zaterdag 10 september 2011

nine eleven

De ene ramp is de andere niet.

Deze weken worden we bedolven onder artikelen, beschouwingen, analyses, documentaires en films over (zo lijkt het wel) de moeder aller rampen, die van 9/11.
Hoewel dit natuurlijk een vreselijke dag is geweest voor menigeen, staat het aantal doden in geen verhouding tot het aantal dat dagelijks wereldwijd valt te betreuren. Maar omdat 9/11 een spectaculair en sensationeel beeld liet zien, en bovendien over 'ons soort' mensen ging, kan de aandacht bijna niet op. Dit staat in flagrante tegenstelling tot de aandacht die we geven aan stumperds in de krottenwijken van Sao Paolo, de slachtoffers van de drugsprovincies van Mexico, de kinder- en tienerprostituees van Manilla en de minderjarige werkslaven in Vietnam. Mensen die veelal louter voor Westers genot worden gemarteld. Om nog maar te zwijgen van de talloze christenen in Noord-Korea, China of Burma die zonder vorm van proces een langdurige en ellendige gevangenschap uitzitten of wachten op de verlossing die de dood hen zal geven. En dan geef ik nog maar enkele brandhaarden als voorbeeld. Er zijn er legio. Ook hierbij gaat het om duizenden mensen tegelijk. Maar spetterende filmbeelden ontbreken, de beurskoersen kelderen er niet van en in wezen interesseert het ons (dus?) maar matig. Zelfs de gebeden op menig kansel of altaar volgen slechts de krantenkoppen op de voet.

De media-aandacht van nive eleven zegt kortom meer over onszelf dan over deze ramp zelf. Want de ene ramp is de andere niet. Vinden wij.

Zou onze Schepper daar ook zo over denken? Of hebben de cynici gelijk wanneer zij beweren dat onze God louter blank, Westers en rijk is? Hebben wij de Mensenzoon dan zó leren kennen? Wat is er toch mis met ons? De branden in New York en het Pentagon zijn inmiddels allang geblust en de wonden al aardig gelikt. Maar hoe zit het met de uitslaande brand in het zwaar verwonde Lichaam van Christus?

donderdag 8 september 2011

Eigen schuld


In de krant van vandaag trof mij een opvallende uitspraak. Die kwam uit de mond van Joop Daalmeijer, de 65-jarige en om die reden daarom ook afscheid nemende directeur van de omroep NTR in een interview met Trouw. Op een goed moment zei hij:

"Bezuinigen kan best. Maar afscheid nemen van je collega's, dat is het ergste wat er is. Maar we hebben samen het kabinet gekozen, dus dan heb je dat te volgen. Mijn kabinet is het niet, maar het zit er wel."

Het zijn woorden die me uit het hart zijn gegrepen. Nederlanders staan bekend om hun eeuwige klaagzangen. En soms is het gemurmureer (ook wel enigszins) terecht. Maar voordat we gaan wijzen naar politici moeten we ons inderdaad maar eens afvragen wat we de laatste keer hebben gestemd. De meerderheid in dit land heeft nu eenmaal op een van de gedoog- en/of regeringspartijen gestemd en dat merken we nu dus.
Wie VVD, PVV of CDA heeft gestemd mag van mij dus niet meer zeurzaniken. Die moet gewoon zijn mond houden en de volgende keer beter opletten. En ook als het jouw kabinet niet is, dan nog geldt dat het er nu eenmaal zit en we het hebben te volgen. Of heeft u om dat te kunnen vatten daar Rom. 13:1-2 voor nodig? Ja? Zoek het dan maar even op. En besef daarbij dat het Rom. regime dat toen regeerde over de landstreken Judea en Galilea heel wat strakker was dan welke VVD of PVV dan ook. Maar ja, dat was dan ook niet gekozen door middel van het potlood in het stemhokje...

