maandag 15 februari 2010

Liefde
















Liefde.

Liefde overwint de haat. Zelfs die van gisteren...

Ik wist het al wel, maar nu voel ik het ook in mijn botten. Neemt u dat laatste gerust letterlijk.

Ik moest om 12.05 uur in het ziekenhuis zijn om het gips van mijn handwortelbotten eh... beentje te laten verwijderen en de arts de kans te geven om mijn mankement te beoordelen. Op zulke momenten heb ik de neiging om zo’n arts gedwee mijn arm te overhandigen om vervolgens met de rest van mijn lichaam in de wachtkamer plaats te nemen om geduldig de uitslag van zijn vakkundig oordeel af te wachten. Helaas is dit niet mogelijk. Het menselijke arm is nog steeds niet demontabel en maar misschien is dit met een vooropgezet doel zo geschapen.

Ik moest dus mee met mijn linkerarm en kreeg te horen dat de geneesheer wat twijfelde over de breuk. De pols bleek te pijnlijk om niet het zekere voor het onzekere te nemen. Hij wilde foto’s zien. Nieuwe dus.

Ai, ai, ai…

Ik weet niet hoe het met u is, maar ik zelf ben in het ziekenhuis altijd nóg vromer dan in de kerk. En eh… geloof me, dat zegt wat. In de kerk geloof ik het natuurlijk allemaal wel, maar waar is dat geloof in het ziekenhuis gebleven? Net als met die arm ‘gedemonteerd’?

Feit is dat er vier foto’s moesten worden gemaakt van mijn nog steeds ongedemonteerde pols en hand en er daarvoor, daartussen en daarna wel veertig gebeden zijn afgevuurd richting de hemel. Of nee, maak daar maar één langgerekte smeekbede van. Aan oneerlijke bloggers heeft niemand wat. Geheel mijzelf wegcijferend dacht ik - als rots in de branding van mijn gezin – daarbij natuurlijk louter en alleen aan het belang van mijn geliefde vrouw, die het zo moeilijk had, nu haar steun en toeverlaat zo onthand is en wellicht nog heel lang zou blijven. Houdt u dat beeld van een zichzelf wegcijferende heer van stand even vast, zo bid ik u.

Kun je of mag je eigenlijk wel huichelen in je gebed? Ik wil het antwoord niet weten.

Naast een bovenaardse vormen aannemende vroomheid bleek ik een tweede hogere gemoedstoestand te hebben aangenomen. Liefde. Ik zat op de röntgenfoto’s te wachten en kon ondertussen uitkijken op de ingang van het ziekenhuis waar allerlei mensen doorheen liepen. Met een groot hart vol liefde voor hen allen beschouwde ik ze. Ook mijn hart is in het ziekenhuis groter dan in de kerk. Misschien moet ik om deze redenen overwegen om in dat gebouw een privékerkje te stichten.

Toen ik uiteindelijk weer bij de dokter kwam en hij mij vertelde hoe hij de verse foto’s beoordeelde rees een derde hemelse gemoedstoestand uit mijn hart omhoog: een hallelujagevoel.

De beste man zag namelijk helemaal geen breuk in mijn handwortelbeentje maar alleen een breuk in de pols. Heavens above! Daarom stelde hij voor om de zaak weer in te gipsen en vier weken later te kijken welk wonder zich ondertussen zal hebben voorgedaan. Miracle cure!

In plaats van 6 tot 12 weken gips werd mijn lijdensweg verkort tot 4 weken. “Ga zitten en schrijf vier”, zo klonk het bijna Bijbels in mijn oren. Glory Almighty!

Liefde.

Liefde overwint de haat.

Welke blogger gaat er dan nog zitten zaniken over een beetje frisse winter? Zulke mensen begrijp je toch niet?


Een hoge groet vanaf...


zondag 14 februari 2010

Haat


















Ik haat de winter.

Nu zelfs meer dan ooit.

Blijkbaar is de winter het favoriete seizoen van kinderen in het algemeen en hele gezonde, sportieve - en ongetwijfeld bijzonder gelukkige - mensen in het bijzonder.
Helaas, helaas val ik noch in de ene noch in de andere groep. Ik zie niet alleen wit als ik naar buiten kijk, maar ook als ik naar binnen kijk: ik zie zelf wit. Al was het maar vanwege al dat gips dat ik met me mee tors. Of anders vanwege mijn teint die na dagenlang binnenshuis te zijn gebleven nu ongetwijfeld witter dan normaal zal zijn.

