maandag 8 februari 2010

Vanuit de lappenmand














Niks kan ik meer!
Mijn schoenveters strikken, mijn jas dichtritsen en broek dichtknopen, het zijn allemaal zaken waarbij ik hulp nodig heb sinds mijn tragische val van vorige week.

Voeg daarbij de inmiddels volkomen verboden vrucht van het autorijden of zelfs ook maar het fietsen, om nog maar te zwijgen van de gitaar die in plaats van aan de standaard voor hetzelfde geld voorlopig aan de wilgen kan worden gehangen, en u krijgt het plaatje aardig compleet.

Typen lukt me dan nog wel, maar met slechts één hand lijkt het net op het schrijven met je niet-schrijfhand: een knullige toestand.

Het huishouden, wat me als volmaakte Jan Hen verder op het lijf was geschreven, kan ik ook wel op m’n buik schrijven. Of zal ik het anders maar op het maagdelijk witte gips doen? Afwassen, afdrogen, stofzuigen, poetsen en boenen, het zijn allemaal dingen die ik niet meer kan. Ook boodschappen doen, normaliter mijn dagelijkse uitje op de fiets, moet ik overlaten aan derden. Die derden zijn dan vooralsnog mijn huisgenoten, die ieder op hun beurt ook niet staan te springen om mij eens grootmoedig te ontlasten. De een heeft een chronische ziekte en de andere(n) chronische tegenzin in bhbh. Bhbh is niet een afkorting van een dubbelloops bustehouder (even visualiseren) maar een door misvorming mijnerzijds van het bekende Bezigheden Buitenshuis Hebbende (bbhh). Bhbh moet dan maar het tegenovergestelde worden: Bezigheden Binnenshuis Hebbende.

Naar die bhbh moet ik dan nu maar naarstig op zoek voordat ik me te pletter ga vervelen. Lezen, lezen en nog eens ondertiteling op tv lezen begint namelijk al snel te vervelen. Hoewel ik een paar kwaliteitsfilms in huis heb: Magnolia (prachtige rotfilm), Festen (idem dito) en The diving bell and the butterfly (nog niet gezien) en Babel (mee bezig). Normaliter kom ik bijna om in de boeken die ik recenseer maar – zul je net zien – het is nu blijkbaar een slappe tijd: ik heb niks nieuws in huis. Daarom heb ik zojuist maar eens wat uitgevers aangeschreven (lees: gemaild) en om wat recensievoer gevraagd. Maar meestal duurt het wel even voordat ze ook daadwerkelijk zijn bezorgd. Nou ja, lopen kan ik nog wel, dus moet ik maar naar de bieb binnenkort, al zie ik al wel op tegen het dragen van de geleende boeken met één hand. Dan kunnen een paar kilometer toch heel lang worden.

O ja, nog even over mijn oproep in mijn vorige blog om letterlijk een duit in het zakje te doen als het gaat om medeleven. Die was louter schertsenderwijs bedoeld. Ik zeg dit met enige schaamte omdat ik merkte dat vooral de Vlaamse lezertjes van dit blog deze oproep serieus beoordeelden. Jullie zult wel gedacht hebben: awel zulle, het blijft toch ‘n Hollander…

Nou, dat klopt. Maar heus, ik zit echt niet te wachten op een financiële injectie. Ook niet op een echte trouwens, brrr. Ik blijf liever gezond. Maar ja, juist dat nu komt er deze dagen even niet van. Gelukkig kan ik het allemaal fijntjes van me af bloggen. Bloggende honden bijten niet, hè? Het enige wat we echt soms even nodig zullen hebben is een hulp in de huishouding. Zo eentje als hierbovenaan bijvoorbeeld. Maar eentje van vleesch & bloed is ook goed!













of heb ik misschien wat meer power nodig?

zaterdag 6 februari 2010

“Wie meent te staan…











zie toe dat hij niet valle.” Hoe wijs en waar zijn deze woorden van de apostel Paulus. Had ik maar beter naar hem geluisterd voordat ik op de (what’s in a name) Total Slide ging staan en mijn val daarna groot was, ja zeer groot. Ik deed de naam van dit fysio-achtige apparaat alle eer aan terwijl mijn eigen aardse vat ter aarde stortte. Uit stof was ik gemaakt, tussen het stof keerde ik weder. Al vond ik het daarvoor nog wat vroeg…

Maar eerst even terug naar het begin. Deze gebeurtenis schreeuwt om geuren en kleuren en ik wil u natuurlijk niets onthouden.