maandag 5 september 2011

Column: Bij de pinken


Luuk had op school zijn pink tussen de deur gekregen. Niet zomaar een deur, maar zo’n loodzware, oerstevige en extra dikke gymlokaaldeur. En niet zomaar een beetje ertussen, maar echt flink: een klasgenootje had de deur van de kleedkamer werkelijk dichtgesméten omdat ‘de meisjes wilden komen kijken’. Dat lijkt me reden genoeg. Maar Luuk had het evenwel uitgegild van de pijn. Van zijn juf hoorden we dat hij eerst helemaal krijtwit werd en daarna begon te zweten als een otter. Mm. Het joch ziet sowieso tamelijk lijkjesbleek en zweten doet hij bij de minste of geringste inspanning al - hij lijkt nogal op zijn vader. Het zal me al met al een aanblik zijn geweest. Toch had hij bij thuiskomt alleen nog maar een pleister om zijn vinger en dat stelde me dan wel weer gerust. Ik besloot in mijn eigengereide wijsheid maar niet naar de dokter te gaan. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik voor jan joker mijn én zijn kostbare tijd zou zitten te verdoen.
Maar toen vrouwlief wat later thuiskwam, de pijnlijke pink aanschouwde, mij verwijtend aankeek en met mond en ogen sprak: waarom ben je er niet onmiddellijk mee naar de dokter gegaan? wist ik even niets te zeggen. Wanneer is zoiets ernstig genoeg voor een dokter? Ik had geen idee. Lydia wel. Een kwartier later zat ze met het lijdend voorwerp bij de huisartsenpost. Gelukkig liep het met een sisser af: de pink was niet gebroken al zou de nagel er waarschijnlijk wel gaan afvallen. Luuk, niets te beroerd om wat zelfmedelijden op te brengen, kreeg inmiddels door dat er ook enig voordeel viel te behalen aan zijn verpakte pink. Zo wist hij juf te overtuigen dat hij vooralsnog absoluut niet kon schrijven. Dus mocht Luukjelief van haar achter de computer werken (‘yes!’) en verder ook nog wat aankachelen achter zijn eigen tafeltje. Dat was eerder voorbij dan hij had gehoopt. Want even later betrapte juf hem toen hij doodleuk en heerlijk ontspannen in zijn kladblok zat te tekenen. Luuk en zijn juf: ze hebben beiden pinken.



Deze column werd eerder gepubliceerd in het christelijke opvoedmagazine Aan de Hand in 2007. Luuk was toen nog tien jaar. http://www.aandehand.nl/
 
 

donderdag 1 september 2011

Hardwerkende Nederlanders


Ik behoor tot een uitstervend ras. Ik ben namelijk een zachtwerkende Nederlander. Maar met zoiets loop je niet te koop. Het is namelijk de bedoeling dat je hard werkt in dit land. Keihard het liefst. Dat zet zoden aan de dijk en maakt je een vent, een kerel, een man uit één stuk gesneden. Hardwerkende burgers zijn precies wat dit land nodig heeft. Mensen die hun handen graag uit de mouwen steken en diezelfde mouwen opstropen als er werk aan de winkel is. Hardwerken en mouwen gaat blijkbaar moeilijk samen, hoewel de witteboordenmaffia dan vreemdgenoeg wel weer altijd met de mouwen omlaag werkt.

Een kind kan het begrijpen: hard werken is goed voor een mens. Goed voor de mens én voor de maatschappij. Ja zeg, stel je voor: anders worden we nog ondergesneeuwd door de werkelijk kei- en keihard werkende Amerikanen, die hun mannetje staan als het erop aankomt. Om nog maar te zwijgen van de zich het apelararus werkende Aziatische volkeren. We zouden met elkaar toch niet willen dat we door hen onder de voet worden gelopen, hè? Nou dan.

En bovendien staat het ook allemaal in de Bijbel. "In het zweets uw aanschijns" en dergelijke.

Dus.

Nee, hardwerken is goed en zachtwerken fout. Dat moge duidelijk zijn.