Waarom ik het huis dan niet uitga? Vanwege die rottige winter natuurlijk. Dat, en mijn gebroken handwortelbeentje waardoor ik maar een arm kan gebruiken. Nooit geweten dat je je dan zo onthand kunt voelen. Ik durf nu domweg de weg niet meer op. Zelfs niet lopend nee. Ik ben een ouwe vent geworden. De gladheid houdt me gevangen aan huis. En de gladheid is voorlopig nog lang niet weg, verneem ik telkens van Erwin Krol. En Buienradar liet vandaag pijnlijk duidelijk zien dat vooral onze woonplaats het weer moest ontgelden qua sneeuw. Het sneeuwde bijna onafgebroken. En dooien ho maar.

Eens komt de grote zomer.

Eens. Maar nu nog niet.

Ik haat de winter…met een grote haat.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

vrijdag 12 februari 2010

Uit handen geven














Terwijl ik dit blogje typ, zit ik lekker achter de pc in een verwarmde woonkamer met een rustig muziekje op de achtergrond. Als ik me voor me uit kijk, kan ik de vogels in het besneeuwde stuk bos voor ons huis zien fourageren. Tegelijkertijd is er boven iemand de was aan het ophangen die mijn achternaam niet draagt. Een vrouwspersoon nog wel. Het is niet mijn schoonmoeder nee. Totaal geen familie of vriendin zelfs. En nee, zij is ook niet onze werkster. Of mijn concubine. Deze dame zal wel straks ook nog onze beide toiletten reinigen en de badkamer een bescheiden beurt geven. Als er dan nog tijd over is wordt ook de benedenverdieping gestofzuigd. Ik zie wel hoever we komen.

Maar wie is zij dan?

Deze dame is familie in de Heer. Na enige aarzeling hebben we ons gewend tot de kerk om hulp te vragen. Ook hebben we dat gedaan bij het zogenaamde WMO-loket in onze woonplaats. Maar voordat je daarvan hulp krijgt, zal de sneeuw allang verdwenen zijn. Ambtelijke molens werken nu eenmaal langzaam.

De vrouw die nu het huishouden doet is diaconaal werkster voor onze wijk en kwam, samen met een andere zuster die in onze kerkelijke gemeente contactpersoon mag heten, onlangs even praten over wat we aan praktische hulp nodig hebben. Beide gepensioneerde vrouwen verklaarden zich ter plekke bereid om een aantal huishoudelijke taken te komen verrichten. En nu is het dan zover.

Ik moet zeggen dat het niet meevalt om een relatief onbekende vrouw in mijn huis allerlei werkzaamheden te laten doen die ik veel liever niet aan derden overlaat. (Wel aan tweeden, maar dat zit er ‘even’ niet meer in.) Misschien heeft mijn aversie te maken met een gevoel van aantasting van je privacy. We zijn niet gewoon in Nederland om iemand die in feite een huiselijke buitenstaander was direct toegang te verlenen tot onze privévertrekken teneinde die eens flink te laten reinigen. Ik voel me ronduit gênant. Misschien ligt dat ook wel aan mijn mannelijke laksheid in bepaalde huishoudelijke zaken. Ik maak best veel schoon, maar bepaalde zaken (bovenkanten van kastjes bijvoorbeeld) laat ik letterlijk verstoffen. Of zie ik ze gewoon niet. Ik heb er zogezegd al gauw eh… schoon genoeg van. Mannen blijken een blinde vlek te hebben voor sommige huishoudelijke zaken heb ik wel eens gelezen in een damesblaadje. O help. Nu ben ik dus niet alleen onthand maar ook nog half blind. Ik denk er daarom hard over om af te reizen naar het land der blinden. Want het spreekwoord luidt vervolgens:


Daar...


donderdag 11 februari 2010

Beter schaap
















Was ik net begonnen met het meelopen en meedoen met het geven van lessen NT2 aan ‘nieuwe Nederlanders’ breek ik mijn handwortelbeentje (zie een aantal dagen terug).
NT2 betekent Nederlands als tweede taal.
Ik had al een paar keer zo’n les overgenomen van de docent en kreeg er eigenlijk net plezier in. Maar helaas, voorlopig moet ik thuis blijven, al hoop ik, dat als ik na de spalkgipsperiode van tien dagen ‘gewoon gips’ krijg, toch op pad te kunnen en mogen gaan.
Vandaag kreeg ik een kaartje van de cursisten die – geloof het of niet – net met het thema ‘naar de huisarts’ aan het worstelen waren. Een mooie oefening dus, zo’n kaartje. Ook goed voor het bijbrengen van de Nederlandse normen en waarden. Ik hoor het de docent al zeggen:

“In Nederland sturen we bij langdurige ziekte elkaar een kaartje.”