Zoonlief van twaalf heeft een scheve rug met daarbij een gemakzuchtige levensaard. Zulke combinaties leveren menig fysiotherapeut een mooi inkomen. Zo ook die van Luuk, die uit pure enthousiasme voor zijn vak ons een Total Slide uitleende: een soort hardplastic rails van anderhalve meter lang met daarop gliders om de voeten in te zetten, waarna je schaatsende bewegingen kunt maken. Van links naar rechts en vice versa. Luuk vond het best leuk en dus maakte ik, als liefhebbende vader, dankbaar gebruik van het leenaanbod. Ik ben veel te lief.

Thuisgekomen werd het geval pontificaal in de huiskamer geplaatst en kon Luuk zijn gang gaan. Die gang ging goed. In tegenstelling tot mijn eigen gang; die ging minder goed. Die gang werd een je reinste afgang. Zonder me te bekommeren om de voorschriften uit het erbij gevoegde boekje ging ik met één voet op één van de gliders staan. Dat was voldoende voor mijn neergang. Geheel in overeenstemming met mijn (vroegere) politieke voorkeur kapseisde ik naar links en zeeg neer. Proeft u de dramatiek die schuilgaat achter deze woorden? Dan is het goed. Want u begrijpt: ik kan natuurlijk mijn eigen leed moeilijk gaan bagatelliseren. En doet u dat ook maar liever niet, anders betalen we straks met elkaar nog meer zorgpremies. Nee: dit leed moet worden uitvergroot tot schier bovenmenselijke proporties wil ik er nog enige voordeel uit halen.

Vooralsnog was er enkel en alleen maar nadeel. Ik moest naar de huisarts. Ik moest naar het ziekenhuis. Ik moest voor een foto. Of drie. En ik moest naar de Spoedeisende Hulp, alwaar ik, enigszins conform die benaming en dankzij een hopelijk gouden tip van de dokter, een orthopeed eiste.

Niet alle eisen worden gehonoreerd op de Spoedeisende Hulp.

Ten eerste vond ik dat er, in flagrante tegenstelling tot die benaming alles behalve Spoed werd gezet achter mijn zaak. “Het is nogal druk vandaag, dus u zult wel even moeten wachten”, durfde de dienstdoende baliemedewerkster mij zelfs toe te vertrouwen. Ik heb vervolgens maar niet gevraagd waar ik dan de Spoed Ontvangende Hulp kon vinden.

Ten tweede kreeg ik slechts een assistent-orthopeed. Wat toch als een tandje minder voelde. Ik mocht van haar vernemen wat mijn huisarts al vreesde: een handwortelbeentje was gebroken. En brak mijn hart niet mee bij dat nieuws? Hoe zwaar is het leven voor de verslagenen van geest en de gebrokenen van handwortelbeentje. Wie de tere ziel van de heer van stand O.B. Bommel uit Rommeldam enigszins meebeleeft weet hoe zoiets voelt. Hoe vreselijk was dit alles!

Ik moet eerst 6 weken in het gips en als ik dan nóg niet ben genezen ga ik alsnog onder het mes. Of, al naar gelang de wijsheid van de medici, opnieuw 6 weken in het gips. Wat een keuzemogelijkheden! Zoals in: drinkt u liever thee met Hitler of toch maar gewoon weer Stalin?

Ik stop nu met dit blogbericht om u het volle gewicht van deze jobstijding mee te laten voelen. En ik dank de lezer uit het diepst van mijn verslagen hart en mijn afgematte ziel voor zijn of haar medeleven. Mocht u de begrijpelijke behoefte voelen om dit leed met mij te dragen en het zodoende te verzachten dan kunt vanaf heden een passend geldbedrag overmaken op bankrekeningnummer 3951.35.974 t.n.v. S.J. van der Pol te Ede o.v.v. Total Gift. Ik verzeker u dat alle bijdragen hun doel zullen bereiken en er werkelijks niets aan de strijkstok zal blijven hangen.



Wordt vervolgd.

woensdag 3 februari 2010

RgRlijk














Als jechtgeaajde Jottejdammej stoojt het mij in niet gejinge mate dat de oej-Hollandse j zo’n beetje is afgeschaft.
Dacht ik aanvankelijk nog dat alleen joujnaalpoes Sasha de Boej louter was aangenomen om haaj fjaaie gezichtje moest ik naajmate de tijd vojdejde constatejen dat de ene na de andeje joujnalist zich ging bedienen van de Gooise j.