Ik zit dus fout, als zachtwerker. En dat zal ik weten. We hebben nu immers de zich een slag in de rondte werkende VVD als grootste partij en de zich het apezuur werkende PVV als goede tweede. We zitten gebeiteld. Op rozen. In het pluche. Er warmpjes bij. Als we hard werken tenminste. Want anders is het anders. Die anderse mensen zitten ook. Ja. Nou. Ze doen niet anders dan zitten. Op de bank. Voor de tv. In hun krant. En maar zitten. En maar niksen. Maar dat gaat zomaar niet. Er moet gewerkt worden. De zweep erover. Het zweet onder de oksels vandaan gemept. Desnoods met harde dwang (want zachte dwang werkt natuurlijk niet).

Toch heb ik wel een paar vraagjes. Zachte vraagjes natuurlijk, want ik blijf in stijl.

Vraagje 1:

Wie van al die bikkelhard werkende Nederlanders krijgt er nog daadwerkelijk zweet in de handen van hun dagelijkse werk?

Vraagje 2:

Zouden al die kei- en keihard werkende Nederlanders misschien ietsjes minder hard willen gaan werken zodat ze:
a. zelf een stuk langer blijven leven en er
b. ook nog wat werk voor mij overblijft?

Vraagje 3:

Vindt u het eigenlijk ook niet a-sociaal (in plaats van bewonderingswaardig) dat er zoveel mensen keihard werken, terwijl anderen niet mogen meedoen omdat er voor hen geen werk meer is overgebleven?

Vraagje 4:

En geldt dat ook niet voor de verdeling van andere zaken zoals bijvoorbeeld voedsel?

Vraagje 5:

Waarom wordt er eigenlijk zo keihard gewerkt? Is dat omdat we dan geld overhouden om (in stilte) veel goeds mee te doen? Of toch meer / vooral omdat we onze zelfopgelegde wurghypotheek moeten aflossen? Of omdat we uiteindelijk toch wel al die lekkere luxegoederen willen blijven kunnen betalen?


Nou, dit waren zomaar even wat heel zachte vraagjes. Nu maar hopen dat de antwoorden niet al te hard zullen tegenvallen. Maar daar heb ik eerlijk gezegd geen zacht hoofd in.


zondag 28 augustus 2011

Grote jongen

In de kerk zijn we lief en aardig en gezellig voor elkaar. Zo ook, en misschien zelfs in versterkte mate, op de zogenaamde wijkvieringen die ons eigen kerkscheurinkje heeft bedacht teneinde de broeders en zusters nog meer gemeenschapsleven te doen genieten dan ze zonder deze vieringen al zouden doen.
Zo'n korte viering wordt telkens afgesloten met een gezamenlijke maaltijd die ieder voor zich thuis bereidt om vervolgens door elkaar te laten opsmikkelen. Altijd lief en aardig en gezellig, ja.

Onze Elias van 16, die deze dagen net is begonnen met HAVO-5, komt tijdens de maaltijd te zitten naast een lieve mevrouw van rond de 75 jaar. Nu is onze oudste bepaald niet de langste maar ook geen dwerg en wordt zijn pubersmoeltje sinds een jaar of wat opgesierd door diverse tekenen van zich een uitweg zoekende vetopeenhopingen met kraterneigingen, beter bekend onder de naam jeugdpuistjes. De oudere dame had wel haar bril op, maar keek blijkbaar langs de kratertjes. Over lief gesproken. Belangstellend vroeg ze maar eens of hij al naar de middelbare school ging.....

zondag 21 augustus 2011

21ste eeuw vs. de Bijbel


Spiritualiteit geeft zin aan mijn bestaan.

Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.



Ik wil proberen als een christen te leven.

Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is.



Een portie gezonde twijfel is goed voor je geloof.

Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen.



Ik mag toch ook nog wel een eigen leven hebben?

U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God.



Je hoeft toch niet alles op te geven voor het geloof?

Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. Sterker nog, alles beschouw ik als verlies.



Niemand kan natuurlijk nu al volmaakt zijn.

Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.