Hoe zou zoiets overkomen bij mensen uit een andere cultuur? Ik vrees dat ze het nogal kaal zullen vinden. In vergelijking met niet-westerse culturen staan wij er sowieso meestal nogal magertjes bij. Denk maar eens aan ons spreekwoordelijke ene koekje bij de koffie. Bij allochtonen zie je dan al gauw hele gebaksschalen tevoorschijn komen. Wie weet doen ze bij ziekte ook wel veel meer dan enkel en alleen een kaartje. Wie weet komen ze dan langdurig bij je op visite, overladen ze je met cadeaus en goede raad, nemen de tent over en blijven ze zelfs slapen.

Of overdrijf ik nu?

Misschien niet, want op het kaartje zie ik daarvoor al meteen een aanwijzing. De cursisten hebben allen hun naam op het kaartje geschreven waarbij de meesten naast hun naam ‘beterschap’ hebben gekalkt. Dat zijn de gevorderde leerlingen. Maar anderen, wellicht de allernieuwste Nederlanders, schreven ‘beterschaap’. Per saldo zijn mij middels dit ene kaartje zodoende wel zes (betere) schapen toebedacht. Kom daar bij Nederlanders maar eens om. Voordat je van hen ooit een zuinig schaaltje fruit mag ontvangen moet je toch algauw enige maanden bedlegerig zijn geweest.
Dat ‘beter schaap’ deed me overigens denken aan mijn tijd in een vorige baan bij een grote zorginstelling waarbij ik onder andere de ziekmeldingen telefonisch moest incasseren. Vanwege de verregaande meligheid van de afdeling in het algemeen en die van mij in het bijzonder zei ik aan het einde van de ziekmelding nogal eens: “Van harte beterschat!” In de zorg werken voornamelijk dames en ik ben niet vies van een ondeugend grapje. Al moet ik er waarheidsgetrouw bij vermelden dat ik zulks altijd zei nadat ik de hoorn weer had neergelegd. Zo ondeugend ben ik nu ook weer niet.

Dat zo’n taalgrapje toch wel aandacht en timing behoeft bleek eens toen een collega van mij een keer zo’n telefonische ziekmelding moest overnemen en onnadenkend ook pardoes eindigde met: Van harte beterschat!

Dan kun je misschien toch beter schaap krijgen…

woensdag 10 februari 2010

COLUMN 1: HET LIEDJE VAN VERLANGEN

"Een voltallig koor, in een kerk met een nijpend tekort aan pastorale werkers, vloekt."

Zingen willen we allemaal wel, maar waarom eigenlijk? En voor wie doen we dat dan?

Mag ik u, terwijl u hierover nadenkt, meenemen naar mijn eerste column in dit blog?











HET LIEDJE VAN VERLANGEN

Ver weg in een eenzame landstreek stond al eeuwenlang een groot klooster. In dagen van weleer was er een levendige gemeenschap van broeders geweest. Maar er was veel verloren gegaan. De moderne stad met al haar geneugten trok de jonge mannen meer dan het eenvoudige leven voor God, doorgebracht in soberheid en contemplatie.

Veertien oude mannen waren er nog overgebleven. Veertien oude, breekbare stemmen van krasse oudjes die elke ochtend de mis brachten voor het statige altaar in de kapel van het klooster. Maar hun oude gebeden kwamen recht uit het hart en achter de onzuivere stemmen vol craquelé klonk een zuiver en vroom geweten.

Al zo vaak had de abt in een vurig gebed om nieuwe, jonge zielen gevraagd voor zijn te ziel togende klooster. Maar niets gebeurde.
Tot er op een zonnige lentemorgen aan de poort werd geklopt. Een jonge man, met een schrander gezicht waarin een paar heldere ogen stonden, vroeg om water, brood en onderdak. Het bleek een jonge monnik te zijn die op doorreis was naar, ja, naar wie of wat eigenlijk? Het kon de abt en zijn broeders niet zoveel schelen want ze waren zeer opgetogen over zijn komst. Hadden ze er niet veel en vaak om gebeden? En had deze jonge knaap niet de mooiste stem die ze ooit hadden gehoord? De diensten in de kapel leken wel vernieuwd als ze hem hoorden zingen. Van de weeromstuit zongen de veertien oude kelen wat zachter, zodat de jonge monnik met zijn gouden stem er nog beter boven uit klonk. Wat een verrukking!
Groot was dan ook de teleurstelling toen de jongeman de abt na een aantal heerlijke weken vertelde dat hij weer verder wilde reizen. Het was nooit zijn bedoeling geweest om te blijven steken in dit oude oord, maar bij de mannenbroeders was de wens de moeder van de gedachte geweest, en dat wreekte zich nu. Na het droeve afscheid ging de oude abt die avond op zijn knieën en bad: 'Ach Heer, nu hebt U zo'n fijne, jonge broeder op ons pad gestuurd en nu gaat hij al weer weg! Hoe kunt U dat nu doen? Heeft U dan niet gehoord hoe mooi hij voor U zong?'