Ik vind dat jaaj. Ejg jaaj zelfs. Ik stooj me ej ook mateloos aan. Ik heb zelfs de neiging om als ik andejen zo jaaj hooj pjaten zelf mee te gaan doen, in een uitejst fjikkejige poging de zaak de cojjigejen.

Zo heb ik een nichtje met de fjaaie naam Majgjiet. Vejdej een hele leuke meid natuujlijk maaj haaj uitspjaak is een jegeljechte taalgjuwel. Ik moet me dan echt bedwingen om niet op een ovejdjeven maniej mee te doen met haaj spjaakgebjek.

Maar ach, ieder vogeltje zingt zoals het gebrekt is…

maandag 1 februari 2010

Kortjakje en de lantaarnopsteker
















Altijd is Kortjakje ziek,
middenin de week maar ’s zondags niet

’s Zondags gaat zij naar de kerk
Met een boek vol zilverwerk
Altijd is Kortjakje ziek,
middenin de week maar ’s zondags niet

Wie weet wie Kortjakje was? Of, om specifieker te zijn, wie weet wat zij deed?
Houdt u vast, hier volgt een schokkende mededeling:

Kortjakje was een hoer.

Ontdaan van haar kinderliedjesachtige onschuld onthult haar naam al direct de geringe lengte van haar belangrijkste kledingstuk: haar jakje (lees: haar rokje). Dat was dus nogal kort. En met dat ziek zijn viel het ook nogal mee. Ziek zijn staat hier voor: op je rug op bed liggen. Maar ja, dat was dus in feite niet meer een passende werkhouding, zal ik maar zeggen… En als afbetaling voor haar zonde zat ze blijkbaar ’s zondags in de kerk. Met dat boek vol zilverwerk. Ook dat valt nu te verklaren want haar werk betaalde goed. Misschien is het lied zelfs wel geschreven door iemand die strontjaloers was op al dat zilverwerk. Ik kan het me zo maar voorstellen.

Er bestaat zelfs een variant op dit ‘kinderlied’ dat zo schunnig is dat ik het hier niet eens durf te citeren. Het lied over Kortjakje is overigens bepaald niet het enige lied dat, toen het eeuwen geleden nog vers was gecomponeerd, aan duidelijkheid weinig overliet. U weet niet half welke gore straatliederen ons als kleuters indertijd zijn aangeleerd. Zo slaat Berend Botje’s achternaam hoogstwaarschijnlijk op zijn geslachtsdeel, waarmee het al een stuk begrijpelijker wordt waarom hij zo overhaast emigreerde naar Amerika. En zo is de ‘extended and x-rated version’ van Daar Was Laatst Een Meisje Loos (de ‘lichtmatroos’) uitgebreid met het couplet

Zij moest komen in de kajuit
Trekken matrozen, trekken matrozen,
Zij moest komen in de kajuit
Trekken matrozenkleren uit.

Geloof me: Ik verzin dit niet maar ben dit via internet en boekdrukkunst te weten gekomen.
Ik vraag me daarbij ineens af: zou dit verschijnsel doorgaan?
Ik bedoel: zullen de kleuters over tweehonderd jaar wellicht ook groepsgewijs gezellig zingen

Girl we couldn’t get much higher,
come on baby light my fire,
try to set the night on fire…

en denken dat het hier ging om pakweg een vrouwelijke lantaarnopsteker, die toegezongen werd door de plaatselijke eh… Berend Botje?
Nou, ik geloof dat ik mijn punt wel heb gemaakt. Wie nog meer viezigheid wil, moet voor zichzelf het proper aandoende liedje Twee Emmertjes Water Halen nog maar eens opzeggen en zich bedenken dat die poort en dat straatje waar doorheen gereden wordt metaforen zijn. Eén keer raden waarvoor is genoeg.

En heus: ik heb het echt niet van mijzelf hoor. Duurbetaalde antropologen hebben dit allemaal nauwkeurig onderzocht en geboekstaafd. Zelf heb ik al dertig jaar het boek “Nederlandse volksliederen oud en nieuw” van Rob Smaling in de kast staan, waarin middels liedteksten en vermakelijke illustraties het een en ander uit de eh… doeken wordt gedaan. En in 2008 verscheen het fraaie boekwerk “Midden in de week maar zondags niet”, dat ik nog niet heb gelezen maar op internet heb zien staan. Toch eens uit de bieb lenen. Het zal wel niet bij de kinderboeken staan….

woensdag 27 januari 2010

LOL














Het gaat goed met de wereld.

