ergens geschreven in een Belangrijk Boek en daar houd ik mij (nu uiteindelijk maar eens) aan. Per slot van rekening werken wij allereerst voor ons dagelijkse brood, (daar staat in dat Belangrijke Boek ook iets over geschreven) en niet omdat we onszelf de hele tijd fijn aan het ontplooien zijn of dat we onze passie en competenties uitleven. Veelal is dat laatste een fictie, ook al moet je dat niet hardop zeggen tegen je baas.

Voor de lezer die denkt dat ik nu dagelijks met stinkende kleren thuiskom: het is iets minder dramatisch als ik doe voorkomen. Ik loop niet achter de vuilniswagen, maar heb een uitzendbaantje aangenomen als klantenservice medewerker bij een callcenter. Nee schrik niet, ik ben geen achterbakse telefonische verkoper geworden, ik doe alleen 'inbound'gesprekken, m.a.w. ik handel telefoontjes af die binnenkomen. Geen harde verkoop dus. Wat voor telefoontjes zijn dat dan? Daarover de volgende keer meer. Want elke dag heeft genoeg aan zijn eigen call.

dinsdag 13 september 2011

Hoed u voor het slissende gras!

Omdat wij niet van de straat zijn lezen wij thuis uit de Naardense Bijbel. Dat is een vertaling die deels simultaan is en deels wat vrijgevochten over kan komen. Telkens is gekeken naar wat de beste weg is: letterlijk vertalen of kiezen voor een omschrijving of zelfs gekozen voor een ander woord. Altijd sterk rekening houdend met de context. Zo komt het dat de derde persoon enkelvoud soms wordt weergegeven met je of jij, maar soms ook met u of gij. Dat is verfrissend en verrassend. Een enkele keer kunnen Purperpol en ik bij het lezen een glimlach niet onderdrukken. Zo kwam onlangs de gelijkenis uit Mattheüs 13:24 e.v. langs, waar Jezus het heeft over een mens die goed zaad zaait in zijn akker. Maar dan komt de vijand en zaait iets anders in zijn akker. Wat zaait die vijand daar dan? Uw eigen lieve bijbeltje thuis vermeldt dat het gaat om onkruid. Maar dat kan natuurlijk ook heel anders en wat mij betreft ook nóg beter worden verwoord. Mijn Naardense Bijbel neemt dan ook geen genoegen met dat simpele woordje. Want uit Naarden komen soms geheel nieuwe woorden met een oeroude bijsmaak. Proeft u even mee en laat het woord langzaam over uw tong glijden:

Ratelgras.

Een schitterend woord, nietwaar? En waar moeten wij al gauw aan denken bij dat ratelen? Welk dier ratelt er, terwijl hij bijvoorbeeld door datzelfde gras glibbert? Juist, de slang. Slangengras zou dus ook een adequaat woord kunnen zijn. Graszaad gezaaid door de ratelaar van den beginne. Het eerste wat hij zei deugde al van geen kanten en nog steeds kunnen we ons oor beter niet te luister leggen bij veel leden van zijn talrijke nageslacht. Voordat we het weten hebben we een oortje versnoept.
En wat betekent ratelen? Synoniemen zijn onder andere kwebbelen, kletsen en babbelen. Babbelen komt van Babbel of Babel, waar het gezwets ooit is uitgevonden. Een toren tot aan de hemel bouwen, groter gezwets kun je je inderdaad niet inbeelden. Maar ik dwaal af, weg uit dat Babel!

Nieuwsgierig geworden naar het verdere gebruik van het woord ratelgras tikte ik het in op de Google-zoekmachine. En raad eens hoeveel hits het woord inmiddels heeft?