We doen allemaal wel eens iets wat niet kan.

Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij heiligen.



Wie is er nou heilig?

Van Paulus, (…) aan de heiligen in Efeze.



Ook christenen mogen nog wel eens zondigen.

Ieder die in hem blijft, zondigt niet. Ieder die zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.



Gelukkgi hebben we de tijd van de dogma’s achter ons gelaten. 

Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat u hebt ontvangen – vervloekt is hij!



Er zijn veel wegen die naar de hemel leiden.

Ik ben de weg, de waarheid en het leven.



Er is niet zoiets als één waarheid.

Er is geen ander evangelie.



De Kerk hoeft helemaal niet één te worden. Veelkleurigheid is juist prachtig.

Is Christus dan verdeeld?



Wij zijn per slot van rekening natuurlijk de Here Jezus zelf niet.

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze.



Buiten de kerk om vind je vaak de mooiste dingen.

Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels.





(Openbaringen 3:15-16)





dinsdag 16 augustus 2011

Kogels

Omdat ik u had beloofd een column uit de oude doos te presenteren als zich een massa nieuwe abonnees voor Aan de Hand zou aandienen, en men zich ten burele van de nieuwe uitgever sindsdien het apenzuur heeft moeten werken om alle aanmeldingen te administeren, hierbij de volgende column uit 2008. Teruglezend bemerk ik dat het toen is misgegaan. De beschreven hobby van onze jongens die toen nog in een beginfase was, heeft nu volwassen trekjes aangenomen en blijkt inmiddels een blijvertje te zijn. Het verwachte museum is er inmiddels gekomen, in de vorm van een vitrinekast op de slaapkamer van Elias en een 'iets' minder geordende grote lade onder het bed van Luuk vol 'militaria'. Sindsdien wachten wij geduldig totdat ze op kamers gaan, want time is on our side!

Kogels

Sinds een week of wat hebben onze long-staygasten hier in huis weer een nieuwe hobby: het verzamelen van kogels. Met name Elias is laaiend enthousiast over zijn inmiddels niet geringe verzameling. Via vriendjes kwam er al wel eens wat binnen onder het wantrouwige oog van ons, ouders, die onder het uitroepen van diverse hartverwarmende aanmoedigingen van het kaliber ‘Nóg meer van die rommel?!’ blijk gaven van een onthutsende realiteitszin, maar allengs en desondanks is deze verzameling uitgegroeid tot een lading voormalig artillerievulsel die niet zou misstaan in een bescheiden munitiemuseum. Dat laatste is trouwens een serieus plan van ze. De hemel sta ons bij. Op Marktplaats kon laatst nog een schoenendoos vol met waardevol oud schietijzer (‘maar acht euro’) worden gescoord en wat ook reuze helpt is het wonen naast kazerne- en oefenterreinen. Zelfs een regenachtige woensdagmiddag werd onlangs niet onbenut gelaten om het gewilde lood te kunnen bemachtigen. De buit van dat moment bestond uit maar liefst twintig (20!) echte kogels. “En ze waren ook nog aan het oefenen!”, meldde een druipend nat van het front teruggekeerde Luuk. Dat maakte het helemaal af. Niets is spannender dan om echte soldaten pal voor je ogen heuse schietoefeningen te zien doen in de vurige hoop en stellige verwachting dat daardoor nog meer kogels het eh… loodje zullen leggen. ‘Zoek niet naar schatten op aarde, daar gaat hun waarde voorbij’, zingt het passend in mijn hoofd. Maar zulke uncoole liedjes van Elly & Rikkert zijn inmiddels niet meer aan hen besteed. Dit is hun tijd van schatgraven. Ik gun het ze van harte. Dat hun schatten nú al waardeloos zijn, is een wijsheid die met de jaren zal groeien. Opnieuw marcheren ze af naar het schietterrein. “Pas maar op dat je de kogel niet krijgt’, roept hun melige vader ze nog achterna. Er volgt geen reactie. Geen wonder: ze staan op scherp.