Tenminste als ik alles moet geloven wat ik op internetfora zie staan. Vooral de reacties op allerlei blogs, filmpjes en wat niet al geven aan dat er hieraan voornamelijk veel pret wordt beleefd. En dan spreek ik nog van vóór de geboorte van mijn eigen blog, zwelgt mijn dikke ik. Maar die mag terzijde worden geschoven.
De meest gebruikte afkorting bij alle reacties wordt gevormd door drie hoofdletters: LOL. Toevalligerwijs in het Nederlands ook de aanduiding voor de nogal oppervlakkige gemoedstoestand die ook wel wordt aangeduid met pret, gein, leut, jolijt of gewoon maar weer eens in het Engels: fun.
Veelgebezigde woorden zijn dit, vooral prettig en geinig. Maar de vrij recent bedachte sms-afkorting LOL staat in het Engels allereerst voor Laughing Out Loud, wat zich nog het beste laat vertalen in: hardop lachen, of: dubbel liggen van het lachen, of wat ouderwetser: dijenkletsen.
Maar ik denk dat lang niet iedereen die ergens eventjes snel LOL achter typt voorover klapt van het schaterlachen, zich de dijen rood kletst en over het algemeen verder ook nog maar amper bij komt van het lachen en er zodoende dus bijna in blijft. LOL is verschrikkelijk snel gedevalueerd en betekent in feite niet veel meer dan: leuk hoor.

En zo zie je maar wat afkortingen teweegbrengen. Hoe meer afkortingen hoe minder (begrip van) communicatie. Zo hadden we in de jaren ’80 de BOMmoeders. Trouwens, zouden ze niet meer bestaan? Je hoort er nooit meer over, net zomin als van de echte Bom: de neutronenbom waar we met z’n allen tegen gingen demonstreren toen. Weet u nog wat een BOMmoeder was? Het was een Bewust Ongehuwde Moedermoeder. Ja, dat stond er dus. Nu weet ik van het bestaan van mensen die zich ‘een echt mensenmens’ noemen en daarbij zo kijken dat je d’r prompt niks meer van durft te zeggen, maar wat een moedermoeder is, dat weet zelfs Joost niet. Diezelfde Joost moet het antwoord ook schuldig blijven op de vraag wat een apk-keuring is of het hbo-onderwijs. Om nog maar te zwijgen van een ABS-systeem en een ISBN-nummer.

N.a.v. deze taalkronkels die ik d.m.v. mijn p.c. op internet heb gevonden, o.a. het e.e.a. op de website van Onze Taal (OT?) durf ik te stellen dat we geen cm vooruit komen als we een OD aan afko’s gaan hanteren. M.i. is het einde dan zoek. O.a. sms is hier debet aan, maar bijv. internet e.d. ook. A.d.h.v. diverse lijsten kan gelukkig nog worden achterhaald wat het e.e.a. betekent maar betr. div. andere woorden kan i.h.a. en m.a.w. worden gesteld dat bijz. afko’s als MER en LLL bijna niemand kent, uitz. daar gelaten. I.p.v. een halt te roepen tegen deze afkortingswoordenindigestie (AfKoWodi) rukken nwe. uitdrukkingen op die o.a. d.m.v. bijv. de jeugdcultuur e.d. en m.m.v. om niet te zeggen i.s.m. haar expo’s hun weg vinden worden binnenkort net zo gewoon als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam. Ergo:

Het gaat slecht met de wereld.

m.v.g.

prof. dr. ing. S.J. v.d. Pol (b.d.)

dinsdag 26 januari 2010

Sek.s bij de buren













Toevallig rondstruinend op het weblog van de man waarvan ik onlangs nog het plaatje van de hangmat ripte, stuitte ik op zijn probleem met zijn bovenbuurman. Ik las het en herkende alles. Het probleem is te smeuïg om niet te delen met u, roddelzieke en sensatiebeluste Telegraaflezer! Ja, ik weet wel hoe ik dit slapende weblog aan de man moet brengen… Onze buurman, die overigens inmiddels sinds een half jaar is verhuisd om andere redenen dan de onderstaande, leefde langere tijd zonder vriendin. Dit veranderde nadat hij in contact kwam met een knappe jonge vrouw waarmee hij aanvankelijk een latrelatie onderhield. Een latrelatie is hetzelfde als een huwelijk, maar dan zonder huwelijksdag. Tafel en bed zijn daarbij minder gescheiden dan de wederzijdse bankrekeningen. Pas als die worden ingewisseld voor een gezamenlijke rekening is er pas sprake van bestendige liefde denk ik wel eens. Maar dit terzijde. Stel je voor dat ik een fundamentalistische en reactionaire visie op het huwelijk zou botvieren. Welnee. Ik ben zo modern als wat. Boterbriefjes mevrouw, wat stellen ze nog voor in deze wereld? Als je maar gelukkig bent, en alles… (ik heb Paulien Cornelisse’s boekje onlangs gelezen). Moet kunnen, dat is mijn devies. En: Ieder voor zich. Of was ik nu juist geheel anders? Mm, ik dwaal af.
Terug naar het schandaal, daar wacht u op.