En de Heer antwoordde: 'De jonge monnik heb Ik gezien, maar voor Mij horen zingen? Nee, het spijt me...’

dinsdag 9 februari 2010

Van hutspot tot Chinees

Omdat Lydia niet kan koken vanwege haar bijna dagelijkse oververmoeidheden en ik dat ook niet kan vanwege mijn gespalkte gipspoot zijn onze zonen aan zet (lees: aan de beurt!).
Dat hebben we geweten. Maar ook: dat hebben zij geweten.

Om kwart voor vijf leek het me tijd om de oudste richting keuken te bewegen.
Om kwart over zeven (twee en een half uur later!) was de afwas gedaan.

Wat er in tussentijd gebeurde?

Dit:

16.45 uur - Elias gaat aardappels schillen

17.00 uur - Elias heeft vier, nee wel vijf aardappels geschild en denkt klaar te zijn

17.01 uur - Elias gaat alle aanwezige pitten alsnog uit de vijf piepers halen (en ook alle stukjes schil die nog waren ‘vergeten’)

17.15 uur - Luuk betreedt het strijdtoneel met de opdracht: schraap twee winterpenen en snij die in plakjes.

17.16 uur - Luuk begint de eerste peen te scalperen

17.17 uur - Luuks vader grijpt (figuurlijk) in

17.18 uur - Luuk schraapt twee penen

17.30 uur - de twee penen zijn geschraapt én gesneden

17.30 uur - Elias revancheert zich en snijdt een ui – een schouwspel dat om meer dan één reden de waterlanders tevoorschijn laat komen

17.35 uur - de hutspot staat (na ruim drie kwartier noeste arbeid) op het vuur!

17.45 uur - de hamburgers worden door Luuk in het hete vet gelegd – vader kijkt bezorgd toe, maar als door een wonder brandt niemand zich

17.58 uur – Lydia maakt vanuit haar tenen de maaltijd snel af door een restje van eergisteren toe te voegen, samen met wat melk en het vleesvocht van de hamburgers

18.00 uur – we zitten aan tafel en eten wat in vijf kwartier heeft mogen geworden in iets meer dan vijf minuten op

18.25 uur – we verlaten de tafel en Luuk verneemt dat hij moet afwassen

19.15 uur – wij vernemen dat Luuk klaar is met de afwas

20.00 uur - Elias komt thuis en droogt de vaat die het gehele aanrecht beslaat af en ruimt die op

20.10 uur – de ouders van Elias en Luuk besluiten morgen tot afhaalchinees of beter nog bezorgpizza….



COLUMN IN BLOGVORM

Al heel wat jaren schrijft deze heer van stand een column in een blad dat zo verschrikkelijk christelijk is dat slecht enkele uitverkorenen dat mogen lezen (vele geroepenen ontgoocheld achterlatend). Het blad heeft een beperkte oplage omdat het nadrukkelijk niet is bedoeld als glossy magazine of omgekeerd evenredig daaraan als krantenpapieren evangelisatietraktaat of anderszins.
Een aanzienlijk deel van de daarin door mij geschreven columns zijn van dusdanige aard dat ze de tand des tijds redelijk tot goed hebben doorstaan, en feitelijk verder ook goed verstaan kunnen worden door gewone stervelingen zoals u. Nee, mijn hoogmoed kent geen grenzen.
Welnu. Dit is dus de vooraankondiging van het regelmatig verschijnen van een belegen column. Gratis. Wilt u liever verse lezen, dan verwijs ik u naar het prachtige tijdschrift AAN DE HAND (bijna gratis), dat bewust christelijk wil opvoeden en waarin ik telkens verslag doe hoe mij dat niet lukt.

Ook evangeliseer ik daarin, maar niet zoals u denkt. Ik propageer het betere kinderboek. Ik schreeuw van de daken: lees dit, lees dat. Er is zoveel troep, maar er is ook zoveel moois. Laat liggen die zooi en koop / leen / lees de parels. Wees geen zwijn en waardeer die dingen!
Dat werk dus. Noem het gerust evangelisatie, maar niettemin dat woord worden de beste boeken helaas meestal niet door christenen geschreven – het is een harde waarheid. Als dat wel zo is, ben ik er natuurlijk als de kippen bij om die graantjes op te pikken en door te geven. Eentje doen?



















De Adelaar en de Koning van Arjan Wilschut (12+). Een Narnia-achtig fantasyverhaal dat mij het genre meer heeft leren waarderen. En terechte prijswinnaar van de prijs voor het beste christelijke kinderboek in 2007.

Kopen die hap!

Lezen dat blad!

En – binnenkort - volgen die column!


Zo, u blijft weer mooi van de straat…