Het gelukkige feit de buurman een nieuwe vlam op de kop had getikt zagen wij niet alleen als we bij tijd en wijle schielijk uit ons vensterraam spiedden (u ziet dit voor zich), maar konden we vooral ook horen in het nachtelijke uur. Zie ik daar al een oortje rood worden? Mooi.

Zo weinig als de buurman met ons zijn buren omging, zo veel liet hij en zijn nijvere bedgenote ons merken hoe fijn de nieuw gewonnen cohabitatie wel was. En hoe lang. Het was, zo te horen, in feite: hoe langer hoe fijner. Een goed verstaander heeft maar een halve zucht nodig, denk ik in dezen, dus hier hoef ik verder geen woorden aan vuil te maken, hè? Aanvankelijk zijn zulke geluiden ergens nog te eh… genieten, (‘gniffel, gniffel, moet je ze toch eens horen’) maar al gauw sloeg aan deze kant van de slaapkamermuur de verveling toe. Dit dus in flagrante tegenstelling tot gene zijde van diezelfde muur. Daar kwam het letterlijk en figuurlijk wekelijks meerdere (in ieder geval: meerder dan u denkt) keren tot een hoogtepunt dat, gezien de hoeveelheid voortgebrachte geluid bij ons overkwam als een oorgasme, (excusez le mot).

Lydia klaagde al dat ze er zelfs wakker van werd en dus werd het tijd voor eh… harde actie. Maar wat te doen? Gelukkig lezen wij, in tegenstelling tot u, niet De Telegraaf maar een keurige linksige krant van protestantse oorsprong. Daarin geeft een zekere Beatrijs Ritsema wekelijks wijze raad aan schier wanhopige vragenstellers. Ik schreef haar dus een brief en het antwoord sloot perfect aan met wat ik zelf ook al dacht dat wijsheid was. Beatrijs en ik vormden zo twee handen op één buik, maar hier moet u verder niets achter zoeken, gelet op het onderwerp van dit stukje.
Op een avond, nadat ik me er van had vergewist dat buurman een keer alleen thuis was, heb ik bij hem aangebeld en gevraagd of ik eventjes bij hem binnen mocht komen omdat ik iets wilde vertellen wat liever niet aan de deur aangehoord moest worden. En zo stond ik daar in de hal en vertelde hem van man tot man wat de klacht was. Netjes verpakt en met allereerst een felicitatie vanwege zijn nieuwe relatie en dat ik daar voor hem natuurlijk ook blij mee was. Maar dat hij toch moest weten hoe gehorig deze flats wel waren. Zo gehorig zelfs dat mijn vrouw en ik alle slaapkamergeluiden konden horen. En dat zij er zelfs wakker van werd. En dat ze dat zelf allemaal wellicht ook wel eens heel vervelend zouden kunnen vinden. En dat ik hem alleen daarom al even wilde waarschuwen. Kijk, zo voer je een slechtnieuwsgesprek!
Buurman bleek, wat dacht je wat: natuurlijk dankzij mijn o zo verfijnde en integere aanpak, uitermate voor rede vatbaar. Hij bood zelfs zijn excuses aan voor het feit dat Lydia ‘er’ wakker van werd. Dat ‘er’ was essentieel. Niets zou pijnlijker voor buurman zijn dan mijn uitgebreide beschrijving te moeten aanhoren van wat wij allemaal aan exotische geluiden konden waarnemen tijdens - en vooral geruime tijd vóór - hun coïtus voluminus maximalus. Zaak was om slechts in bedekte dan wel zeer algemene termen aan te geven waar het in wezen allemaal om draaide. Na deze woordlozing mijnerzijds en ons vriendelijk groeten ging ik weer op huis aan en sindsdien hebben we geen eh… zuchtje meer gehoord. Ik wil overigens niet hopen dat ik een interruptus heb uitgesproken over hun coïtale bezigheden binnenshuis, maar dat zal wel niet. Want enige tijd later kwam een bloemenman een enorm bloemstuk brengen voor het levenslustige stel. Ze bleken die dag getrouwd en waren derhalve niet thuis. Ik heb de bloemetjes niet buiten gezet maar keurig afgegeven met daarbij een bescheiden orale felicitatie. Verder dan dit afwijkende woordgebruik heb ik aan het voorval niets overgehouden. Met mijn vrouw gaat het inmiddels ook weer beter. Ze doet nu om geheel andere redenen geen oog dicht, maar daarover ging dit blogje niet.




zaterdag 23 januari 2010

Een heel zwaar leven



‘Ik heb echt een heel zwaar leven, echt heel zwaar’, kreunt cabaretière Brigitte Kaandorp in haar vermakelijke liedje over een ronduit asociaal mens waarin ze zich trouwens verbazingwekkend goed kan inleven.
Zo’n liedje, daar kunnen we wat mee hier in huize Pol. Want gevieren vinden we natuurlijk dat dit liedje in alle ernst op onszelf slaat. Nee, niet op ons vieren gezamenlijk maar op ieder van ons vieren apart.

Zo vinden Luuk en Elias het leven dus heel zwaar. Niet alleen omdat ze onrechtvaardig worden mishandeld met karrenvrachten huiswerk, ellenlange schooldagen en verplichte kerkdiensten in het holst van de zondagochtend, maar ook omdat ze een vader hebben die heeft ontdekt dat ie op biologische wijze en gratis van z’n wintertenen kan afkomen.
Wie nog niet weet wat ik bedoel volgt hier het recept: vang je ochtendurine op en stop daar je tenen in. Laat het even weken (geen weken, maar een kwartiertje of zo) en klaar is Kees.

Maar jakkie bah, je zult maar zo’n vader hebben. Ook nog zo een van het soort dat zich niet bescheiden terugtrekt in de badkamer om daar in het geniep zijn onreine werken te verrichten, maar zo een die pontificaal in de huiskamer zijn tenen gaat soppen in zijn eigen ochtendsop. Ook al ruik je er niks van, je ruikt het toch. Dan heb je toch wel een heel zwaar leven, hè?

Of neem nu Lydia. Die moet urenlang liggen wachten totdat ze eindelijk is gewend aan het intense gesnurk van haar wettige echtgenoot die pal naast haar prinsheerlijk en uit volle overtuiging de slaap der rechtvaardigen slaapt. Als hij eindelijk wat minder ronkt is haar tijd van slapen daar. Tenminste, totdat ze weer wakker wordt omdat ze denkt, alleen denkt ja, dat de wekker bijna af gaat, of helemaal niet afgaat, wat nog veel erger is.
Nee, zij heeft pas een heel zwaar leven.

Of neem nu mijzelf. (Dank u, graag ja.) Ik heb eigenlijk pas een heel zwaar leven. Ik leef met een wispelturige vrouw. Of is dat een pleonasme? Hoe dan ook, ik ben er mooi klaar mee. Of, eigenlijk juist helemaal niet. Want net als ik denk: Zo, nu is het huis wel af, denkt zij: Zo, nu wordt het tijd voor iets anders. “Iets anders, hoezo?” probeer ik dan, terwijl ik al weet wat er gaat volgen. “Ik ben uitgekeken op die gordijnen”, durft mijn zwaar geëmancipeerde gade te opperen. “Uitgekeken? Maar ze zijn toch nog prima? En je hebt ze indertijd zelf uitgekozen!!!” Ja, maar nee. De gordijnen hebben hun tijd gehad en dan worden ze al bijna letterlijk weggekeken door degene die erop is uitgekeken.
En bleef het nu maar bij de gordijnen, dan was er best nog vaak wat vrede hier in huis. Maar zodra die gordijnen zijn vervangen door een saai (“nee, rustig”) (“nee saai”) dessin valt de kritische blik vervolgens op het volgende artikel. Zo zijn al mijn overhemden, de boekenkast, de tuinstoelen, het behang van de slaapkamer en wat eigenlijk niet het volgende slachtoffer van de onstuitbare hang naar verandering van mijn geliefde vrouw.

Alles roept hier om verand’ring, maar ikzelf verander niet. Dat is mijn idee erbij.

Dusse… ik heb echt een heel zwaar leven, hè? Echt heel zwaar. Ja, echt wel….